Alternatieve voedingspatronen

Er zijn allerlei redenen waarom mensen een ander voedingspatroon hebben dan het gangbare.
Zo kunnen mensen op grond van hun religieuze achtergrond bepaalde producten niet willen eten of moet het eten op een bepaalde manier worden bereid. Een ander voedingspatroon dat afwijkt van het gebruike­ lijke, maar desondanks steeds meer gemeengoed wordt, is vegetarisme, waarbij dierlijke producten in meer of mindere mate worden weggelaten. In de praktijk kunt u te maken krijgen met mensen die vanuit een overtuiging bepaalde producten niet mogen of niet willen eten. Het is dan van belang om hier goede alternatieven voor te vinden.

Wanneer u mensen met overgewicht begeleidt, zult u ervaren dat veel van hen ervaring hebben met allerlei afslankkuren, We gaan ervan uit, dat de voeding van de lijner zo veel mogelijk op gewone voeding moet lijken. Op deze manier houdt men het lijnen het langst vol.

Het nadeel hiervan is vaak dat het voor sommige cliënten niet snel genoeg gaat: men valt te langzaam af. Men vergeet dan echter dat de kilo’s er ook niet in een paar maanden tijd zijn bijgekomen. Het is voor het lichaam en voor de gehele gezondheid beter wanneer men de tijd neemt om af te vallen. Desondanks gunnen velen zich daar de tijd niet voor.

Er zijn dan ook diverse afslankmethoden die ervoor zorgen dat het overge­ wicht er razendsnel afgaat. Van de meeste van deze methoden is het nut ronduit twijfelachtig en aan sommigen zijn zelfs gezondheidsrisico’s verbonden. Dergelijke methoden zijn vaak gebaseerd op bepaalde fysiolo­ gische principes die voor de lijner niet altijd even begrijpelijk zijn. Voor u is het van belang dat u bekend bent met deze fysiologische principes en dat u afslankmethoden kunt analyseren op hun werkwijze en hun invloed op de gezondheid. Hierdoor kunt u de cliënt beter voorlichten over voor- en nadelen.

Voor- en nadelen van afslankmethoden
Ov ergewicht is een groeiend probleem; niet alleen in Nederland, maar wereldwijd neemt het aantal te zware mensen toe. Tegelijkertijd groeit de omzet van de d ieetindustrie, die allerlei afslankmidd elen en vermagerin gs­ kuren op de markt brengt om het probleem overgewicht tegen te gaan. Dit is natuurlijk erg tegenstrijdig.

Met enige regelmaat komen er nieuwe middeltjes en kuren op de markt, die telkens weer gretig aftrek vind en. Waarom deze middelen zo populair zijn en steeds weer nieuwe volgelingen trekken, is misschien beter te begrijpen als we de voor – en nadelen van al deze producten eens op een rijtje zetten.

Voordelen
Het meest in het oog springende voordeel van afslankkuren is, dat het snel gaat. Vaak wordt hiermee ook driftig geadverteerd en staat vermeld hoeveel kilo’s iemand in een week tijd kan verliezen. Veel mensen die aan de lijn doen, vinden het vervelend als het afvallen langzaam gaat. De populaire diëten springen hierop in.

De meeste vermageringskuren zijn eenvoudig. Of het nu gaat om het vervangen van maaltijden door afslankrepen, het slikken van een pilletje of een kant-en-klaar dagmenu: je hoeft niet na te denken over wat je eet en dat maakt het wel gemakkelijk.

Sommige vermageringsdiëten vermelden vol trots, dat de lijner kilo’s gewicht kan verliezen zonder dat hij zijn eetpatroon hoeft te wijzigen of moet gaan bewegen. Vaak wordt een dergelijke kuur ondersteund door verhalen met foto’s van mensen die beweren dat ze gewicht zijn verloren zonder dat ze het
idee hadden bezig te zijn met lijnen.
De meeste afslankmiddelen worden aangeprezen vanwege het gemak waarmee men kan afvallen. Althans, dat wordt gesuggereerd. Met behulp van zogenaamde succesverhalen en kreten als ‘revolutionair’ of’zonder honger kilo’s afslanken’ wordt de indruk gewekt dat afslanken geen enkele moeite hoeft te kosten.

Nadelen
Het meest in het oog springende nadeel van wonderkuren en afslankmid­ delen is dat het afgevallen gewicht er vaak net zo hard weer bij komt, soms met nog enkele kilo’s meer. Dit wordt ook het jojo-effect genoemd. Op den duur kan het telkens afslanken en weer aankomen ertoe leiden dat iemand een fors overgewicht ontwikkelt.

Een ander groot nadeel is, dat deze vermageringskuren en wondermiddeltjes niet leiden tot andere, gezondere eetgewoonten. Men volgt enkele weken tot maanden een bepaalde kuur waarna men weer gemakkelijk terug kan vallen
in het oude patroon. Het oorspronkelijke eetpatroon, dat mogelijk de oorzaak is van het overgewicht, wordt hiermee niet aangepakt.
Door te gaan lijnen, kan het basaal metabolisme verstoord raken. Doordat er heel weinig kcal binnenkomen, gaat het lichaam op de spaarbrander. Het raakt ingesteld op kleinere hoeveelheden voedsel. Als iemand dan gaat eten als voorheen, komt diegene aan. Vermoed wordt, dat de stofwisseling bij voortdurend afvallen en aankomen zich niet meer kan herstellen tot het oorspronkelijke niveau. Wat hierbij een rol speelt, is dat bij een snel gewichts­ verlies behalve vet ook spierweefsel verloren gaat waardoor de lichaamssa­ menstelling verandert. Ook dit heeft invloed op de stofwisseling.

Bij sommige afslankkuren mag men met de pot mee-eten, maar het komt ook voor dat men dure voedingsmiddelen moet aanschaffen of dat er allerlei pillen of drankjes bij de kuur horen. Deze zijn vaak duur en het is lastig in te passen in een normaal leven, bv. als er voor een gezin gekookt moet worden of bij zakenlunches.
Er zijn afslankkuren waarbij veel vet en eiwit gegeten mag worden en heel. weinig koolhydraten. Een overmaat aan vet is een risicofactor voor het ontwikkelen van hart- en vaatziekten. We komen hier in dit hoofdstuk nog op terug.

Bij vermageringskuren die weinig energie leveren, kan een tekort ontstaan aan noodzakelijke voedingsstoffen. Niet alleen kan dit komen doordat er te weinig producten met gezonde voedingsstoffen wordt gegeten, maar ook kan er een tekort ontstaan aan vitamine A, D, E en K als er te weinig vet in de voeding zit. Deze vitamines zijn in vet oplosbaar.

Zoals u ziet, zijn er veel nadelen verbonden aan het volgen van een populair vermageringsdieet.Vaak zijn zulke diëten duur en omslachtig om te volgen, en bestaan er risico’s voor de gezondheid. Desondanks blijven ze populair en kan ieder nieuw dieet rekenen op mensen die hopen nu eindelijk ‘het wonder­ middel’ voor blijvend gewichtsverlies in handen te hebben.

Afslankmethoden

In deze paragraaf maakt u kennis met verschillende afslankmethoden.We bespreken niet zozeer de verschillende diëten, maar gaan in op de denkwijze achter de methoden. Vaak zult u diëten die op eenzelfde principe gebaseerd zijn met verschillende namen tegenkomen. Het lijkt dan een geheel nieuwe methode, maar is eigenlijk niet meer dan een bestaande methode in een nieuw jasje.

We bespreken de volgende methoden:
• Energiebeperkt dieet.
• Koolhydraatbeperkt dieet.
• Eiwitrijk dieet.
• Overige diëten en maaltijdvervangers
• Afslankpreparaten.
• Bariatrische chirurgie.

Energiebeperkt dieet
U weet dat energie geleverd wordt door de macronutriënten. Neemt u meer energie via de voeding op dan u verbruikt, dan komt u aan. Neemt u minder, dan zult u afvallen. In dat laatste geval spreken we over een negatieve energie­ balans.

In het verleden waren energiebeperkte diëten soms erg streng. Zo bestond er het nuldieet, waarbij de cliënt helemaal geen eten nam, maar alleen vocht dronk. Dit gebeurde bijvoorbeeld in ziekenhuizen waar extreem zware patiënten voor een operatie dienden af te vallen. Een nuldieet kan gevaarlijk zijn; er zijn mensen aan overleden.
Varianten zijn het zeer lage energiedieet en het lage energiedieet. De eerste variant bestaat uit ongeveer 450-800 kcal, de tweede variant uit ongeveer 800-1200 kcal.

Een energiebeperkt dieet is gericht op een negatieve energiebalans. De cliënt eet minder dan hij verbruikt, maar gebruikt daarbij wel gewone voedingsmid­ delen.
Een energiebeperkt dieet kan als volgt worden samengesteld. U berekent de energiebehoefte van de cliënt met behulp van de formule van Harris-Benedict en vermenigvuldigt dit met de PAL-waarde. Dit getal vermindert u met 500 kcal. Een kilogram vet is zo’n 7000 kcal. Door elke dag 500 kcal minder te nemen, kan de cliënt ongeveer een pond per week afvallen.

Koolhydraatbeperkt dieet
De beperking van koolhydraten in een afslankkuur wint sterk aan terrein. Vooral ter voorkoming van diabetes mellitus type II zijn koolhydraatbeperkte diëten populair geworden. Cliënten die gaan minderen met koolhydraten zullen merken dat ze hiermee gemakkelijk kunnen afvallen. We zullen hier het principe van koolhydraatbeperkte diëten bespreken.

Fysiologie van koolhydraat beperking
In het bloed circuleren na elke maaltijd koolhydraten die gebruikt kunnen worden om energie te leveren. Daarnaast heeft het menselijk lichaam een voorraad in de lever en spieren. U hebt geleerd dat dit glycogeen is. Een teveel aan koolhydraten wordt opgeslagen als vetweefsel. Bij de afbraak hiervan kan het glycerol worden omgevormd tot glucose. De hersenen zijn afhankelijk van
glucose en kunnen niet leven op vetzuren. Vocht bindt zich aan koolhydraten, waarbij één deel koolhydraten drie delen vocht bindt.

Bij beperking van koolhydraten in het menu zal het lichaam als eerste de glucose uit het bloed en het glycogeen verbruiken. Hierbij gaat vocht verloren. Op de weegschaal is dit terug te zien in een lager getal. De cliënt zal hier tevreden over zijn, maar bedenk dat dit geen vetmassa is, maar voornamelijk vocht.

Wanneer er geen glycogeen meer is en dit niet wordt aangevuld door een koolhydraatrijke voeding, zal het lichaam overgaan op vetverbranding. Omdat echter ook glucose nodig is voor de hersenen, zal hierin op een andere manier voorzien moeten worden. Het lichaam gaat dan de eiwitten uit de voeding gebruiken of breekt lichaamseigen eiwit zoals spiermassa af. Hierdoor verandert de lichaamssamenstelling in ongunstige zin.

Een voorbeeld
Nicolet heeft flink overgewicht, ze weegt ruim 95 kg. Ze besluit te gaan sporten en is al snel vier dagen in de week in de sportschool te vinden. Het sporten gaat erg goed en haar trainer geeft haar het advies om koolhydraat­ beperkt te gaan eten. Hij heeft geleerd dat ze daarmee snel zou kunnen afvallen.
Nicolet is tevreden als ze merkt dat het getal op de weegschaal steeds lager wordt. Inmiddels weegt ze 89 kg. Voordat ze begon met sporten, heeft ze haar vetpercentage laten meten; dit bleek toen 39% te zijn. Nu ze minder weegt, wil ze haar vetpercentage opnieuw laten meten. Tot haar grote schrik is dit toegenomen tot 42% en blijkt dat ze ettelijke kilo’s aan spier­ massa is verloren.

Sporten is een intensieve activiteit die vooral een beroep doet op de anaerobe verbranding. Wanneer er te weinig koolhydraten zijn uit de voeding zal het lichaam op een alternatieve manier aan glucose moeten komen. In het voorbeeld van Nicolet is gebleken dat zij door de combinatie van sporten en koolhydraatbeperkt eten in vetmassa is toegenomen. Zij is weliswaar afgevallen, maar haar lichaamssamenstelling is verslechterd.

Koolhydraatbeperkte diëten zijn vooral onderzocht als behandelmethode bij diabetes mellitus type II. Wat het langetermijneffect is van koolhydraatbe­ perking, is niet bekend.

Eiwitrijk dieet
Een eiwitrijk dieet is vaak ook rijk aan vet en beperkt in koolhydraten. Eiwitrijke diëten zijn niet nieuw en komen vaak onder een andere naam opnieuw op de markt. We zijn deze afslankkuren tegengekomen als onder andere het Atkinsdieet en het Dokter Frankdieet. Ook bestaan er eiwitrijke diëten waarbij maaltijden worden vervangen door eiwitrijke shakes. We bespreken dit verderop in dit hoofdstuk.

Omdat een eiwitrijk dieet beperkt is in koolhydraten, zal het gewichtsverlies deels te verklaren zijn door het verlies van vocht en glycogeen. Eiwitten kunnen er wel voor zorgen dat de afbraak van spiermassa kleiner is.
Daarnaast heeft het gebruik van veel eiwit nog twee andere effecten.

Verzadiging
De verzadiging van eiwit is groter dan bij koolhydraten het geval is. Hierdoor ervaart de cliënt minder honger en kan het dieet gemakkelijker worden volge­ houden.

Smaak
Een ander aspect wat meespeelt, is dat eiwit als minder lekker wordt ervaren. Het menselijk lichaam heeft een aangeboren voorkeur voor zoet en vet eten. De smaak van eiwit is anders, waardoor men vanzelf minder gaat eten.
Uiteraard kan iemand aan andere smaken wennen en dit ook meer leren waarderen. Vaak is het zo dat mensen met overgewicht de voorkeur geven aan zoete en vette producten. Voor hen zal een eiwitrijk dieet zeker in het begin minder smakelijk zijn.

Overige diëten en maaltijdvervangers
Er zijn zeer veel crashdiëten en afslankkuren op de markt waarbij vaak snel gewicht wordt verloren. Vaak betreft dit varianten op diëten die energiebe­ perkt, koolhydraatbeperkt of eiwitrijk zijn.

Een voorbeeld dat u in verschillende varianten kunt tegenkomen, zijn de maaltijdvervangers. De cliënt vervangt dan één of meer maaltijden door een poeder waarvan een shake gemaakt kan worden of een maaltijdreep. Een product dat bedoeld is als maaltijdvervanger dient voldoende energie te leveren (vaak zo’n 200-400 kcal per maaltijd) en daarnaast de benodigde hoeveelheid vitaminen en mineralen voor één maaltijd. De overige voedings­ stoffen zouden dan uit de andere maaltijden (of vervangers) worden gehaald. Wanneer men alleen ontbijt en lunch vervangt, wordt aangeraden om een gezonde warme maaltijd te nemen met voldoende groenten.

Afslankpreparaten, pillen en poeders
Zelfzorggeneesmiddelen zijn geneesmiddelen die zonder recept bij apotheek, drogist of reformzaak gekocht kunnen worden. Veel van de afslankmiddelen die zonder recept kunnen worden gekocht, zijn via internet verkrijgbaar.
Middelen kunnen allerlei stoffen bevatten, zoals extracten van vruchten, kruiden, aminozuren, vetzuren, voedingsvezels of cafeïne. Vaak gaat het hierbij om stoffen die ook in gezonde voedingsmiddelen aanwezig zijn.

Aan deze stoffen worden allerlei werkingen toegekend. Van sommige middelen wordt gezegd dat het vet sneller verbrandt, dat het de stofwisseling verhoogt of dat de opname van voedingsstoffen in vet geremd wordt. Ook zijn er stoffen die zouden leiden tot meer verzadiging of minder eetlust. Andere middelen werken laxerend of stimuleren de schildklier. Dit soort stoffen kunnen leiden tot uitdroging, darmklachten dan wel hartproblemen.

Al deze afslankpreparaten hebben gemeen dat ze geen bijdrage leveren aan het vormen van goede voedingsgewoonten. Ook leveren de meeste preparaten geen noodzakelijke voedingsstoffen.
Een aantal levert wel gewichtsverlies op, andere hebben weinig of geen effect en zorgen alleen voor vochtverlies.

Over het algemeen is er geen onderzoek gedaan dat effecten heeft aange­ toond. Wanneer er wel onderzoek gedaan is, gaat het altijd om hoge doseringen bij dieren of in een reageerbuisje. Dit zegt niets over de effecten die het voor de mens kan hebben.

Sommige producten kunnen schade toebrengen aan het lichaam wanneer ze langdurig worden gebruikt. Dit vanwege het tekort aan essentiële voedings­ stoffen, het opjagen van de schildklier of irritatie van de darmen en uitdroging.
Alle producten hebben ook gemeen dat ze wel leiden tot gewichtsverlies in de portemonnee.

Bariatrische chirurgie
De maag heeft een reservoirfunctie, dat wil zeggen dat er voedsel in kan worden opgeslagen. Wanneer de maagomvang wordt verkleind, kan er minder in één keer worden gegeten. Een maagverkleining kan op verschillende manieren plaatsvinden. Voorbeelden van operaties zijn de maagband, de gastric sleeve en de gastric bypass.

Bij een maagband wordt er een kunststof bandje geplaatst om het bovenste deel van de maag, waardoor de maag voor een groot deel wordt afgesloten. Er kan daardoor maar heel weinig gegeten worden.
Een gastric bypass en een gastric sleeve zijn operaties, waarbij een deel van de maag verwijderd wordt. Het deel dat overblijft, wordt aan de dunne darm vastgemaakt. Ook hierbij geldt, dat er slechts weinig gegeten kan worden.

Maagoperaties worden alleen geadviseerd aan mensen met een body mass index boven de 40 of een body mass index hoger dan 35 waarbij sprake is van medische aandoeningen, zoals diabetes mellitus. Bij jongeren onder de 18 jaar wordt het afgeraden.

Na de operatie is er een klein maagje over, waardoor iemand niet veel kan eten. Omdat dranken snel door de maag gaan, kan iemand wel veel kcal binnenkrijgen als er calorierijke dranken genuttigd worden. Vaak vindt begeleiding plaats door een diëtist, omdat het hierbij gaat om een medisch vraagstuk.

Vegetarische en veganistische voeding

Vegetarisme is een voedingspatroon waarin het gebruik van vlees, vis, gevogelte, schaal- en schelpdieren wordt afgewezen omdat deze dieren voor de menselijke consumptie moeten worden gedood.

Het vegetarisme kent meerdere stromingen. Een algemeen onderscheid is dat tussen vegetarisme waarbij geen vlees wordt gegeten waarvoor een dier moet worden gedood en veganisme waarbij helemaal geen dierlijke producten worden genomen. Sommige vegetariërs eten geen vlees, maar wel vis.
Anderen vermijden ook zuivel, maar nemen wel eieren. Veganisten vermijden vaak ook het gebruik van wol en leer omdat dit van dierlijke oorsprong is.

Als motivatie voor deze manier van eten worden verschillende redenen genoemd.

Ethische motieven
Uitgangspunt is hier dat het de mens niet is toegestaan dieren te doden voor eigen genot. Daarbij komt dat de wijze waarop de dieren worden gefokt en gemest in de bio-industrie als dieronwaardig wordt beschouwd. Vaak worden ook alleen biologische producten gebruikt, zoals eieren of groente. Dierlijke bouillon wordt eveneens niet gebruikt.

Gezondheidsmotieven
Uit het gebit en maag-darmkanaal zou blijken dat de mens niet geschikt is voor dierlijk, maar voor plantaardig voedsel.

Dierlijke producten bevatten verzadigd vet en cholesterol, risicofactoren bij het ontstaan van hart- en vaatziekten, wanneer we daarvan te veel bin nen­ krijgen. Voedselinfecties en -vergiftigingen komen vaker voor bij vlees dan bij plantaardig voedsel.

Plantaardige voedingsmiddelen leveren voedingsvezel, dierlijke voedingsmid­ delen niet. Vegetarische voeding bevat veel vitamines en mineralen.

Economische motieven
De ‘productie’ van vlees kost gigantisch veel plantaardig voedsel. Dit is oneco­ nomisch en draagt bij tot een oneerlijke voedselverdeling op de wereld.

Op welk van deze motieven het accent komt te liggen, verschilt van individu tot individu en van land tot land.

Voedingsmiddelenkeuze
Veganisten:
• I.p.v. melk wordt gebruikgemaakt van sojamelk en amandelmelk.
• Olie en plantaardige margarines vervangen de margarinesoorten op basis van dierlijk vet.
• Honing wordt ook uit veganistische voeding geweerd. Soms wordt gebruik gemaakt van suiker.

Vegetariërs gebruiken:
• volkoren graanproducten
• vers fruit, verse groente
• in de warme maaltijd: peulvruchten, ei, noten, kaas, melkproducten, tahoe, tempé, seitan.

Door sommige lacto-ovovegetarirs wordt gebruik van kaas en kwark
afgewezen, omdat deze zijn gestremd met lebferment uit kalvermagen. Er is vegetarische kaas in de handel waarin geen lebferment is gebruikt.
Gebruik van gelatine en gelatine bevattende producten wordt afgewezen (gelatine wordt gewonnen uit beenderen). In plaats daarvan wordt agar-agar als bindmiddel gebruikt.

Gezondheidsaspecten
Een lactovegetarische voeding is een gezonde voeding, die bij juiste toepassing voldoende energie en voedingsstoffen waarborgt. Bij onjuiste vervanging bestaat er wel het risico op het gebruik van te veel verzadigd vet.

Veganistische voeding kan een tekort opleveren aan eiwit, calcium, ijzer, vitamine D, vitamine B2 en vitamine Bl2 indien de voeding niet uitgebalan­ ceerd is. Vooral bij kinderen kunnen tekorten makkelijk ontstaan.

Steeds meer Nederlanders eten weleens een dag geen vlees. Wanneer dit regel­ matig gebeurt en het vlees niet goed wordt vervangen, kan de ijzerv oor­ ziening gevaar lopen.

Door deze trend komen er de laatste jaren steeds meer kant-en-klare vlees­ vervangers (waar vaak ijzer aan toegevoegd wordt) in het assortiment van de winkels. Het aanbod is gevarieerd van vegetarische balletjes en nuggets tot schnitzel en mixen, en lijken op het vertrouwde vleesproduct. Er zijn ook verschillende soorten vegetarisch broodbeleg.

Religieuze voedingsfactoren

Mensen die vanuit een andere cultuur naar Nederland komen, nemen vaak hun eigen gewoonten en voedingsgebruiken mee. Deze zijn vaak gebaseerd op de religie die men aanhangt, maar ook kunnen gewoonten een onderdeel zijn van een cultuur.

De Nederlandse bevolking is samengesteld uit mensen met een verschillende culturele en religieuze achtergrond. De diverse religies hebben hun eigen voedingsvoorschriften.Van een aantal in ons land voorkomende religies zullen we de voedingsvoorschriften bespreken.

Het christendom
Voor christenen bevat de Bijbel richtlijnen en aanwijzingen over hun levens­ wijze. In het Nieuwe Testament wordt melding gemaakt van enkele voedsel­ voorschriften waaraan de christenen zich moeten houden. Een christen mag geen vlees eten van een dier dat door verstikking is gedood. Ook mag hij geen bloed eten of drinken .

De Katholieke kerk kent een grote symboliek waarin eten en drinken een rol speelt. Denk hierbij aan de symboliek van het brood en de wijn die zouden staan voor het lichaam en het bloed van Christus.

Daarnaast kent men de vastenperiode, de tijd tussen carnaval en Pasen, waarin gedurende veertig dagen regels voor voedselgebruik gelden. Een voorbeeld hiervan is het eten van vis op vrijdag,omdat vlees voor die dag verboden is.

Het hindoeïsme
Hindoes geloven in reïncarnatie. Daarom is alles wat leeft heilig. Wanneer een dier wordt gedood, zou men de ziel van een voorouder kunnen doden die in dat dier was gereïncarneerd. Dit is een van de redenen waarom vegetarisme onder hindoes veel voorkomt. Echter, ook traditie, ethische en gezond heids­ motieven spelen een rol mee.

De koe is een heilig dier en is nuttig, omdat het melk en boter levert en voor werk zorgt. Het mag daarom niet worden geslacht. Zelfs voedsel dat in aanraking is geweest met rund- of kalfsvlees mag niet worden gebruikt.
Hindoes die niet vegetarisch eten, gebruiken wel vlees van de geit, het varken, de kip en ander gevogelte en van vis.

Het hindoeïsme kent het vasten, maar dit is niet aan regels gebonden, zoals bij de islam. Iedereen bepaalt zelf waarvan hij zich onthoudt, in welke periode hij dat doet en voor hoe lang.

De islam
De Koran, het heilige boek van de islam, bevat verschillende voorschriften die alle terreinen van het leven beslaan; ook de voeding hoort daarbij. De Koran kent spijswetten en spijsregels. Er zijn verboden en verplichtingen, en ook handelingen die aanbevelenswaardig of juist verwerpelijk zijn.

Verboden
• Het eten van varkensvlees is verboden, omdat het varken als een onrein dier wordt beschouwd. Een ander woord voor verboden is ‘haram’.’Halal’ wil zeggen, dat iets wel is toegestaan.
• Vlees dat niet ritueel geslacht is, is verboden. Onder aanroeping van Allah wordt het dier de keel doorgesneden, waarna het dier helemaal moet leegbloeden.
• Vlees van dieren die door andere dieren zijn gedood, een natuurlijke dood zijn gestorven of op andere wijze dan ritueel geslacht zijn gedood, mogen niet worden gegeten.
• Paardenvlees en ezelsvleeszijn verboden.
• Vlees dat niet goed is doorbakken, zoals rode biefstuk, is verboden.
• Niet-geschubde zeedieren (garnalen, kreeft, oesters) zijn verboden.
• Het drinken van alcoholische dranken is verboden.

Verplichtingen
De Koran stelt het houden van een vastenmaand verplicht: Ramadan (Marok­ kaans), Ramazan (Turks). De vastenmaand valt altijd in de negende maand van het islamitische jaar en duurt 30 dagen. Tijdens deze vastenmaand moet de moslim zich tussen zonsopgang en zonsondergang onthouden van voedsel, drank, parfum, tabak, seksueel contact, en in feite van alles wat genot kan verschaffen.

Kinderen beneden de 12 jaar, oude mensen en mensen met een chronische of ongeneeslijke ziekte hoeven niet te vasten. Het komt voor, dat zieken wel meedoen met de vasten, bv. mensen die aan diabetes mellitus lijden.

Zwangeren, kraamvrouwen, vrouwen die ongesteld zijn, mensen met een
tijdelijke ziekte en mensen die op reis zijn, mogen het vasten onderbreken, maar moeten de vastendagen later inhalen.

Verwerpelijke handelingen
• Eten of drinken terwijl men geen honger of dorst heeft, is verwerpelijk.
• Weggooien van restanten is een belediging van Allah.
• Het eten van dierlijk vet, wanneer men niet weet of er ook varkensvet in voorkomt, is niet toegestaan.
• Aan kinderen mag geen eten worden geweigerd; ze mogen zelf bepalen wat en wanneer ze eten (met als gevolg dat ze gemakkelijk te veel zoetigheid en snacks eten).

Aanbevelenswaardige handelingen
• Niet meer dan twee derde eten van de hoeveelheid die men zou lusten.
• Het eten delen met anderen; om deze reden eet men uit n schaal.
• Het betonen van gastvrijheid; de gast kan het eten maar beter niet
weigeren, dit wordt als een belediging gezien.
• Aanbevolen voedingsmiddelen zijn: honing, dadels, zoetigheid, melk, vlees, plantaardige olie, zeevoedsel (behalve de verboden dieren).

Het jodendom
Al sinds eeuwen wonen er Joden in Nederland. Veel Joden houden zich niet meer aan de voor hen geldende spijswetten.

Het Joodse volk heeft ten tijde van de uittocht uit Egypte van God deze spijs­ wetten ontvangen. In de boeken Leviticus en Deuteronomium in de Thora (de vijf boeken van Mozes in het Oude Testament van de Bijbel) staat nauwkeurig omschreven welke dieren als rein en welke als onrein worden beschouwd.
Daarnaast zijn er aanvullende regels die niet in de Thora staan vermeld.

Toegestane producten worden ‘koosjer’ (in orde, rein) genoemd. Niet toege­stane producten zijn ‘trefa’.

De voorschriften volgens de Thora zijn:
• Alle dieren met gespleten hoeven die herkauwen, mogen worden gegeten.
Dit komt neer op runderen, schapen, geiten en herten. Vlees van varkens, kamelen en hazen is verboden.
• Vissen met schubben en vinnen zijn toegestaan. Schaal- en schelpdieren
en de aal voldoen niet aan deze eisen en mogen dus niet worden gegeten.
• Wat het gevogelte betreft: onder andere de gier, arend, meeuw, reiger, ooievaar, uil mogen niet worden gegeten. Kip, eend, patrijs, fazant en kwartels zijn toegestaan.
• Vliegende insecten mogen niet worden gegeten, met uitzondering van sprinkhanen. Dit betekent bijvoorbeeld dat groenten, zoals sla, goed moeten worden gewassen, omdat er geen vliegjes in voor mogen komen.
• Allerlei kruipende dieren zoals wormen, reptielen, de mol, de egel en de slak zijn onrein. Omdat in sommige groenten (wortels, prei) en vruchten (bramen, frambozen) wormpjes kunnen voorkomen, moet ook hiermee hygiënisch worden omgegaan.
• Bloed mag niet worden gegeten of gedronken.
• Vlees mag niet worden gekookt in de melk van de moeder van het dier.
• Tijdens het joodse paasfeest (Pesach) waarbij de uittocht uit Egypte wordt gevierd, mag er alleen ongerezen brood worden gegeten (matses, gemaakt van tarwebloem en water, zonder een rijsmiddel).

Daarnaast zijn er aanvullende regels die niet in de Thora vermeld staan:
• Vlees moet ritueel geslacht zijn en moet in een koosjere slagerij worden gekocht.
• Vlees en melkproducten mogen niet binnen n maaltijd worden genuttigd. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van afzonderlijk serviesgoed, dat niet in een en hetzelfde sop mag worden afgewassen en in aparte kasten moet worden opgeborgen.
• Kaas moet worden gemaakt onder rabbinaal toezicht.

Gezondheidsproblemen
De buitenlandse werknemers kwamen hier met hun eigen cultuur, hun eigen religie en hun eigen voedingsgewoonten, die afweken van de Nederlandse.
Velen houden ook hier hun eigen gewoonten aan. Nederlandse producten en gewoonten, zoals chips en patat met mayonaise,
worden geleidelijk in hun voeding opgenomen. Een mengeling van eetge­ woonten levert interessante combinaties van producten en smaken, maar kan ook de evenwichtige samenstelling van het authentieke voedingspatroon verstoren.

Zo kan het gebeuren dat er hetzelfde wordt gegeten als in het thuisland, maar dat de hoeveelheid beweging minder is. Hierdoor kan overgewicht ontstaan. Veel allochtonen hebben andere ideeën over ziekte en gezondheid dan Neder­ landers. Er wordt niet snel een verband gelegd tussen voeding en gezondheid. Een voedingsadvies heeft vaak minder waarde dan een medicijn.

Bij sommige groepen komen overgewicht en diabetes mellitus type II veel voor, vooral bij Marokkanen en Hindoestanen.

Andere gezondheidsproblemen zijn:
a. Obstipatie door het gebruik van veel wittebrood en rijst.
b. Tandproblemen en overgewicht door te veel zoetigheid bij kinderen.
c. Rachitis als gevolg van te weinig vitamine D bij kinderen en (zwangere) vrouwen.
d. Lactose-intolerantie, doordat men niet gewend is veel melk(producten) te gebruiken. Yoghurt wordt wel goed verdragen.

Voor deze gezondheidsproblemen geldt dat hier meestal de hulp van een diëtist moet worden ingeroepen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie