Alcohol en Roken

Over alcohol kan ik in principe heel simpel en kort zijn :  NEE !!!
Alcohol is niet goed voor je lichaam, niet goed voor je geest, dus ook niet goed voor je gezondheid. Alcohol is een pijnlijke dood.
Ons lichaam heeft alcohol niet nodig, simple as that !  Ben je gewend aan een glaasje wijn of zoals oosterburen dagelijks glaasje vodka, dan heb ik maar een advies, stop er geleidelijk mee, dus minder drinken elke dag, en zo snel mogelijk mee stoppen. je hebt het niet nodig, je lichaam heeft het niet nodig.
Het is allemaal ingeprogrammeerd in ons geheugens via televisie door de multinationals die daardoor miljarden verdienen.

Over sigaretten kan ik nog korter zijn: dodelijk, een pijnlijke, martelende dood.
Heb je niet nodig, ons lichaam heeft het niet nodig, en geest ook niet, multinationals zorgen er voor dat men verslaafd raakt aan sigaretten om nog meer geld te verdienen.

hier onder link naar een documentaire, check als je niet geloofd :

Radar Extra 1

Radar Extra 2

Dus stop met drinken, Stop met roken. Per direct.
Het is moeilijk dus als je het zelf niet kan, schaam je niet het is niet je schuld, je bent erin geluisd door professionele oplichters en moordenaars.
Zoek hulp, via je huisarts.
Ik zeg dit niet gewoon zomaar, ik heb zelf gerookt bijna 10 jaar lang en was zogenaamd wijn liefhebber, gelukkig ben ik er vanaf. Ik heb directe familie verloren aan alcohol.

Beweging en Sport

(adviezen)

Iedereen die denkt dat je moet sporten om af te vallen zeg ik simpelweg “niet waar”

Je hoeft niet te sporten om af te vallen, het is wel is waar dat je met sport kan afvallen, maar het gaat dan om hele gespecialiseerde programma’s waarbij mensen dagelijks minimaal 2-3 uur in de gym moeten doorbrengen en vaak special samengesteld voeding moeten nemen etc…

Begrijp me niet verkeerd elke sport is goed voor je, maar om af te vallen hoeft men niet te sporten.

voor een gewoon doorsnee mens  zoals ik, is het niet nodig om te sporten, je moet wel normale actieve leven lijden, dus niet hele dag achter scherm of tv, maar wel pauzes nemen.
over het algemeen is het niet makkelijk om uit te rekenen hoeveel een persoon moet gaan bewegen om gezond te blijven, het zou perfect zijn als men 5km per dag kan lopen, en 5km is niet eens zo veel. het is ongeveer 1 uur  lopen, dus als voorbeeld: stel voor je werkt in de buurt van je huis en in plaats van auto of ov ga je ieder dag 2km lopend naar je werk, en 2km lopend terug, in de tussentijd ga je ook nog naar de wc, of even in de pauze naar buiten, je loopt binnen huis, maar ook naar je collega’s etc… dan heb je de 5km all makkelijk gehaald.
dit is niet alleen om af te vallen maar dit is heel belangrijk voor je gehele lichaam, voor de bloedsomloop en alle andere organen en hormonen.

niet iedereen werkt in de buurt of heeft werk, sommige moeten kilometers rijden naar een ander stad, in zo een geval is het ook niet zo moeilijk, parkeer je auto niet direct bij de deur, maar paar straten verder. Of stap uit de ov 1 halte eerder.
ook al regent en sneeuwt het, het is juist goed, je zal genieten van de natuurlijke omgeving.
Werk je niet ? zit je vaak thuis, dan zijn er genoeg andere opties, ga altijd lopend naar de super, neem een huisdier, zoals een hond bijvoorbeeld, een hond moet je ten minste 2-3 keer per dag uitlaten, dit zal ervoor zorgen dat je beweegt en dat je ook vers lucht in ademt, wat een van de belangrijkste dingen is voor je lichaam en gezondheid. Heb je kinderen en ben je een huisvader of huismoeder, neem je kids mee naar buiten, ga ergens in een park wandelen, laat all die series en all de onzin op tv los, dat zal je niets opbrengen.

Belangrijkste is, het zal je helpen om gezonder te worden.
Dus sporten is niet nodig, wel goed voor je. Beweging is veel belangrijker en dagelijkse beweging is een must.

ik heb jaren in de sport gezeten, jaren getraind, harde trainingen, ook zwemmen, etc… toen had ik ook geen overgewicht probleem, toen had ik geen ICT baan, later kwam de overgewicht door zittend werk en verkeerde voeding en ben ik gaan sporten maar op een gegeven moment merkte ik dat ik niet afval, ik sportte 3 dagen per week, maar het hielp niet, ik bleef  op gewicht of kwam aan. Achteraf gezien begrijp ik natuurlijk dat ik ging sproten maar ook niets aan me ongezonde leefstijl en voeding deed. Te veel eten, teveel ongezond eten, te veel suikers etc…

er was een periode dat ik heel veel was aangekomen, zo’n 20 kilo, toen ben ik op mijn eten gaan letten, en wat meer gaan bewegen, half jaar later was ik de 20kilo kwijt, maar weer ging ik dagelijks feestelijk eten, het was wekelijks aan de taart, dagelijks liters zoet zoals cola fanta, heel veel eten eten eten. zelfs onderweg in de auto tussen de maaltijden ging ik eten. het waren drukke werk periodes, toen ging er helemaal geen lampje branden, en had ook gen zin, nu achteraf gezien begrijp ik hoe het allemaal kwam 🙂 erkennen was het moeilijkste.

Dus start met gezonde leefstijl, gezonde voeding en vergeet niet een klein beetje bewegen 🙂 bouw het rustig op, ga niet ineens sportief doen en kilometers rennen dat is nergens voor nodig.

 

Bereken je vaste routes :  https://runnermaps.nl/edit

op deze website kan je met punten je route aanduiden en zien hoeveel km je hebt gelopen.

Vasten

Vasten is een steeds vaker voorkomend trend tegenwoordig, maar eigenlijk is het helemaal niet nieuw.  Vasten is eigenlijk ingebrand in ons DNA, de homosapiens hadden geen supermarkten waar ze eindeloos alles konden kopen en eten. de eerste mens op aarde ging op jacht naar voedsel, en vond het niet elke dag. in de natuur zien we het nu nog met dieren. wolven jagen en als ze dan voedsel hebben gevonden in de vorm van bijvoorbeeld een ander dier, een hert, dan eten ze dat samen met gehele groep op en dan gaat de jacht verder, maar soms duurt het weken tot ze weer aan voedsel komen. Dit is het basis principe van ons natuur en zo was het ook voor de Mens. Tegenwoordig komt iedereen met eigen ideeën en nieuwe namen voor hetzelfde wat we all duizenden jaren deden en nog steeds doen.

Op een professioneel niveau hebben zelfs overheden aan Vasten meegedaan in de vorm van onderzoek en medische toepassing, maar omdat het commercieel niet interessant is voor de multinationals wordt het Vasten maar niet ingevoerd in de officieel medische modellen.

Vasten of hoe het tegenwoordig wordt genoemd Intermittent Fasting, gaat erom dat men een bepaalde vaste periode niet eet en alleen maar water drinkt.

er zijn verschillende soorten van dit verschijnsel, bijvoorbeeld in de religie, in christendom wordt gevast maar niet alleen met water, dat is dan alles eten wat niet dierlijk is. dus geen melk, geen vlees, geen boter etc…
in de islam is er een keer per jaar een maand vasten periode, dan eten ze allen in de nacht, dus als de zon opkomt mag men niet eten, maar zodra de zon verdwijnt mag men wel eten en drinken.

de bovenstaande zijn enkele voorbeelden van iets wat vasten heet maar niets met vasten te maken heeft.

Ik heb het meerder malen gedaan. dus ga hier vanuit mijn kennis en ervaringen.

1. Voordat je begint aan welke vasten dan ook, zorg ervoor dat je langs de huisarts gaat, en zorg er voor dat je verwezen wordt naar een echo van je lever/nieren/galblaas etc…  dit is heel belangrijk, want het kan verkeerd aflopen als je bijvoorbeeld gal stenen hebt en het niet weet, of als je suikerziekte / diabetes hebt, velen hebben het en weten niet dat ze ziek zijn, dit is dus levensgevaarlijk,   dus altijd eerst bij de arts!

 

2. er worden verschillende vast soorten gepresenteerd op internet, met paar uurtjes tot 16-18 uur,  ik vind dat het pas vasten is als je minimaal 24 uur niet hebt gegeten. ik doe het om de paar maanden, minimaal 48 uur lang.
dus dat houd in dat ik mijn ontbijt neem en daarna 48 uur lang dus 2 dagen 2 nachten lang niets meer etc, alleen maar drink.  water, of thee, zonder zoetigheden. ga van water uit.

waarom?

ik heb er veel over gelezen, en bestudeert. het wordt dus aangeprezen omdat je erdoor gezonder wordt, omdat je erdoor scherper wordt, omdat je cell-huishouding zichzelf gaat herstarten en verversen maar dan niet door overal nieuwe cellen aan te maken maar door bestaande te repareren etc…
Dit is dus ook hetgene wat ik heb ervaren. maar belangrijkste  en doorslaggevende voor mij  is het reset gedeelte, dus na mijn eerste vasten heb ik een soort lichaams reset gehad, waardoor ik meer controle had over mezelf, niet meer gevoelig was voor honger aanvallen, ik begrijp nu dus dat ik niet snel naar de koelkast moet als ik ineens honger gevoel krijg, want honger gevoel zegt nog niets over je honger, vroeger had ik honger all 20 minuten na het eten, dus dat allemaal is voorbij, na vasten krijg ik wel honger gevoel maar niet meer zoals vroeger, ik krijg honger op vaste tijden, de tijden wanneer ik moet eten, dus ik heb nu de controle over mijn honger gevoel, en ik beslis wanneer ik ga eten, niet anders. Daarbij was ik nog 2 kilo afgevallen, en deze 2 kilo’s zijn ook weg gebleven dus niet meer terug gekomen.
Ik kan ook bevestigen dat ik in de periodes altijd veel scherper ben, veel meer kan leren, en veel meer kan doen.
Ik kan ook nog erbij vertellen dat de eerste dag het moeilijkst is, daarna heb je geen honger, en wil je ook niet eten.

Belangrijk !!!
na het vasten mag je niet direct normale maaltijden consumeren. tenminste je kan beter starten met een simpele lichte voeding, misschien een stukje fruit, banaan of appel, en thee met een vijg. niet snel doorslikken, goed kauwen.
halve dag later, kan je beginnen met normaal maaltijd maar dan een kleien portie, en niet haasten, rustig goed kauwend eten. dus rustig opbouwen anders kan je onwel worden in de zin van braak neigingen etc… dit komt omdat je maag dan helemaal tot rust was gekomen, en ineens grote portie krijgt en moet rekken etc… dus wees voorzichtig.

Voor diegene die willen vasten, dus regel een : eerst bij de huisarts langs, controle laten doen, en als je medicijnen moet slikken zeker overleggen met de arts. In mijn geval heb ik groen licht gehad van mijn arts, ik slik maag tabletten en die bleef ik dan ook gewoon slikken. na het vasten zijn mijn maag problemen ook minder geworden. maar dat is dan ook wel in combinatie van minder eten, betere voedings- keuze etc…

Voor de veiligheid, in het algemeen wordt vasten van 2 tot 5 dagen en nachten als veilig beschouwd, mits je echt gezond bent. alles meer dan dat raad ik af als het zonder doctoren gebeurt. In Rusland bijvoorbeeld is vasten heel gewoon, er zijn velen die het doen, sommigen 2, anderen 5 dagen en ook langer.
In Duitsland en aantal andere landen zijn zelfs klinieken gestart die 100% op vasten zijn gebaseerd, mensen gaan er heen voor een week of een maand en gaan dan onder toezicht van artsen vasten, met vasten worden heel veel aandoeningen genezen.

als voorbeeld check : https://www.buchinger.de/

dit is geen reclame, maar wel ter informatie zodat men nog meer informatie kan opzoeken en zo veilig en goed mogelijk mee kan doen.

hier een hele lijst van klinieken die vasten toepassen : http://aerztegesellschaft-heilfasten.de/fasten-adressen/fasten-kliniken/

Suikers en zoetigheid

(adviezen)

Mijn persoonlijk advies aan iedereen met overgewicht : Stop met suikers en suikerhoudende producten. voorbeelden :

cristaal suikers, wit, bruik, zvart, rood, maakt niet uit wat voor kleur het is, suiker is suiker. stop per direct met suiker consumptie.

suikers die anders heten : jam, chocolade pasta, honing (vele malen sterkere suiker gehalte) syrup, etc…

alle producten waar suiker, syrup, dextroses etc… zijn toegevoegd, dus worstjes, koekjes, allerlei smeersels voor op de brood, allerlei krakkers, snacks, shocolades, bonbons, snoepgoed van alle soorten. taarten etc…

reden :
Suiker en suikerachtige zijn verslavend, zijn destabiliserend ( ze zorgen voor instabiliteit in je lichaam, waardoor je steeds wilt eten) verlagen en verhogen bepaalde hormonen in je lichaam waardoor je lichaam vet opslaat in plaats van het te verbranden. Suikers van de eerste rang, dus bovengenoemde snelle suikers Koolhydraten,  zorgen voor pieken in de hormoonhuishouding, dus omdat het directe suikers zijn, word steeds vaker geiest om deze te verwerken in je lichaam waardoor men de Suikerziekte krijgt. Dus stop er direct mee.

Hoe stop je met suikers en kom je af van de verslaving :

1. zorg voor vervangende producten. dus als je bijvoorbeeld thee of koffie met suikers dronk, drink het nu met droge abrikozen of vijgen, ik zou gaan voor vijgen, want abrikozen zijn veel zoeter en werken bijna net als suikers. vijgen zijn wat dat betreft veel minder agressief. Neem liever geen dadels, om twee redenen, dadels zijn zoeter dus zit veel meer suiker in, en dadels worden meestal ook nog besproeid met suikerhoudende elementen, zoals syrups of suikerwater.
Ga op je gevoel, neem eerst 2 abrikozen, en wek later begin met 1 abrikoos. Dus haast niet, je overgewicht heb je niet in 2 weken opgebouwd, dus verwacht niet om in 3 weken af te vallen, dwing je zelf niet. ga systematisch en rustig te werk.

Ik heb zelf een aantal weken heel moeilijk gehad, eerste 2-3 weken heb ik zelfs in het weekeind zoetige dingen gegeten, maar na een week zonder suiker, voel je heel snel wat het met je doet. zodra je een stuk opeet, voel je all rillingen en wil je meer. dus stap voor stap, afbouwen, en overgaan op minder en gezonde alternatieven.

2. Ruim alle ongezonde suikers, doe ze in een doos en verstop ze of gooi ze weg. je hebt ze niet nodig, je lichaam heeft ze niet nodig. ook niet als je slank bent.  Trouwens hetzelfde geldt voor de kids, ik heb een kind, en sinds aantal weken mag ze niet zomaar zoetigs snacken, we hebben dus afgesproken wanneer het mag en hoeveel. met uitleg waarom, en niet in een keer maar rustig afgebouwd. Nu is mijn kind veel stabieler, leert ook beter, is beter met cijfers geworden, kan beter concentreren. dus suikers moet men echt verbannen.

3. Bij de super ga je niet blindelings dingen in de mandje leggen. lees alles wat op de verpakking staat. ook all zie je BIO, GROEN, Gezond bla bla bla, leugens allemaal leugens. Lees de etiketten, lees de ingridienten. zie je suiker staan, of syrop, of dextroze, niet kopen!!! leg terug.
Ongeacht wat het is, er is een origineel suikerloos alternatief. hetzelfde doe je met brood, zit er iets wat er niet hoort ? zoals suikers, syrup, honing, dextrose, palm, niet kopen, zoek andere brood waar dat niet in zit.
Denk niet dat het heel weinig is en zal niets doen, het zal je hormoon huishouding verstoren, en ervoor zorgen dat je weer instabiel gaat consumeren. dit heb ik jaren op mezelf getest en gezien.

Het principe is heel simpel, Vlees hoort vlees te bevatten. brood hoort meel en meel producten te bevatten, soms ook zaadjes nootjes maar geen suikers of suiker vervangers en ook geen palm vet. Dit geld voor alle producten.
Ijs, ik raad het af, maar als je het niet kan laten in het begin, er hoort ijs in te zitten, dus melk, suiker, en smaak zoals vanila bijvoorbeeld, zie je 300 ingridienten inclusief palm? dan koop je palm met chemische stoffen, ik noem het, de tabel van mendeljev, dus alle chemische stoffen die ze hebben kunnen vinden zitten erin. Niet kopen dus.

4. De honing, de zogenaamde redder van ons planeet, niet dus :)) Ik heb extensieve kennis van honing, en zal het simpel houden, honing = 10x suiker.
Dus honing is gewoon geconcentreerd suiker, maak jezelf niet gek en blijf er vanaf.
Ik heb het hier niet over de echte honing die men niet in de winkel kan kopen, de echte honing met meer dan 100x actieve stof deeltjes, deze koop je niet in de supermarkt, deze zijn heel erg duur en worden als medisch product geconsumeerd.

Bijvoorbeeld Manuka 500, dat is dus een heel actieve honing deze wordt soms wel eens gebruikt voor verschillende dingen zoals maag, keel en andere aandoeningen. dit soort honing is heel duur en dus niet te koop bij de Super, een klein blik kost gemiddeld 30-40 euro. Deze is dus ook suiker, maar met echte honing delen erin en kan dus medisch worden gebruikt. medisch betekent, met lepeltje kleine hoeveelheid in je mond, of op de wond, etc… niet lepels in de thee en roeren.
Honing in de thee is gewoon suiker, onthou dit goed.

Maar koolhydraten aka suikers hebben we toch nodig, hoe komen we eraan ?
Jazeker, je hebt ze nodig, en je komt eraan via : fruit, brood, aardappels etc…  puur natuur zoals het vaak wordt gezegd.

Dus suikers hebben we zeker nodig maar in de natuurlijke vorm en in natuurlijke hoeveelheden.
ik zal hier kort in zijn, want ieder persoon is anders zijn de samenstelling van de maaltijden ook, maar zorg ervoor dat je geen misbruik maakt van fruit. fruit is gezond, maar dat betekent niet dat je 3 appels per dag, 5 sinaasappels, en kilo bananen naar binnen mag werken.
eigenlijk voor iemand met overgewicht is een appel per dag all te veel of genoeg en het hoeft niet elke dag. een twee keer in de week een appeltje, het liefst van groenere soort. sinas producten, zoals sinaasappel mandarijnen etc… heb je niet echt nodig. maar als je ze wilt, eet dan een of twee per week, en niet in de sap form maar in de normale vorm. kauwend op eten.

 

Uitslag huisarts

Na een algemene onderzoek bij je huisarts krijg je de onderzoeksresultaten (uitslag huisarts) , van je bloed en waarschijnlijk hoor je ook van je arts of je gezond bent of niet.

valkuilen betreft resultaten en huisartsen:
let altijd goed op alles wat in de resultaten is aangegeven en wat de doctor zegt.

voorbeeld :
Doctor zegt je vitamine D tekort hebt,  vaak wordt gezegd dat het niet heel erg is.

WEL dus, alles wat niet klopt alles wat te laag of te hoog is is niet goed.
Het heeft niet alleen maar te doen met bijvoorbeeld een functie, maar meeste vitamines en mineralen hebben verschillende / meerdere functies.
als je dus tekort hebt aan vitamine D dan is er kans om gelijk meerdere lichaams- problemen te ontwikkelen. tekort aan vitamine kan dus schadelijk zijn in een bepaald proces van spijsvertering of hormonale werkingen en andere plaatsten.
dus is het heel belangrijk om alles in balans te houden.
Heb je tekort? vraag de arts naar een oplossing, Hetzij pillen, of bepaalde toevoegingen, maar zorg ervoor dat je het uit de weg ruimt.

en lees, lees, lees. zoek het uit, google het

De voedingsanamnese

De voedingsanamnese is een van de belangrijkste instrumenten om gegevens over de voeding van de cliënt te verkrijgen. Deze voedings­ anamnese geeft inzicht in de voedingsgewoonten van de cliënt. Ook zegt ze iets over de samenstelling van de voeding. Op basis van de verkregen informatie kan een gericht voedingsadvies worden samengesteld, dat zo goed mogelijk aansluit op het bestaande voedingspatroon.Een voedingsanamnese biedt echter nog meer mogelijkheden. Ze kan gebruikt worden als hulpmiddel bij het vaststellen van een diagnose en als evaluatie van een behandeling.
U weet inmiddels dat een gewichtsconsulent zich niet bezighoudt met de begeleiding van zieke mensen. Het vaststellen van een diagnose lijkt dan wat vreemd als onderdeel van een voedingsanamnese. Inzicht in het voedingspatroon kan de gewichtsconsulent echter helpen om te beoor­delen of een cliënt moet worden doorverwezen of niet. De voedingsanamnese is een dermate belangrijk hulpmiddel voor de gewichtsconsulent, dat er een apart hoofdstuk aan gewijd is. In dit hoofdstuk komen verschillende technieken aan bod om de voedings­ anamnese af te nemen.

De voedingsanamnese wordt niet alleen door gewichtsconsulenten toegepast, maar uiteraard ook door diëtisten en soms ook door leefstijlcoaches. De methodieken die gebruikt worden om inzicht te krijgen in het voedings pa­troon van de cliënt zijn gelijk aan elkaar. Er is wel een verschil in wat er met dat inzicht gedaan wordt. Een diëtist gebruikt de voedingsanamnese als hulpmiddel om een diëtistische diagnose te stellen en een dieet op te stellen. Een gewichtsconsulent stelt zelf geen diagnose en geeft een voedingsadvies, geen dieet.

Om duidelijk te maken wat het verschil is tussen een dieet en een voedings­ advies, geven we hier de definitie van dieet:
In Nederland wordt onder dieet verstaan : een voeding die om medische redenen aan specifieke eisen moet voldoen ten behoeve van een individu. Een dieet wordt voorgeschreven door een arts en opgesteld door een diëtist. Wanneer mensen zeggen dat ze ‘op dieet’ zijn, dan bedoelen ze meestal dat ze op eigen initiatief minder eten om af te vallen. In theorie heeft dat niets te maken met een dieet. Een voedingsadvies is een algemeen advies, gebaseerd op gezonde voeding volgens de Richtlijnen Goede Voeding. Het is een advies dat niet gebaseerd is op medische gronden, geen specifieke eisen kent en bestemd is voor grotere groepen mensen. De Schijf van Vijf is hierbij een hulpmiddel. De Richt lijn en Goede Voeding en de Schijf van Vijf worden in een ander hoofdstuk nader toegelicht.

Ajb. 1. De Schijf van Vijf is een belangrijk hulpmiddel bij het geven van een Voedingsadvies.

De voedingsanamnese: methodieken

In dit hoofdstuk zullen we enkele methodieken bespreken waarmee een voedingsanamnese kan worden afgenomen. Dit zijn:
• Eetdagboek.
• Dietary history.
• 24- uur recall.

We zullen al deze methodieken uitgebreid beschrijven, zodat u er in de praktijk mee aan de slag kunt.

Eetdagboek
Het bijhouden van een eet- dagboek is de bekendste methodiek om inzicht te
krijgen in het voedingspatroon van de cliënt. Het is een schriftelijke voedings­
anamnesemethodiek die vaak niet zo eenvoudig is als het lijkt.
De gewichtsconsulent kan ervoor kiezen zelf formulieren te ontwikkelen, de cliënt kan op blanco papier werken, maar ook zijn er complete voedingsdag­ boeken te verkrijgen waar in gedurende langere tijd de voeding kan worden bijgehouden.

Het principe van het eetdagboek is simpel: de cliënt noteert gedurende één of meerdere dagen alles wat hij die dag eet en drinkt. Afhankelijk van het doel van de voedingsanamnese kan de cliënt ook noteren hoe laat hij iets neemt, waar hij is, of hij met iemand samen is en in welke gemoedstoestand hij is. Dit laatste wordt vaak gebruikt om meer inzicht te krijgen in bijvoorbeeld emoti­oneel eten, een probleem dat men soms bij overgewicht tegenkomt. Emoti­oneel eten behandelen is niet aan te raden als u net als gewichtsconsulent begint.
Ook kunt u behalve de voeding bij laten houden hoe vaak de cliënt beweegt en wat hij dan precies doet.
Bij het geven van de opdracht aan de cliënt om een eet- dagboek bij te houden, is het belangrijk een duidelijke instructie te geven. De gewichtsconsulent

bepaalt hoeveel dagen het eet- dagboek bijgehouden moet worden. Bij een cliënt met een regelmatig eetpatroon kan het bijvoorbeeld voldoende zijn om
twee doordeweekse dagen en twee weekenddagen te nemen. Bij een cliënt die een onregelmatig eetpatroon heeft, kan het nodig zijn gedurende een langere periode het eet- dagboek bij te houden. U kunt hierbij denken aan mensen met onregelmatig werk, ploegendiensten of nachtdiensten, maar ook aan mensen die voor hun werk regelmatig uit eten moeten gaan (zakenlunch, in een hotel eten).

Van belang is ook om instructies te geven over de nauwkeurigheid waarmee de cliënt het eet- dagboek in moet vullen. Als u hier niet volledig in bent, kan het zijn dat u niet zoveel kunt met de informatie in het eet- dagboek van de cliënt.
U kunt de instructie geven, dat de cliënt alle porties moet wegen in grammen. Dit maakt het makkelijker om de voeding te berekenen, maar is voor de cliënt mogelijk niet haalbaar of lastig uit te voeren. Ook kunt u de instructie geven om huishoudelijke maten te gebruiken, zoals: een schaaltje magere yoghurt, drie opscheplepels bloemkool, één sinaasappel.
Belangrijk is wel dat u een methode neemt, waarvan u de resultaten gemak­kelijk kunt berekenen.
Als u de opdracht met de cliënt doorspreekt, kunt u aangeven wat u van de cliënt verwacht. Een voorbedrukt eet- dagboek is daarbij op zichzelf al een goed hulpmiddel. Dit kunt u gemakkelijk zelf maken in Word of Excel.

Het nauwkeurig invullen van een eet- dagboek door de cliënt is voor de gewichtsconsulent van belang om de voeding te kunnen berekenen. Zoals gezegd, moet het dagboek volledig worden ingevuld. Als een cliënt vermeldt dat het ontbijt bestond uit een glas melk en twee belegde boterhammen, weet u nog niets. Een duidelijker voorbeeld is:
• 2 volkoren boterhammen
• normaal besmeerd met halvarine
• 1 plak kaas 20+
• 1 halvajam
• glas halfvolle melk.

Ajb. 2. Te dik besmeerd? Een foto kan duidelijkheid verschaffen.

Over het besmeren van brood en het beleg kunt u afspraken maken over de hoeveelheid.
U kunt foto’s laten zien van een boterham waar nauwelijks halvarine op is gesmeerd, een boterham met een gemiddelde hoeveelheid en een boterham die dik besmeerd is. Als u met de cliënt overlegt hoe u dit in het eetdagboek terug wilt zien, is het voor beiden duidelijk wat bedoeld wordt.
Bijvoorbeeld: een dik besmeerde boterham telt voor twee porties halvarine.
Vaak zijn cliënten geneigd om ‘s avonds het eetdagboek voor de hele dag in te vullen. Het kan zijn dat men dan niet meer precies weet wat er gegeten is. Het eetdagboek geeft dan een onvolledig beeld. Soms eten mensen achteloos, zonder erbij na te denken. U kunt hierbij denken aan een snoeppot die in een kantoortuin op tafel staat. Of een zak drop die de cliënt in de auto heeft liggen en waaruit hij tijdens een file gedachteloos wat neemt. Het kan zijn dat die voedingsmiddelen dan niet terug te vinden zijn in het eetdagboek. Dit probleem kan ondervangen worden door meteen tijdens of na de maaltijd of een tussendoortje op te schrijven wat er gegeten is. Een klein notitieboekje in de tas of op de eettafel kan hierbij een hulpmiddel zijn.
Later in dit hoofdstuk komen we terug op de voor- en nadelen van deze
methode.

Dietary history
De dietary history is een methode die veel gebruikt wordt in de gezond­ heidszorg om een voedingsanamnese af te nemen. Het verschil met het eetdagboek is dat de gewichtsconsulent hier een actievere rol in heeft.
Bij de dietary history wordt eveneens onderscheid gemaakt tussen weekdagen en weekenddagen. Ook kan men nagaan hoe de cliënt eet als het gaat om nachtdiensten of andere onregelmatige tijden.
Door het toepassen van een checklist kan de gewichtsconsulent nagaan of er bepaalde producten niet of nauwelijks gegeten worden. De dietary history geeft een goed beeld van het voedingspatroon van de cliënt. De gewichtscon­ sulent is in staat om met de gegevens uit de dietary history de voeding te berekenen en een advies te geven. Daarnaast kan de informatie die verkregen is, gebruikt worden om de cliënt inzicht te geven in diens voedingspatroon. Tot slot kan de dietary history worden gebruikt om een behandeling tussen­
tijds of na afloop te evalueren.
De dietary history is een interview met de cliënt over zijn gebruikelijke voedingspatroon op verschillende dagen. Het afnemen van deze vorm van voedingsanamnese neemt ongeveer een half uur in beslag.

Het is erg belangrijk dat er een vertrouwensrelatie is tussen de gewichtsconsulent en de cliënt. De cliënt moet de kans krijgen en zich voldoende vertrouwd voelen om de benodigde informatie te geven. Dit vraagt om goede luistervaardigheden van de gewichtsconsulent. Belangrijk is om goed te letten op non-verbale signalen en de cliënt niet te sturen met uw vragen. Vanzelf­ sprekend neemt u een open, niet- veroordelende houding aan.

De verkregen informatie noteert u op een registratieformulier. Er zijn veel registratieformulieren in omloop, vaak in diëtistenpraktijken of ziekenhuizen. U kunt ook zelf een formulier ontwerpen. Een registratieformulier is een hulpmiddel voor de voedingsanamnese. Het helpt u om alle informatie na te
vragen die u nodig hebt. Het is echter niet bedoeld om het gesprek te sturen, ( bijvoorbeeld door adviezen te geven naar aanleiding van wat de cliënt vertelt’ ) of een oordeel uit te spreken over wat de cliënt neemt.

Het afnemen van de dietary history
Een goede voorbereiding op het gesprek is belangrijk om de voedings­
anamnese goed te laten verlopen. Als u zich hebt ingesteld op het gesprek en alle benodigde materialen, zoals een vragenlijst met pen, hebt klaarliggen, zult u het gesprek ontspannen en open in kunnen gaan.
Voordat u de anamnese uitvoert, is het belangrijk dat u de cliënt informatie geeft over het doel van het interview en op welke manier u de gegevens gaat verzamelen. U vertelt daarbij hoelang het gesprek zal gaan duren, wat u van de cliënt verwacht en welke informatie u op gaat schrijven. Eventuele vragen van de cliënt beantwoordt u natuurlijk.
Omdat het bij deze methode gaat om voor de cliënt vertrouwelijke informatie, is het belangrijk dat de cliënt zich veilig en vertrouwd genoeg voelt om alles te kunnen vertellen.

Als eerste vraagt u na, of er regelmatig gegeten wordt en of er dagen zijn dat er anders gegeten wordt. Bij het eerste gaat het erom, of de cliënt een regel­ matig eetpatroon heeft met meerdere maaltijdmomenten op redelijk vaste tijdstippen per dag. Bij de tweede vraag gaat u na, of er sprake is van een ander eetpatroon in het weekend, op vrije dagen en of er onregelmatig werk is met andere etenstijden.
U kunt ook vragen of er sprake is van problemen met kauwen. Het kan zijn dat een cliënt als gevolg van een slecht gebit moeite heeft met bepaalde producten.

Hierna vraagt u de voeding na. Wanneer er sprake is van verschillende dagen, bijvoorbeeld de cliënt eet in het weekend anders dan doordeweeks, dan vult u voor beide dagen een formulier in.
De vragen die u stelt, zijn zo veel mogelijk open. Belangrijk is ook om door te vragen. Het gaat erom, dat u precies weet wat ie mand eet.

Als eerste vraagt u na wat het eerste maaltijdmoment van de d ag is. Voor veel cliënten zal dit het ontbijt zijn, maar dat hoeft niet. Er zijn ook mensen die
niet ontbijten of alleen een kop koffie nemen.

Voorbeeldvragen die u kunt stellen (gericht op het ontbijt):
‘U begint ‘.s ochtends m et een ontbijt, wat eet u dan? Smeert u iets op uw brood? Doet u er dan nog iets op?’

‘Drinkt u daar iets bij? Wat drinkt u? Wat doet u in de koffie?’

Als u voldoende antwoord hebt gekregen, gaat u verder met het volgende maaltijdmoment. Dit kan een tussendoor tje zijn, maar ook de lunch. Door heel specifiek na te gaan wat iemand eet en drink t, krijgt u een goed beeld van het voedingspatroon van de cliënt.

Bij de maaltijden is het ook belangrijk om na te vragen waar deze gebruikt worden. Voor mensen die overdag werken, kunt u nagaan of zij een lunch meebrengen, in een kantine eten of een warme maaltijd gebruiken.
Een extra aandachtspunt hierbij is het gebruik van alcohol. Wees bedacht op sociaal-wenselijke antwoorden van de cliënt. Veel cliënten zullen het niet prettig vinden om bepaalde aspecten van hun voedingspatroon te benoemen. Vaak speelt schaamte een rol, maar ook wil men niet altijd voor zichzelf erkennen dat er te veel gesnoept of gedronken wordt.

Bij de warme maaltijd kunt u nog extra vragen stellen:
• Wordt er iedere dag warm gegeten?
• Wordt de warme maaltijd thuis of buitenshuis gebruikt?
• Wie doet de boodschappen?
• Wie bereidt de maaltijden?
• Voor hoeveel personen wordt de maaltijd gekookt?
• Wat wordt gedaan met overgebleven voedsel?
• Worden er vaak kant-en-klaarmaaltijden of afhaalmaaltijden gegeten?

Bij de warme maaltijd dient u rekening te houden met het gebruik van alcohol. Verder kunt u doorvragen op het gebruik van een voorgerecht, soep, het gebruikte bereidingsvet voor vlees/vis/gevogelte, of er extra’s zijn als saus, appelmoes of rauwkost, of er een nagerecht wordt genomen en of er bij de maaltijd iets gedronken wordt.
Tot slot gaat u na of er ‘s avonds nog iets gegeten en gedronken wordt en zo ja, wat dit is.

De dietary history wordt afgesloten met een checklist. Hierbij vraagt u de ( cliënt per dag aan te geven hoeveel van welke voedingsmiddelen hij neemt.
Het gaat om het aantal per voedingsmiddel: hoeveel sneetjes brood, hoeveel glazen melk, hoeveel koppen koffie, hoeveel suikerklontjes etc. Voor de warme maaltijd kan dit ook per week worden gedaan, bv. als de cliënt alleen in het weekend soep bij de warme maaltijd neemt. Verder gaat u na in hoeverre het eetpatroon in het weekend afwijkt van doordeweeks, bijvoorbeeld doordat in het weekend meer producten als pizza, afhaalmaaltijden en snacks worden gegeten.
Aan de hand van de verkregen informatie kan de gewichtsconsulent de voeding berekenen.

Afb. 3. Een voorbeeld van een maaltijd

24- uur recall
Bij het afnemen van een 24-uur recall gaat de gewichtsconsulent na wat de cliënt de vorige dag gegeten en gedronken heeft. De gewichtsconsulent begint bij het eerste eetmoment van die dag en gaat dan chronologisch de rest van de dag na.
De 24-uur recall is een momentopname. Het geeft daarmee geen goed beeld
van het gebruikelijke voedingspatroon van een cliënt. De informatie die afkomstig is uit een 24-uur recall kan wel de basis zijn voor een gesprek, omdat er knelpunten in de voeding gesignaleerd kunnen worden. Wees erop bedacht dat een 24-uur recall niet voldoende is om een begeleiding te gaan starten . Ook niet als de cliënt aangeeft dat er weinig variatie zit in zijn eetpa­ troon. De meeste mensen eten in het weekend anders dan doordeweeks. Ook verjaardagen, vakanties of uit eten gaan leiden tot een ander eetpatroon op zo’n dag.

De 24-uur recall wordt veel gebruikt bij de Voedselconsumptiepeilingen. Dit zijn onderzoeken naar voedingspatronen. Hierbij worden grote groepen mensen gevraagd naar hun dagelijkse voeding om zo de gemiddelde inname van voedingsstoffen te meten. Gebleken is dat de 24-uur recall voor dit doel een betrouwbaar hulpmiddel is.

Ook de 24-uur recall wordt afgenomen door middel van een interview. De structuur van het interview is vergelijkbaar met de dietary history. U begint met na te gaan wanneer het eerste eetmoment van de dag was. Daarna vraagt u alle volgende momenten na. Om te voorkomen dat uw cliënt producten vergeet, kunt u navragen welke activiteiten hij heeft ondernomen en of hij hierbij iets gegeten of gedronken heeft. Bijvoorbeeld:
‘Toen u in de auto naar huis reed, heeft u onderweg iets gegeten of gedronken?’ ‘Toen u s’ avonds televisie keek, heeft u toen iets gegeten of gedronken?’
Net als bij de dietary history is het belangrijk dat u van tevoren duidelijk aan de cliënt vertelt welke gegevens u gaat navragen en met welk doel u dit doet. Het spreekt voor zich, dat ook bij deze voedingsanamnese een vertrouwensrelatie tussen gewichtsconsulent en cliënt van groot belang is.

Voeding berekenen
Als u de benodigde gegevens verzameld heeft, kunt u de voeding gaan berekenen. De methodieken hiervoor worden in een volgend hoofdstuk besproken. Als de cliënt voor meerdere dagen de voeding heeft ingevuld in een eetdagboek of u heeft van meerdere dagen een registratieformulier ingevuld, dan kunt u de berekeningen over die verschillende dagen met elkaar vergelijken.

De verkregen informatie geeft inzicht in het voedingspatroon van de cliënt en daarmee ook in factoren als:

• Onregelmatige patronen (doordeweeks gezond en regelmatig, in het weekend te veel snacks en gemaksvoedsel).
• Moeilijke momenten (overdag so ber eten en ‘s avonds snacks en snoep).
• Knelpunten in maaltijdmomenten (op werkdagen veel koffie en geen ontbijt).
• Knelpunten in de voeding (te weinig zuivel, te weinig groenten en fruit).

Met de verzamelde informatie en de door u gemaakte berekeningen heeft u een goed beeld gekregen van het voedingspatroon van de cliënt en de knelpunten. Hierop kunt u een voedingsadvies gaan inzetten.

 

Voedingsanamnese: voor- en nadelen
Alle drie de methodieken om een voedingsanamnese af te nemen, kennen voor- en nadelen. We zullen hier van elke methodiek beide benoemen.

Eetdagboek
Als voordelen van deze methodiek kunnen we noemen:
• Het is een relatief eenvoudige manier om te verwerken voor zowel de cliënt als de gewichtsconsulent.
• Het is een geschikte methodiek als u over langere tijd informatie van het voedingspatroon van de cliënt wilt verzamelen.
• De tijd die het vraagt om het eetdagboek in te vullen, valt niet onder de spreekuurtijd.

Als nadelen van het gebruik van het eetdagboek kunnen we noemen:
• Als er onduidelijkheden in de instructie zijn, kunnen de verkregen gegevens niet als betrouwbaar worden gezien. Mogelijk moet de opdracht
opnieuw worden gedaan, omdat de gewichtsconsulent de berekeningen (“) niet kan maken.
• De kans op sociaal-wenselijk invullen is aanwezig. Het vermoeden bestaat dat ongeveer een derde tot de helft van de cliënten het eetdagboek niet naar waarheid invult.
• Omdat de cliënt heel bewust alles wat hij eet en drinkt noteert, is de kans aanwezig dat er minder wordt genomen dan zijn bedoeling was (‘Laat ik dat zakje chips maar niet nemen, anders moet ik het opschrijven’),terwijl het eetdagboek juist bedoeld is om inzicht te krijgen in het gebruikelijke eetpatroon van de cliënt.
• Als de cliënt over een langere periode het eetdagboek bij moet houden, bestaat de kans dat het vergeten wordt en dat de cliënt meerdere dagen tegelijk invult. Zelfs als de cliënt ‘s avonds het eetdagboek voor de hele dag invult, is de kans op fouten al aanwezig.
• Het kan voorkomen dat de cliënt de opdracht niet begrijpt en het eetdagboek verkeerd invult; dit is niet altijd te achterhalen uit het resultaat.
Een voorbeeld: een cliënt weet niet dat halvarine en margarine verschillen
in hoeveelheid vet en vult niet het product in wat hij gebruikt, maar het ( ) andere product. Hierdoor ontstaat een vertekend beeld over de ‘ hoeveelheid vet die hij gebruikt. Eenzelfde probleem kan zich voordoen als
de cliënt moeite heeft met maten en gewichten, bv. een opscheplepel en een eetlepel door elkaar halen.
• De cliënt kan bij een volgend consult ‘vergeten’ zijn het eetdagboek in te vullen. Ook komt het voor, dat de cliënt het te veel werk vindt en het eetdagboek half invult.

Dietary history
Als voordelen van deze methodiek kunnen we noemen:
• Bij goed navragen door de gewichtsconsulent wordt een goed inzicht verkregen in het voedingspatroon van de cliënt.
• Een interview kan voor de cliënt minder belastend zijn dan het zelf moeten invullen van alle producten.
• De gewichtsconsulent krijgt niet alleen een beeld van het voedingspatroon,
maar ook kunnen aanwezige voedselvoorkeuren en -aversies aan het licht komen, wat voor het voedingsadvies weer nuttig is.

Als nadelen van de dietary history kunnen we noemen:
• Het vraagt van de gewichtsconsulent veel op het gebied van gespreksvaar­
digheden, zowel de luistervaardigheden als het stellen van de juiste vragen.
• Als de cliënt niet voldoende veiligheid en vertrouwen ervaart, is de kans groot dat hij sociaal-wenselijke antwoorden zal geven.
• De gewichtsconsulent kan het gesprek ongemerkt gaan sturen of onvol­ doende doorvragen. Hierdoor kan de verkregen informatie anders zijn dan de werkelijkh eid .

24-uur recall
Als voordelen van deze methodiek kunnen worden genoemd:
• De gewichtsconsulent krijgt snel een beeld van het voedingspatroon en eventuele knelpunten.
• De verkregen informatie kan helpen een gesprek aan te gaan over de voeding.
• Voor (wetenschappelijk) onderzoek is het een eenvoudige en betrouwbare methode.

Als nadelen van deze methodiek kunnen worden genoemd:
• De gewichtsconsulent krijgt geen beeld van het gebruikelijke voedingspa­troon van de cliënt over een langere tijd.
• De nadelen die genoemd zijn bij de dietary history gelden ook voor de 24-uur recall.

Welke methode wordt gebruikt?

Voor het afnemen van een goede voedingsanamnese, zijn er verschillende methodieken die u kunt toepassen. In dit hoofdstuk hebben we de drie meest gebruikte methodieken behandeld. Welke methode u gaat gebruiken, zal afhankelijk zijn van uw voorkeur, de cliënten die u hebt en het gemak waarmee u een methodiek kunt toepassen of niet.
Het is aan te raden om met alle methodieken te oefenen, zodat u er vertrouwd mee raakt. In een eerste gesprek met een cliënt kunt u dan beter beoordelen welke methodiek voor deze cliënt geschikt is. Dit heeft twee belangrijke voordelen.

Aan de ene kant kunt u per situatie die methodiek kiezen die het beste aansluit bij uw behandeldoel; hierdoor beschikt u over de juiste benodigde informatie. Een ander voordeel is, dat u beter kunt aansluiten bij de hulpvraag en wensen van de cliënt. Een cliënt die het niet ziet zitten gedurende enkele dagen een eetdagboek bij te houden, kunt u beter aanbieden de dietary history af te nemen. Een cliënt die weinig zicht heeft op wat hij eet, kan hier via een eetdagboek meer over te weten komen. Uiteraard vraagt dit wel om een goede instructie en uitleg.

Mocht u na verloop van tijd in de begeleiding merken dat de cliënt moeite heeft met het voedingsadvies of dat het gewichtsverlies stagneert, dan kunt u opnieuw een voedingsanamnese afnemen om weer een beeld te krijgen van het voedingspatroon op dat moment.

Tot slot
Een voedingsanamnese is het uitgangspunt om uw behandeling van start te laten gaan. Met behulp van de verkregen gegevens hebt u inzicht in het gebruikelijke voedingspatroon van de cliënt en kunt u een gericht voedings­ advies geven, de juiste knelpunten analyseren en doelen stellen.
Daarnaast geeft de voedingsanamnese u inzicht in ideeën en opvattingen die
de cliënt kan hebben ten aanzien van voeding. U kunt hierbij denken aan de volgende voorbeelden:

• De cliënt is van mening voldoende groente en fruit te eten; bij navraag blijkt dit vooral potgroente te zijn en vruchtensap met nauwelijks voedingsstoffen.
• De cliënt zegt iedere dag Hollandse pot te eten; bij navraag blijkt het te
gaan om kant-en-klaarmaaltijden met een hoog gehalte aan natrium.
• De cliënt zegt gezond te leven met weinig vet; uit de berekening blijkt het vetgehalte veel te laag te zijn.
• De cliënt begrijpt niet waarom hij ‘s avonds de neiging krijgt te veel te eten; ( ‘)
uit de anamnese blijkt een te lage energie-inname overdag.

Met de voedingsanamnese hebt u een instrument in handen waarmee u het eetpatroon van de cliënt in kaart kunt brengen. Hiermee hebt u een belang­ rijke stap gemaakt in de analyse van het probleem en de hulpvraag. Een voedingsanamnese alleen is echter niet voldoende om een begeleiding te starten. Daarvoor hebt u meer informatie nodig, bijvoorbeeld hoeveel overge­ wicht de cliënt heeft. Om dit na te gaan, maakt u gebruik van antropometrie. Hierover leert u meer in het volgende hoofdstuk.

 

 

 

De algemene anamnese

Een gewichtsconsulent of voedingsadviseur is een professional die gezonde mensen met overgewicht helpt bij het proces van afvallen. Veel mensen zullen ervaring hebben met afvallen , maar komen niet voor niets bij u in de praktijk. De reden dat zij uw hulp zoeken, is dat zij zelf niet in staat zijn iets aan hun overgewicht te doen. Begeleiding door een professional is voor veel mensen een belangrijke stok achter de deur. Vaak wordt gedacht dat afvallen een tijdelijk proces is; als de cliënt eenmaal het streefgewicht heeft bereikt, kan hij weer stoppen met lijnen. Zo eenvoudig is het niet. U begeleidt cliënten naar een gezond voedings- en beweegpatroon dat zij de rest van hun leven kunnen volhouden. Om een cliënt hierin goed te kunnen begeleide, is het van belang dat u de cliënt goed kent. Hiervoor maakt u gebruik van een gesprek, de zogenaamde intake. In een intakegesprek (of som meerdere gesprekken) zult u een heleboel over de cliënt te weten komen. Zonder deze informatie is het praktisch onmogelijk om een begeleidingstraject in te gaan.

Een ander woord dat u vaak tegen zult komen, is anamnese. Dit woord komt uit het Grieks en betekent ‘herinnering’ In de gezondheidszorg wordt veelvuldig gebruikgemaakt van anamneses: bij de huisarts, in de ziekenhuizen, binnen fysiotherapie, psychotherapie, dietetiek en ook in de praktijk van een gewichtsconsulent of voedingsadviseur. In dit hoofdstuk en de volgende hoofdstukken maakt u kennis met de onderwerpen die in de anamnese naar voeren zullen omen. Deze informatie is  voor u van groot belang. Zoals gezegd, begeleidt u gezonde mensen met overgewicht. Om er zeker van te zijn dat u de gezondheid van uw cliënten goed in kaart kunt brengen, is het noodzakelijk goed door te vragen totdat u alle relevante informatie heft verzameld. Op grond van de verkregen  informatie kunt u dan een begeleidingstraject starten of de cliënt doorverwijzen naar een huisarts, een diëtist, een psycholoog of een andere hulpverlener.

 

Intake

De intake is de eerste kennismaking tussen u en uw (potentiële) nieuwe cliënt. Hoe  u dit eerste gesprek aangaat, is op verschillende manieren mogelijk en is mede afhankelijk van wat u met dit gesprek wilt bereiken. Als u de drempel laag wilt  houden, kunt u kiezen voor een gratis kennismaking. Uiteraard kan deze ook via telefoon of e-mail plaatsvinden.

Kennismakingsgesprek
het eerste gesprek met een cliënt kan, zoals gezegd, op verschillende manieren worden ingevuld. Sommige gewichtsconsulenten of voedingsadviseurs vinden het prettig eerst een vrijblijvend kennismakingsgesprek te houden waarin ze meer vertellen over hun werkwijze, hoe een behandeling eruitziet en wat algemene zaken over tarieven, afspraken annuleren en verzekeringen. na afloop van een kennismakingsgesprek kan een intake worden ingepland. Ook komt het voor dat de cliënt niet direct een nieuwe afspraak wil maken en eerst het gesprek op zich in wil laten werken. Hoe u hiermee omgaat, is ook afhankelijk van hoe u het kennismakingsgesprek hebt uitgelegd voordat de cliënt een afspraak met u maakte.
Het voordeel van een vrijblijvend kennismakingsgesprek is, dat u daarmee een visitekaartje kunt afgeven zonder dat een cliënt al bij u in behandeling is. U verlaagt daarmee de drempel voor cliënten die wel willen, maar nog niet goed weten wat ze kunnen verwachten of cliënten die het moeilijk vinden om naar een consulent te stappen.

Als u hebt aangegeven dat het gesprek vrijblijvend is en dat dit niet direct tot een begeleidingstraject leidt, kan het voor een cliënt echter wel vervelend zijn als u hier in het gesprek op aanstuurt. Anderzijds weten cliënten op het moment dat ze een afspraak maken vaak wel dat ze iets aan hun overgewicht willen doen en zullen zij het liefst meteen een vervolgafspraak willen plannen.

Bedenk voor uzelf of u het kennismakingsgesprek gratis wilt doen of dat u de cliënt ervoor laat betalen. Beide vormen hebben voor- en nadelen. Een kennismakingsgesprek kan, inclusief voorbereiding en verslag legging naderhand, behoorlijk wat tijd in beslag nemen. As u de cliënt hiervoor laat betalen, bent u geen dief van uw eigen portemonnee. Aan de andere kant kan een gratis gesprek ook leiden tot een lagere drempel om de stap naar een begeleidingstraject te zetten. Mocht u merken dat de cliënt geïnteresseerd is in een begeleiding, dan kunt u informatie meegeven en aansturen op het maken van een afspraak voor een intakegesprek.

Intakegesprek
Veel gewichtsconsulenten en voedingsadviseurs gebruiken het eerste consult direct om een intake te houden. De insteek is de hulpvraag van de cliënt. We komen hier in dit hoofdstuk nog op terug.
Neemt u in het eerste gesprek meteen een intake af, dan hebt u ongemerkt de cliënt al een stok achter de deur gegeven, zodat de kans groter is dat hij een begeleidingstraject ingaat.
Uiteraard is het van belang dat u elk gesprek goed voorbereidt en een methode gebruikt om de cliëntgegevens op zo’n manier te verzamelen dat u de cliënt naderhand niet hoeft te bellen voor aanvullende gegevens.

 

Algemene gegevens anamnese

De anamnese is een belangrijk onderdeel van uw werk als gewichtsconsulent of voedingsadviseur. U stel gerichte vragen om op die manier de benodigde informatie te kunnen verzamelen. Het is mogelijk dat u een deel van deze gegevens op papier krijgt. Hierbij kunt u denken aan een lijst met relevante informatie zoals medicijngebruik die de cliënt van de huisarts heeft gekregen. De meeste informatie zult u echter verzamelen door vragen te stellen aan de cliënt. Daarbij is het van belang dat u gebruikmaakt van gespreksvaardigheden zoals u deze verderop in de cursus zult leren.
Sommige gewichtsconsulenten of voedingsadviseurs kiezen ervoor de cliënt zo veel mogelijk zelf te laten vertellen over zijn problemen met overgewicht. De cliënt kan op zijn gemak zijn verhaal doen en kan vertellen wat hij belangrijk vindt wat betreft zijn problemen. Toch is dit niet aan te raden als methode om een anamnese af te nemen.


Een voorbeeld
Gewichtsconsulente Tessa Vraagt aan haar nieuwe cliënt: ‘ je vertelde me net   dat je hulp zoekt omdat je al jaren overgewicht hebt. Zou je me daar wat meer  over kunnen vertellen?’
De cliënt knikt, aarzelt even en steekt dan van wal: ‘ Ja, ik ben al jaren te zwaar, sinds mijn kleutertijd al. Ik was altijd ‘ dat dikke kind’ , werd als laatste gekozen met gym en soms mocht ik ook niet bij vriendjes spelen. Dat kwam ook wel omdat mijn ouders niet zoveel geld hadden en ik daardoor niet vaak nieuwe kleren kreeg. Vaak kreeg ik afdankertjes van mijn nichtje, die is twee jaar ouder dan ik. Niet leuk, hoor, als je klasgenoten met de nieuwste mode mee mogen doen, maar jij in een jurk loopt van twee jaar oud. Dat was dan weer een reden om mij te pesten. Heel naar. Ik voelde me ook vaak bang, want ik werd dan ‘s middags na school opgewacht. Dan probeerde ik als de bel ging heel snel weg te komen. Maar meestal hadden ze dat al in de gaten en stonde ze bij het hek van de school al te wachten.’


De vraag ‘ Zou je me wat kunnen vertellen over…’ is een heel brede vraag en kan de cliënt ook in verwarring brengen. In dit voorbeeld wil de gewichtsconsulent meer te weten komen over het overgewicht. Waarschijnlijk zult u hier al wel een paar vragen bij bedacht hebben. bijvoorbeeld hoe het overgewicht ontstaan is, welke klachten de cliënt ervaart, of hij zelf wel een heeft geprobeerd om af te vallen etc. Voor de cliënt in dit voorbeeld is haar overgewicht verbonden met het veit dat zij mede hierdoor gepest werd. Zij werd echter ook om andere redenen gepest. Als de gewichtsconsulent geen structuur aanbrengt in het gesprek, gaat een deel van de intaketijd verloren aan het onderwerp pesten. De vraag is dan ook of de gewichtsconsulent een antwoord zal krijgen op alle vragen die zij heeft.

Om structuur in een gesprek te kunnen aanbrengen en daarmee een volledige anamnese te kunnen afnemen, kunt u kiezen voor het afnemen van een aantal vragenlijsten. Een groot voordeel hiervan is dat er dan geen punten vergeten worden en het mogelijk is een zo volledig mogelijke anamnese af te nemen. Een nadeel van het werken met lijstjes is dat u dan veel informatie dient o te schrijven. Het is voor het gesprek en dus voor de cliënt niet prettig wanneer u alleen maar naar het papier kijkt en driftig zit te schrijven. een deel van de benodigde informatie kunt u verkrijgen door dit van tevoren na te vragen bij de cliënt. Voor andere gegevens is het wel nodig deze in het intake gesprek mee te nemen. Aan de hand van trefwoorden kunt u dan (korte) aantekeningen maken en deze later wat uitgebreider uitwerken.

Voor de algemene anamnese zijn de volgende gegevens van belang om bij elke cliënt na te vragen:
A. Persoonlijke gegevens
B. medische gegevens
C. Leefsituatie
D. Dieetgeschiedenis
E. Bewegpatroon
F. Hulpvraag.

We zullen al deze punten verder uitdiepen.

Persoonlijke gegevens
Van elke cliënt noteert u een aantal administratieve gegevens, zoals: naam, adres, woonplaats, telefoonnummer, e-mailadres, geboortedatum en het burgerservicenummer (BSN). U bent verplicht het BSN te controleren en op te nemen in uw cliëntadministratie. Het gebruik van het BSN in de zorg is geregeld in de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg of Wbsn-z. Het doel van deze wet, die in 2009 is ingevoerd, is het verbeteren van de kwaliteit van de zorg door een betrouwbare gegevensuitwisseling. Concreet houdt dit in dat u  de cliënt vraagt om paspoort of identiteitskaart mee te nemen tijdens het eerste gesprek. U kunt dan controleren of de gegevens horen bij de persoon die u voor u hebt.
De persoonsgegevens vermeld u in uw administratie en neemt u over op de facturen die u naar de cliënt stuurt. Uiteraard is het ook handig dat u de cliënt kunt bereiken wanneer u zelf verhinderd zou zijn of om een andere reden de cliënt wilt bellen.

Medische gegevens
Het lijkt misschien vreemd om medische gegevens na te vragen terwijl u alleen maar mag werken met gezonde mensen. Maar juist om die reden is het van belang deze informatie goed uit te vragen zodat u kunt nagaan of u de cliënt kunt begeleiden of moet doorverwijzen.

De volgende gegevens kunt u van tevoren bij elke cliënt navragen. U kunt dit telefonisch doen. maar ook kunt u de cliënt een vragenlijst toesturen via e-mail, of de gegevens in een kennismakingsgesprek navragen.

A. Huisarts: naam, adres, telefoonnummer.
B. Eventueel wie de verwijzer is voor het gewichtsprobleem.
C. Onder behandeling van medisch specialist/psycholoog/overig
Ervaringen met bepaalde aandoeningen die aan overgewicht gerelateerd zijn, zoals  hoge bloeddruk, diabetes mellitus type2.
E. Gebruik van medicatie/zelfzorgmiddelen.
F. Ervaringen met bepaalde aandoeningen die een voedings- en beweegadvies moeilijk kunnen maken, zoals allergieën, blessures of lichamelijke problemen.

U kunt een checklist maken waarbij u de hiervoor genoemde aspecten punt voor punt navraagt. Wanneer u deze lijst door de cliënt thuis in laat vullen en opsturen, kunt u voordat u met de cliënt in gesprek gaat al nagaan of u de cliënt zelf kunt begeleiden of niet. Door deze informatie al voor het eerste gesprek paraat te hebben, kunt u eventueel direct doorverwijzen. In het hoofdstuk over ziekteleer vindt u meer informatie over de ziektebeelden die vaak samenhangen met overgewicht en waarbij u de cliënt zult moeten verwijzen.

mocht de checklist geen aanleiding geven tot doorverwijzing van de cliënt, dan kunt u de informatie mogelijk wel gebruiken om tijdens het gesprek meer door te vragen. U kunt hierbij denken aan het voorkomen van bepaalde aandoeningen bij familieleden. Het kan bijvoorbeeld zijn dat uw cliënt uit een familie komt waar veel mensen kampen met hoge bloeddruk en een te hoog cholesterolgehalte. Dit zijn aandoeningen die samenhangen met overgewicht en kunnen leiden tot hart- en vaatziekten. U kunt de cliënt dan adviseren dit bij hemzelf te laten onderzoeken door de huisarts. Of uw cliënt wil graag begeleiding, maar gebruikt afslankmiddelen die hij bij de drogist koopt. In de intake kunt u hiervoor al het gesprek aangaan waarom de cliënt dit doet en of hij bereid is hiermee te stoppen.

Leefsituatie
De leefsituatie van de cliënt zegt iets  over hoe de cliënt zijn dagelijks leven heeft ingericht. De factoren die hierbij horen, geven u veel informatie over de slagingskans van de begeleiding. Zo zal een cliënt met een drukken baan en een actief sociaal leven op een andere manier met een voedingsadvies omgaan dan iemand met een druk gezin en veel vrije tijd.
De factoren die horen bij de leefsituatie zijn voor iedere cliënt verschillend. Ook hiervoor kunt een checklist maken om er zeker van te zijn dat u niets vergeet.


Een voorbeeld
Monica zoekt hulp bij een gewichtsconsulent voor haar overgewicht. Ze werkt als verpleegkundige, evenals haar vriend. Samen hebben ze een zoon van zeven jaar. Monica werkt veel onregelmatige diensten. Zij en haar vriend hebben het zo geregeld dat er ‘s ochtends en bij de warme maaltijd altijd een van hen aanwezig is voor hun zoon. Het komt dan voor dat Monica  net uit haar dienst komt en al gegeten heeft. Op het werk wordt er veel getrakteerd door cliënten: bijna elke dag is er gebak, chocola of een andere lekkernij. Monica neemt dan altijd wel iets.


In de begeleiding van een cliënt zoals Monica zult u niet alleen rekening moeten houden met haar onregelmatige diensten en de traktaties op het werk, maar ook met haar gezinsleven.
Daarnaast zijn er nog andere aspecten waar u rekening mee dient te houden.
we noemen dit cliëntgebonden factoren. Voorbeelden hiervan zijn:
– de voorkeuren van de cliënt: als de cliënt ‘s morgens bij het ontbijt geen hap brood door de keel kan krijgen,, zijn papsoorten zoals havermout en Brinta goede alternatieven.
– de intelligentie, kennis en interesse van de cliënt. Het kennisniveau van de cliënt bepaalt welke informatie u kwijt kunt en welke achterwege kan blijven.

Wanneer u de leefsituatie van de cliënt goed in kaart hebt gebracht, hebt u niet alleen een goed beeld van wie uw cliënt is, maar ook een beeld van knelpunten die in de begeleiding kunnen gaan meespelen. Aan de andere kant kunt u uit de leefsituatie ook punten halen die de cliënt zouden kunnen helpen om een gezondere leefstijl te verkrijgen. Goed doorvragen is daarom van groot belang.

Dieetgeschiedenis
De meeste cliënten die begeleiding zoeken bij een gewichtsconsulent of voedingsadviseur hebben vaak al een hele dieetgeschiedenis achter de rug. Ze zullen bekend zijn met afvallen, weer aankomen en opnieuw afvallen. Voor de gewichtsconsulent of voedingsadviseur is het om verschillende redenen van belang de dieetgeschiedenis uit te vragen. We zullen hier kort op ingaan; in andere hoofdstukken komen deze aspecten uitgebreid aan bod.

Lichamelijke veranderingen
Afvallen en aankomen heeft invloed op het menselijk lichaam. Door regelmatig een streng dieet te volgen, daalt de stofwisseling. Omdat zulke diëten meestal zo streng zijn dat niemand dit lang vol kan houden, gaat de lijner al snel weer over tot zijn oude eetpatroon. Hierdoor komt het verloren gewicht er weer bij en vaak nog meer omdat de stofwisseling niet meteen teruggaat naar het oude niveau. Uit teleurstelling probeert iemand dan opnieuw af te vallen met een volgend streng dieet.
Daarnaast heeft het snelle afvallen en aankomen ook invloed op de lichaamssamenstelling. bij het snelle afvallen gaat er vocht en spiermassa verloren en relatief weinig vetmassa. Komt iemand weer aan, dan is dit vooral vocht en vetmassa.

Ideeën over afvallen
Juist omdat veel cliënten zoveel ervaring hebben met lijnen en afvallen, kan het zijn dat zij daardoor bepaalde ideeën hebben ontwikkeld over wat de beste manier is om af te vallen.’Van brood word je dik’ of ‘.Alle vet is slecht’ zijn uitspraken die ook door uw cliënten gebruikt kunnen worden. Zoals u kunt zien, zijn dit weinig genuanceerde uitspraken. Dit is ook wel een kenmerk van de vele ideeën die er bestaan over afvallen. Het zijn uitspraken die nogal
zwart-wit zijn en geen ruimte laten voor een mildere manier van kijken. Het doorvragen over zulke ideeën bij uw cliënten geeft u een beeld van hoe zij tegenover voeding en afvallen staan. In de begeleiding en voorlichting die u
aan de cliënt geeft, kunt u hierin nuances gaan aanbrengen.

Verwachtingen t.a.v. de begeleiding
Cliënten kunnen soms met hoge of onrealistische verwachtingen hulp zoeken voor hun overgewicht. Het komt voor dat een cliënt denkt dat juist u degene bent die hem op een streng dieet zal zetten. Een cliënt kan denken dat hij bepaalde voedingsmiddelen niet meer mag eten of dat hij gedurende een aantal weken of maanden zijn eetpatroon gaat aanpakken.
Sommige cliënten zullen denken dat de begeleiding erg zwaar zal zijn, terwijl anderen er gemakkelijker over denken. Het is nuttig dit met de cliënt te bespreken. U kunt duidelijk maken wat uw manier van werken is, wat de cliënt van u mag verwachten en wat u van de cliënt verwacht. Hierdoor kunt u van beide kanten teleurstellingen voorkomen .

Beweegpatroon
In het proces van afvallen is beweging een onderdeel waar u ook een stuk begeleiding in kunt geven. U hoeft geen sportinstructeur te zijn om toch goede beweegadviezen te kunnen geven. Beweg ing is naast gezonde voeding onderdeel van een gezonde en actieve leefstijl. Om hier gericht adviezen in te kunnen geven, is het noodzakelijk dat u het beweegpatroon van de cliënt in kaart brengt. Ook hiervoor zou u een checklist kunnen ontwikkelen.
Beweging is iets wat vaak nogal overschat wordt; mensen denken dat ze actiever zijn dan ze in werkelijkheid zijn. U kunt met de cliënt zijn hele week doornemen om na te gaan wanneer hij actief is en hoe lang.


Een voorbeeld
Tijdens de intake vertelt Tim, een 46-jarige ICT-er met fors overgewicht, dat hij niet beweegt. Wanneer de gewichtsconsulent de week met hem doorneemt, blijkt dat Tim met de trein naar zijn werk gaat. Hij fietst naar het station en doet naar ongeveer 18 minuten over.’s Avonds fietst hij nogmaals dezelfde route. Vanaf het station loopt hij in een kwartier naar zijn werk. Opgeteld is Tim ruim een uur per werkdag actief. Hij is verbaasd als de gewichtsconsulent dit aan hem voorlegt. Zelf dacht hij niet actief te zijn omdat hij verder niets aan sport doet.


Zoals uit het voorbeeld blijkt, hoeft beweging niet te betekenen dat de cliënt
naar een sportschool gaat of aan een teamsport doet. Ook activiteiten als wandelen, fietsen, tuinieren of huishoudelijk werk tellen mee.Van belang is wel dat u goed doorvraagt naar hoe vaak een cliënt een activiteit uitvoert en hoelang hij hiermee bezig is. Voor beweging geldt dat u aan de hand van diverse normen kunt nagaan of de cliënt voldoende beweegt.

Hulpvraag
Bij het opstellen van behandeldoelen staat de hulpvraag van de cliënt centraal. De gewichtsconsulent of voedingsadviseur heeft hierbij niet alleen de taak de hulpvraag te vertalen in concrete doelen, maar ook is het zaak om bij het opstellen van die doelen realistisch te blijven. Niet-haalbare doelen leiden alleen maar tot teleurstelling bij cliënt en gewichtsconsulent.Daarnaast kunt u bij het opstellen van realistische doelen duidelijk de grenzen van uw beroep aangeven.
Bij het opstellen van behandeldoelen kiest u in eerste instantie doelen voor de korte termijn. Daarbij kunnen ook doelen voor de lange termijn worden gesteld, maar deze kunnen ook later in de behandeling naar voren komen.

Wellicht denkt u nu dat de hulpvraag van de cliënt altijd duidelijk is, maar dit hoeft niet zo te zijn. De wens om af te vallen kan heel breed zijn en soms weet de cliënt zelf niet goed wat hij precies wil bereiken. In de intake is het daarom van belang hier voldoende aandacht aan te besteden en dit voor u allebei helder te krijgen.
De wens van de cliënt om af te vallen kan verschillende achterliggende redenen hebben. Bij sommige cliënten speelt hun gezondheid een rol; zij willen door af te vallen voorkomen dat zij gezondheidsklachten gaan krijgen. De meeste mensen willen afvallen omdat zij hopen zich daarmee lekkerder in hun vel te voelen. Ook dit kan weer heel divers zijn. Sommige mensen voelen zich goed als ze een bepaalde kledingmaat hebben, anderen willen afvallen zodat ze weer een badpak of zwembroek durven dragen. Vaak hebben mensen meerdere redenen waarom ze willen afvallen; ze willen zich fitter voelen, hun oude kleding weer kunnen dragen en zich prettiger voelen op het strand.
Mensen met kinderen geven ook wel eens aan dat ze een goed voorbeeld voor hun kinderen willen zijn.

De informatie die u krijgt, vat u samen in een hulpvraag en u benoemt eventuele knelpunten.
(‘U wilt graag wat afvallen, omdat u in 3 maanden tijd ruim 8 kg bent aange­ komen. Wat u als een mogelijke belemmering ziet, zijn uw onregelmatige werkdiensten:) Met deze hulpvraag hebt u, samen met de gegevens uit de anamnese, voldoende informatie om aan de slag te gaan.

Cliëntregistratie en -administratie
Wanneer u een anamnese afneemt bij een cliënt, verkrijgt u informatie die u om verschillende redenen nodig hebt in de begeleiding. Deze informatie zult u goed moeten vastleggen.

De informatie uit de anamnese gebruikt u onder andere om:
a. de gegevens van de cliënt overzichtelijk te bewaren en indien nodig te kunnen raadplegen
b. het verloop van de begeleiding te monitoren
c. eventueel een rapportage op te stellen, bijvoorbeeld voor de huisarts
d. de cliënten facturen te kunnen sturen.

U kunt deze informatie digitaal of schriftelijk bijhouden. Beide hebben voor­ en nadelen.

Schriftelijke cliëntadministratie
In een tijdperk waarin informatiestromen steeds meer gedigitaliseerd worden, zijn er ook nog mensen die niet de mogelijkheid hebben om met een computer te werken. Het kan zijn dat ze hier geen geld voor hebben, of dat ze de vaardigheden missen om hiermee om te gaan en dit vaak ook niet willen. Zoals u verderop kunt lezen, bieden digitale systemen erg veel mogelijkheden. Toch kan het handig zijn ook een deel van de registratie en administratie schriftelijk te hebben.



Een voorbeeld

Laura is recent met haar praktijk begonnen. Ze heeft een digitale cliënt­ registratie en voert alle gegevens van de anamnese van de cliënt direct in de computer in. Dit zijn NAW-gegevens, soms een voedingsanamnese en gegevens die ze gemeten heeft, waaronder het gewicht. Als ze een eetpa­ troon uitvraagt, berekent ze dit ook gelijk. Tijdens de gesprekken kijkt ze veel naar haar scherm omdat ze goed moet kijken waar ze de verkregen informatie moet noteren. Daarbij lukt het haar niet om ook de cliënt op dat moment aan te kijken. De cliënt geeft na de intake aan niet verder te willen gaan met de begeleiding. Ze is wat vaag over de reden, maar later op de dag belt ze Laura op en zegt dat ze niet het gevoel had dat Laura oog voor haar had.


Door informatie op te schrijven, bijvoorbeeld in een voorgedrukte vragenlijst, kunt u de informatie gemakkelijker meeschrijven en (oog)contact met de cliënt blijven houden. Wanneer dit een volledige lijst is die alle aspecten van de anamnese meeneemt, kunt u deze bewaren in een papieren dossier voor elke cliënt. Op die manier kunt u de gegevens er weer bijpakken als u de cliënt opnieuw ziet.

Een ander voordeel van het gebruik van schriftelijke cliëntinformatie is dat u deze ook beschikbaar hebt als de stroom uitvalt of als u een probleem met uw computer hebt.

Digitale cliëntadministratie
Er bestaan online pakketten waarmee u een volledige cliëntadministratie kunt voeren. Wanneer u vaardig bent met ICT kunt uzelf digitale programma’s maken. Ook kunt u software gebruiken die de informatie eenvoudig vermeldt, waarbij u de informatie in een digitaal dossier van de cliënt bewaart. U kunt hierbij denken aan zelfgemaakte vragenlijsten die u digitaal invult en opslaat of de registratie van een eet- dagboek dat u als pdf-bestand opslaat. Een betaald pakket is dan een overweging waard, omdat u hiermee alle benodigde informatie kwijt kunt op een logische manier.

Digitale pakketten bieden, afhankelijk van het pakket, verschillende opties:

a. Informatie over de cliënt, zoals NAW- gegevens.
b. Registratie van eet- dagboeken en voedingswaarde.
c. Adviezen voor menu’s.
d. Verslagen van consulten.
e. Recepten.
f. Rapportages en brieven voor andere hulpverleners.
g. Agendabeheer .
h. Facturatiesystemen.
i. Nieuwsbrieven

Vaak zijn er verschillende pakketten; hoe uitgebreider, hoe meer u betaalt. U kunt zich afvragen of de kosten een probleem zijn als u bedenkt hoeveel werk en dus tijd u bespaart door een digitaal systeem te gebruiken.
Een digitale cliëntadministratie zal in letterlijke zin ook minder ruimte innemen dan wanneer u van elke cliënt een papieren dossier aanlegt.

Wet bescherming persoonsgegevens

Een overzichtelijk een duidelijke cliëntadministratie is belangrijk om uw werk te kunnen doen. Deze gegevens bewaart u in een kast of bureau of u hebt alles op uw computer opgeslagen. Daarbij dient u rekening te houden met de privacy van uw cliënten. In Nederland is dit geregeld met de Wet bescherming
persoonsgegevens, die gebaseerd is op Europese wetgeving.
Omdat u persoonsgegevens van cliënten bewaart, bent u verplicht zich hierbij
aan bepaalde regels te houden. Zo dient u alleen die gegevens te verzamelen die een duidelijk omschreven doel dienen. In het geval van een begeleiding bij overgewicht houdt u het gewicht van de cliënt bij. Dat is doelgerichte infor­matie. Stel dat de cliënt in het verleden medicijnen heeft geslikt voor een angststoornis en hij heeft een overzicht hiervan gekregen, dan hoeft u niets met deze informatie te doen, omdat dit voor uw doel niet relevant is. U hoeft dan ook geen kopie van dit document te bewaren.
U dient de cliënt wel te laten weten wat u doet met de verzamelde informatie, bijvoorbeeld vermelden in het dossier dat de cliënt ooit voor een angst­ stoornis is behandeld, maar ook dan alleen als dit relevant is voor uw begeleiding op dat moment. U mag ook niet zonder toestemming van de cliënt diens huisarts inlichten.

Het is van belang dat u zorgvuldig omgaat met deze gegevens. U dient voor uzelf na te gaan op welke manier u voorkomt dat anderen (lees: onbevoegden) bij uw gegevens kunnen komen. U zou een aantal vragen voor uzelf kunnen beantwoorden om na te gaan of u voldoende veiligheid hebt gewaarborgd:

a. Is de kast waar de gegevens bewaard worden afsluitbaar?
b. Is de sleutel niet zichtbaar, maar veilig opgeborgen?
c. Is uw computer beveiligd met een wachtwoord?
d. Wie is allemaal op de hoogte van het feit dat gegevens bewaard worden?
e. Hebben anderen toegang tot de ruimte waar de gegevens zijn opgeslagen?
f. Zijn de gegevens voldoende beschermd wanneer een kast of computer worden gestolen?

Het maakt uiteraard uit of u een praktijk aan huis hebt en de gegevens in uw praktijkruimte bewaart, of dat u een ruimte huurt die al dan niet ook door anderen wordt gebruikt en waar anderen eventueel bij uw spullen kunnen komen. U kunt hierbij denken aan familieleden die in de praktijkruimte bij u thuis komen, collega’s met wie u een praktijk deelt, andere hulpverleners als u een ruimte huurt die op andere dagen door anderen gebruikt wordt, maar ook cliënten die even alleen in uw praktijkruimte zijn.
U bent verantwoordelijk voor het zorgvuldig omgaan met deze cliëntgegevens
en hiervoor een deugdelijk en veilig systeem voor te nemen. Dit kunt u aanpakken door te zorgen voor een goede beveiliging van uw dossiers. Papieren dossiers bewaart u in een kast die afgesloten kan worden. Uiteraard bewaart u de sleutel op een veilige plek waar verder niemand bij kan. Digitale dossiers kunt u beveiligen met een wachtwoord op uw computer.
Uw cliënt mag ervan uitgaan dat zijn gegevens zorgvuldig worden bewaard en niet door onbevoegden kunnen worden ingezien.

Inhoud

Inhoud:

Hoofdskut 1 : De algemene anamnese

Intake
Algemene gegevens anamnese
Clientregistratie en – administratie
Wet bescherming persoonsgegevens

Hoofdstuk 2 : De voedings anamnese

De voedingsanamnese : methodieken
Voedingsanamnese: voor en nadelen
Welke methode wordt gebruikt
Tot slot

Hoofdstuk 3: Antropometrie

Lichaamsgewicht
Lichaamslengte
Body mass index (BMI)
Middelomtrek
Vetmassa
Normaalwaarden
Tot slot

Hoofdstuk 4: Voedingsberekeningsmethoden

Papieren tabellen
Digtale tabellen
Tot slot

Hoofdstuk 5: Ziekteleer; de grenzen van uw vakgebied

Hoge bloeddruk (hypertensie)
Te hoog cholesterol (hypercholesterolemie)
Metabool syndroom
Diabetis mellitus
Obstipatie en diarree
Voedselallergie en voedselintolerantie
Eetstoornissen
Tot slot

Hoofdstuk 6: Anatomie en fysiologie van de spijsverteringsorganen

Cellen en hun kenmerken
Weefsels en hun kenmerken
De lichaamssamenstelling
de spijsverteringsorganen
Transport van voedingsstoffen
Opname van voedingsstoffen

Hoofdstuk 7: De spijsvertering en stofwisseling van voedingsstoffen

De voedingsstoffen
Stofwisseling
Enzymen
Hormonen
Eiwitten
Vetten
Koolhydraten
Alcohol

Hoofdstuk 8: Macronutrienten

Definitie macronutrienten
Eiweitten
Vetten
Koolhydraten
Alcohol
Water

Hoofdstuk 9: Micronutrienten

Vitamines
Mineralen en spoorelementen

Hoofdstuk 10: Voedings- en energiebehoefte bij verschillende doelgroeppen

Energiebronnen
Eenheden van energie
Energievormen
Energieverbruik
Energie berekenen
Energieopname
Energiebalans
Richtlijnen voor energiebehoefte
Aanbevolen verhouding van de voedingsstoffen
Koolhydraten

Hoofdstuk 11: Product- en levensmiddelenleer

Basisvoedingsmiddelen
Overige voedingsmiddelen
Etikettering
Inkopen en bewaren
Bereiden

Hoofdstuk 12: Moeilijke momenten

Feestjes, recepties, verjaardagen
Vakanties
Onregelmatige werktijden
Uit eten gaan

Hoofdstuk 13: De invloed van beweging op gewicht en gedrag

Energiebehoefte
Het belang en effect van beweging
Bewegingsnormen
Vetmassa en spiermassa
Conditie verbeteren
Sportkeuring
Voeding bij sport

Hoofdstuk 14: Alternatieve voedingspatronen

Voor- en nadelen van afslankmethoden
Afslankmethoden
Vegetarische en veganistische voeding
Religieuze voedingsfactoren

Hoofdstuk 15: Richtlijnen

Gezondheidsraad
het Voedingscentrum
Voedingsnormen
Richtlijnen Goede Voeding