De algemene anamnese

Een gewichtsconsulent of voedingsadviseur is een professional die gezonde mensen met overgewicht helpt bij het proces van afvallen. Veel mensen zullen ervaring hebben met afvallen , maar komen niet voor niets bij u in de praktijk. De reden dat zij uw hulp zoeken, is dat zij zelf niet in staat zijn iets aan hun overgewicht te doen. Begeleiding door een professional is voor veel mensen een belangrijke stok achter de deur. Vaak wordt gedacht dat afvallen een tijdelijk proces is; als de cliënt eenmaal het streefgewicht heeft bereikt, kan hij weer stoppen met lijnen. Zo eenvoudig is het niet. U begeleidt cliënten naar een gezond voedings- en beweegpatroon dat zij de rest van hun leven kunnen volhouden. Om een cliënt hierin goed te kunnen begeleide, is het van belang dat u de cliënt goed kent. Hiervoor maakt u gebruik van een gesprek, de zogenaamde intake. In een intakegesprek (of som meerdere gesprekken) zult u een heleboel over de cliënt te weten komen. Zonder deze informatie is het praktisch onmogelijk om een begeleidingstraject in te gaan.

Een ander woord dat u vaak tegen zult komen, is anamnese. Dit woord komt uit het Grieks en betekent ‘herinnering’ In de gezondheidszorg wordt veelvuldig gebruikgemaakt van anamneses: bij de huisarts, in de ziekenhuizen, binnen fysiotherapie, psychotherapie, dietetiek en ook in de praktijk van een gewichtsconsulent of voedingsadviseur. In dit hoofdstuk en de volgende hoofdstukken maakt u kennis met de onderwerpen die in de anamnese naar voeren zullen omen. Deze informatie is  voor u van groot belang. Zoals gezegd, begeleidt u gezonde mensen met overgewicht. Om er zeker van te zijn dat u de gezondheid van uw cliënten goed in kaart kunt brengen, is het noodzakelijk goed door te vragen totdat u alle relevante informatie heft verzameld. Op grond van de verkregen  informatie kunt u dan een begeleidingstraject starten of de cliënt doorverwijzen naar een huisarts, een diëtist, een psycholoog of een andere hulpverlener.

 

Intake

De intake is de eerste kennismaking tussen u en uw (potentiële) nieuwe cliënt. Hoe  u dit eerste gesprek aangaat, is op verschillende manieren mogelijk en is mede afhankelijk van wat u met dit gesprek wilt bereiken. Als u de drempel laag wilt  houden, kunt u kiezen voor een gratis kennismaking. Uiteraard kan deze ook via telefoon of e-mail plaatsvinden.

Kennismakingsgesprek
het eerste gesprek met een cliënt kan, zoals gezegd, op verschillende manieren worden ingevuld. Sommige gewichtsconsulenten of voedingsadviseurs vinden het prettig eerst een vrijblijvend kennismakingsgesprek te houden waarin ze meer vertellen over hun werkwijze, hoe een behandeling eruitziet en wat algemene zaken over tarieven, afspraken annuleren en verzekeringen. na afloop van een kennismakingsgesprek kan een intake worden ingepland. Ook komt het voor dat de cliënt niet direct een nieuwe afspraak wil maken en eerst het gesprek op zich in wil laten werken. Hoe u hiermee omgaat, is ook afhankelijk van hoe u het kennismakingsgesprek hebt uitgelegd voordat de cliënt een afspraak met u maakte.
Het voordeel van een vrijblijvend kennismakingsgesprek is, dat u daarmee een visitekaartje kunt afgeven zonder dat een cliënt al bij u in behandeling is. U verlaagt daarmee de drempel voor cliënten die wel willen, maar nog niet goed weten wat ze kunnen verwachten of cliënten die het moeilijk vinden om naar een consulent te stappen.

Als u hebt aangegeven dat het gesprek vrijblijvend is en dat dit niet direct tot een begeleidingstraject leidt, kan het voor een cliënt echter wel vervelend zijn als u hier in het gesprek op aanstuurt. Anderzijds weten cliënten op het moment dat ze een afspraak maken vaak wel dat ze iets aan hun overgewicht willen doen en zullen zij het liefst meteen een vervolgafspraak willen plannen.

Bedenk voor uzelf of u het kennismakingsgesprek gratis wilt doen of dat u de cliënt ervoor laat betalen. Beide vormen hebben voor- en nadelen. Een kennismakingsgesprek kan, inclusief voorbereiding en verslag legging naderhand, behoorlijk wat tijd in beslag nemen. As u de cliënt hiervoor laat betalen, bent u geen dief van uw eigen portemonnee. Aan de andere kant kan een gratis gesprek ook leiden tot een lagere drempel om de stap naar een begeleidingstraject te zetten. Mocht u merken dat de cliënt geïnteresseerd is in een begeleiding, dan kunt u informatie meegeven en aansturen op het maken van een afspraak voor een intakegesprek.

Intakegesprek
Veel gewichtsconsulenten en voedingsadviseurs gebruiken het eerste consult direct om een intake te houden. De insteek is de hulpvraag van de cliënt. We komen hier in dit hoofdstuk nog op terug.
Neemt u in het eerste gesprek meteen een intake af, dan hebt u ongemerkt de cliënt al een stok achter de deur gegeven, zodat de kans groter is dat hij een begeleidingstraject ingaat.
Uiteraard is het van belang dat u elk gesprek goed voorbereidt en een methode gebruikt om de cliëntgegevens op zo’n manier te verzamelen dat u de cliënt naderhand niet hoeft te bellen voor aanvullende gegevens.

 

Algemene gegevens anamnese

De anamnese is een belangrijk onderdeel van uw werk als gewichtsconsulent of voedingsadviseur. U stel gerichte vragen om op die manier de benodigde informatie te kunnen verzamelen. Het is mogelijk dat u een deel van deze gegevens op papier krijgt. Hierbij kunt u denken aan een lijst met relevante informatie zoals medicijngebruik die de cliënt van de huisarts heeft gekregen. De meeste informatie zult u echter verzamelen door vragen te stellen aan de cliënt. Daarbij is het van belang dat u gebruikmaakt van gespreksvaardigheden zoals u deze verderop in de cursus zult leren.
Sommige gewichtsconsulenten of voedingsadviseurs kiezen ervoor de cliënt zo veel mogelijk zelf te laten vertellen over zijn problemen met overgewicht. De cliënt kan op zijn gemak zijn verhaal doen en kan vertellen wat hij belangrijk vindt wat betreft zijn problemen. Toch is dit niet aan te raden als methode om een anamnese af te nemen.


Een voorbeeld
Gewichtsconsulente Tessa Vraagt aan haar nieuwe cliënt: ‘ je vertelde me net   dat je hulp zoekt omdat je al jaren overgewicht hebt. Zou je me daar wat meer  over kunnen vertellen?’
De cliënt knikt, aarzelt even en steekt dan van wal: ‘ Ja, ik ben al jaren te zwaar, sinds mijn kleutertijd al. Ik was altijd ‘ dat dikke kind’ , werd als laatste gekozen met gym en soms mocht ik ook niet bij vriendjes spelen. Dat kwam ook wel omdat mijn ouders niet zoveel geld hadden en ik daardoor niet vaak nieuwe kleren kreeg. Vaak kreeg ik afdankertjes van mijn nichtje, die is twee jaar ouder dan ik. Niet leuk, hoor, als je klasgenoten met de nieuwste mode mee mogen doen, maar jij in een jurk loopt van twee jaar oud. Dat was dan weer een reden om mij te pesten. Heel naar. Ik voelde me ook vaak bang, want ik werd dan ‘s middags na school opgewacht. Dan probeerde ik als de bel ging heel snel weg te komen. Maar meestal hadden ze dat al in de gaten en stonde ze bij het hek van de school al te wachten.’


De vraag ‘ Zou je me wat kunnen vertellen over…’ is een heel brede vraag en kan de cliënt ook in verwarring brengen. In dit voorbeeld wil de gewichtsconsulent meer te weten komen over het overgewicht. Waarschijnlijk zult u hier al wel een paar vragen bij bedacht hebben. bijvoorbeeld hoe het overgewicht ontstaan is, welke klachten de cliënt ervaart, of hij zelf wel een heeft geprobeerd om af te vallen etc. Voor de cliënt in dit voorbeeld is haar overgewicht verbonden met het veit dat zij mede hierdoor gepest werd. Zij werd echter ook om andere redenen gepest. Als de gewichtsconsulent geen structuur aanbrengt in het gesprek, gaat een deel van de intaketijd verloren aan het onderwerp pesten. De vraag is dan ook of de gewichtsconsulent een antwoord zal krijgen op alle vragen die zij heeft.

Om structuur in een gesprek te kunnen aanbrengen en daarmee een volledige anamnese te kunnen afnemen, kunt u kiezen voor het afnemen van een aantal vragenlijsten. Een groot voordeel hiervan is dat er dan geen punten vergeten worden en het mogelijk is een zo volledig mogelijke anamnese af te nemen. Een nadeel van het werken met lijstjes is dat u dan veel informatie dient o te schrijven. Het is voor het gesprek en dus voor de cliënt niet prettig wanneer u alleen maar naar het papier kijkt en driftig zit te schrijven. een deel van de benodigde informatie kunt u verkrijgen door dit van tevoren na te vragen bij de cliënt. Voor andere gegevens is het wel nodig deze in het intake gesprek mee te nemen. Aan de hand van trefwoorden kunt u dan (korte) aantekeningen maken en deze later wat uitgebreider uitwerken.

Voor de algemene anamnese zijn de volgende gegevens van belang om bij elke cliënt na te vragen:
A. Persoonlijke gegevens
B. medische gegevens
C. Leefsituatie
D. Dieetgeschiedenis
E. Bewegpatroon
F. Hulpvraag.

We zullen al deze punten verder uitdiepen.

Persoonlijke gegevens
Van elke cliënt noteert u een aantal administratieve gegevens, zoals: naam, adres, woonplaats, telefoonnummer, e-mailadres, geboortedatum en het burgerservicenummer (BSN). U bent verplicht het BSN te controleren en op te nemen in uw cliëntadministratie. Het gebruik van het BSN in de zorg is geregeld in de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg of Wbsn-z. Het doel van deze wet, die in 2009 is ingevoerd, is het verbeteren van de kwaliteit van de zorg door een betrouwbare gegevensuitwisseling. Concreet houdt dit in dat u  de cliënt vraagt om paspoort of identiteitskaart mee te nemen tijdens het eerste gesprek. U kunt dan controleren of de gegevens horen bij de persoon die u voor u hebt.
De persoonsgegevens vermeld u in uw administratie en neemt u over op de facturen die u naar de cliënt stuurt. Uiteraard is het ook handig dat u de cliënt kunt bereiken wanneer u zelf verhinderd zou zijn of om een andere reden de cliënt wilt bellen.

Medische gegevens
Het lijkt misschien vreemd om medische gegevens na te vragen terwijl u alleen maar mag werken met gezonde mensen. Maar juist om die reden is het van belang deze informatie goed uit te vragen zodat u kunt nagaan of u de cliënt kunt begeleiden of moet doorverwijzen.

De volgende gegevens kunt u van tevoren bij elke cliënt navragen. U kunt dit telefonisch doen. maar ook kunt u de cliënt een vragenlijst toesturen via e-mail, of de gegevens in een kennismakingsgesprek navragen.

A. Huisarts: naam, adres, telefoonnummer.
B. Eventueel wie de verwijzer is voor het gewichtsprobleem.
C. Onder behandeling van medisch specialist/psycholoog/overig
Ervaringen met bepaalde aandoeningen die aan overgewicht gerelateerd zijn, zoals  hoge bloeddruk, diabetes mellitus type2.
E. Gebruik van medicatie/zelfzorgmiddelen.
F. Ervaringen met bepaalde aandoeningen die een voedings- en beweegadvies moeilijk kunnen maken, zoals allergieën, blessures of lichamelijke problemen.

U kunt een checklist maken waarbij u de hiervoor genoemde aspecten punt voor punt navraagt. Wanneer u deze lijst door de cliënt thuis in laat vullen en opsturen, kunt u voordat u met de cliënt in gesprek gaat al nagaan of u de cliënt zelf kunt begeleiden of niet. Door deze informatie al voor het eerste gesprek paraat te hebben, kunt u eventueel direct doorverwijzen. In het hoofdstuk over ziekteleer vindt u meer informatie over de ziektebeelden die vaak samenhangen met overgewicht en waarbij u de cliënt zult moeten verwijzen.

mocht de checklist geen aanleiding geven tot doorverwijzing van de cliënt, dan kunt u de informatie mogelijk wel gebruiken om tijdens het gesprek meer door te vragen. U kunt hierbij denken aan het voorkomen van bepaalde aandoeningen bij familieleden. Het kan bijvoorbeeld zijn dat uw cliënt uit een familie komt waar veel mensen kampen met hoge bloeddruk en een te hoog cholesterolgehalte. Dit zijn aandoeningen die samenhangen met overgewicht en kunnen leiden tot hart- en vaatziekten. U kunt de cliënt dan adviseren dit bij hemzelf te laten onderzoeken door de huisarts. Of uw cliënt wil graag begeleiding, maar gebruikt afslankmiddelen die hij bij de drogist koopt. In de intake kunt u hiervoor al het gesprek aangaan waarom de cliënt dit doet en of hij bereid is hiermee te stoppen.

Leefsituatie
De leefsituatie van de cliënt zegt iets  over hoe de cliënt zijn dagelijks leven heeft ingericht. De factoren die hierbij horen, geven u veel informatie over de slagingskans van de begeleiding. Zo zal een cliënt met een drukken baan en een actief sociaal leven op een andere manier met een voedingsadvies omgaan dan iemand met een druk gezin en veel vrije tijd.
De factoren die horen bij de leefsituatie zijn voor iedere cliënt verschillend. Ook hiervoor kunt een checklist maken om er zeker van te zijn dat u niets vergeet.


Een voorbeeld
Monica zoekt hulp bij een gewichtsconsulent voor haar overgewicht. Ze werkt als verpleegkundige, evenals haar vriend. Samen hebben ze een zoon van zeven jaar. Monica werkt veel onregelmatige diensten. Zij en haar vriend hebben het zo geregeld dat er ‘s ochtends en bij de warme maaltijd altijd een van hen aanwezig is voor hun zoon. Het komt dan voor dat Monica  net uit haar dienst komt en al gegeten heeft. Op het werk wordt er veel getrakteerd door cliënten: bijna elke dag is er gebak, chocola of een andere lekkernij. Monica neemt dan altijd wel iets.


In de begeleiding van een cliënt zoals Monica zult u niet alleen rekening moeten houden met haar onregelmatige diensten en de traktaties op het werk, maar ook met haar gezinsleven.
Daarnaast zijn er nog andere aspecten waar u rekening mee dient te houden.
we noemen dit cliëntgebonden factoren. Voorbeelden hiervan zijn:
– de voorkeuren van de cliënt: als de cliënt ‘s morgens bij het ontbijt geen hap brood door de keel kan krijgen,, zijn papsoorten zoals havermout en Brinta goede alternatieven.
– de intelligentie, kennis en interesse van de cliënt. Het kennisniveau van de cliënt bepaalt welke informatie u kwijt kunt en welke achterwege kan blijven.

Wanneer u de leefsituatie van de cliënt goed in kaart hebt gebracht, hebt u niet alleen een goed beeld van wie uw cliënt is, maar ook een beeld van knelpunten die in de begeleiding kunnen gaan meespelen. Aan de andere kant kunt u uit de leefsituatie ook punten halen die de cliënt zouden kunnen helpen om een gezondere leefstijl te verkrijgen. Goed doorvragen is daarom van groot belang.

Dieetgeschiedenis
De meeste cliënten die begeleiding zoeken bij een gewichtsconsulent of voedingsadviseur hebben vaak al een hele dieetgeschiedenis achter de rug. Ze zullen bekend zijn met afvallen, weer aankomen en opnieuw afvallen. Voor de gewichtsconsulent of voedingsadviseur is het om verschillende redenen van belang de dieetgeschiedenis uit te vragen. We zullen hier kort op ingaan; in andere hoofdstukken komen deze aspecten uitgebreid aan bod.

Lichamelijke veranderingen
Afvallen en aankomen heeft invloed op het menselijk lichaam. Door regelmatig een streng dieet te volgen, daalt de stofwisseling. Omdat zulke diëten meestal zo streng zijn dat niemand dit lang vol kan houden, gaat de lijner al snel weer over tot zijn oude eetpatroon. Hierdoor komt het verloren gewicht er weer bij en vaak nog meer omdat de stofwisseling niet meteen teruggaat naar het oude niveau. Uit teleurstelling probeert iemand dan opnieuw af te vallen met een volgend streng dieet.
Daarnaast heeft het snelle afvallen en aankomen ook invloed op de lichaamssamenstelling. bij het snelle afvallen gaat er vocht en spiermassa verloren en relatief weinig vetmassa. Komt iemand weer aan, dan is dit vooral vocht en vetmassa.

Ideeën over afvallen
Juist omdat veel cliënten zoveel ervaring hebben met lijnen en afvallen, kan het zijn dat zij daardoor bepaalde ideeën hebben ontwikkeld over wat de beste manier is om af te vallen.’Van brood word je dik’ of ‘.Alle vet is slecht’ zijn uitspraken die ook door uw cliënten gebruikt kunnen worden. Zoals u kunt zien, zijn dit weinig genuanceerde uitspraken. Dit is ook wel een kenmerk van de vele ideeën die er bestaan over afvallen. Het zijn uitspraken die nogal
zwart-wit zijn en geen ruimte laten voor een mildere manier van kijken. Het doorvragen over zulke ideeën bij uw cliënten geeft u een beeld van hoe zij tegenover voeding en afvallen staan. In de begeleiding en voorlichting die u
aan de cliënt geeft, kunt u hierin nuances gaan aanbrengen.

Verwachtingen t.a.v. de begeleiding
Cliënten kunnen soms met hoge of onrealistische verwachtingen hulp zoeken voor hun overgewicht. Het komt voor dat een cliënt denkt dat juist u degene bent die hem op een streng dieet zal zetten. Een cliënt kan denken dat hij bepaalde voedingsmiddelen niet meer mag eten of dat hij gedurende een aantal weken of maanden zijn eetpatroon gaat aanpakken.
Sommige cliënten zullen denken dat de begeleiding erg zwaar zal zijn, terwijl anderen er gemakkelijker over denken. Het is nuttig dit met de cliënt te bespreken. U kunt duidelijk maken wat uw manier van werken is, wat de cliënt van u mag verwachten en wat u van de cliënt verwacht. Hierdoor kunt u van beide kanten teleurstellingen voorkomen .

Beweegpatroon
In het proces van afvallen is beweging een onderdeel waar u ook een stuk begeleiding in kunt geven. U hoeft geen sportinstructeur te zijn om toch goede beweegadviezen te kunnen geven. Beweg ing is naast gezonde voeding onderdeel van een gezonde en actieve leefstijl. Om hier gericht adviezen in te kunnen geven, is het noodzakelijk dat u het beweegpatroon van de cliënt in kaart brengt. Ook hiervoor zou u een checklist kunnen ontwikkelen.
Beweging is iets wat vaak nogal overschat wordt; mensen denken dat ze actiever zijn dan ze in werkelijkheid zijn. U kunt met de cliënt zijn hele week doornemen om na te gaan wanneer hij actief is en hoe lang.


Een voorbeeld
Tijdens de intake vertelt Tim, een 46-jarige ICT-er met fors overgewicht, dat hij niet beweegt. Wanneer de gewichtsconsulent de week met hem doorneemt, blijkt dat Tim met de trein naar zijn werk gaat. Hij fietst naar het station en doet naar ongeveer 18 minuten over.’s Avonds fietst hij nogmaals dezelfde route. Vanaf het station loopt hij in een kwartier naar zijn werk. Opgeteld is Tim ruim een uur per werkdag actief. Hij is verbaasd als de gewichtsconsulent dit aan hem voorlegt. Zelf dacht hij niet actief te zijn omdat hij verder niets aan sport doet.


Zoals uit het voorbeeld blijkt, hoeft beweging niet te betekenen dat de cliënt
naar een sportschool gaat of aan een teamsport doet. Ook activiteiten als wandelen, fietsen, tuinieren of huishoudelijk werk tellen mee.Van belang is wel dat u goed doorvraagt naar hoe vaak een cliënt een activiteit uitvoert en hoelang hij hiermee bezig is. Voor beweging geldt dat u aan de hand van diverse normen kunt nagaan of de cliënt voldoende beweegt.

Hulpvraag
Bij het opstellen van behandeldoelen staat de hulpvraag van de cliënt centraal. De gewichtsconsulent of voedingsadviseur heeft hierbij niet alleen de taak de hulpvraag te vertalen in concrete doelen, maar ook is het zaak om bij het opstellen van die doelen realistisch te blijven. Niet-haalbare doelen leiden alleen maar tot teleurstelling bij cliënt en gewichtsconsulent.Daarnaast kunt u bij het opstellen van realistische doelen duidelijk de grenzen van uw beroep aangeven.
Bij het opstellen van behandeldoelen kiest u in eerste instantie doelen voor de korte termijn. Daarbij kunnen ook doelen voor de lange termijn worden gesteld, maar deze kunnen ook later in de behandeling naar voren komen.

Wellicht denkt u nu dat de hulpvraag van de cliënt altijd duidelijk is, maar dit hoeft niet zo te zijn. De wens om af te vallen kan heel breed zijn en soms weet de cliënt zelf niet goed wat hij precies wil bereiken. In de intake is het daarom van belang hier voldoende aandacht aan te besteden en dit voor u allebei helder te krijgen.
De wens van de cliënt om af te vallen kan verschillende achterliggende redenen hebben. Bij sommige cliënten speelt hun gezondheid een rol; zij willen door af te vallen voorkomen dat zij gezondheidsklachten gaan krijgen. De meeste mensen willen afvallen omdat zij hopen zich daarmee lekkerder in hun vel te voelen. Ook dit kan weer heel divers zijn. Sommige mensen voelen zich goed als ze een bepaalde kledingmaat hebben, anderen willen afvallen zodat ze weer een badpak of zwembroek durven dragen. Vaak hebben mensen meerdere redenen waarom ze willen afvallen; ze willen zich fitter voelen, hun oude kleding weer kunnen dragen en zich prettiger voelen op het strand.
Mensen met kinderen geven ook wel eens aan dat ze een goed voorbeeld voor hun kinderen willen zijn.

De informatie die u krijgt, vat u samen in een hulpvraag en u benoemt eventuele knelpunten.
(‘U wilt graag wat afvallen, omdat u in 3 maanden tijd ruim 8 kg bent aange­ komen. Wat u als een mogelijke belemmering ziet, zijn uw onregelmatige werkdiensten:) Met deze hulpvraag hebt u, samen met de gegevens uit de anamnese, voldoende informatie om aan de slag te gaan.

Cliëntregistratie en -administratie
Wanneer u een anamnese afneemt bij een cliënt, verkrijgt u informatie die u om verschillende redenen nodig hebt in de begeleiding. Deze informatie zult u goed moeten vastleggen.

De informatie uit de anamnese gebruikt u onder andere om:
a. de gegevens van de cliënt overzichtelijk te bewaren en indien nodig te kunnen raadplegen
b. het verloop van de begeleiding te monitoren
c. eventueel een rapportage op te stellen, bijvoorbeeld voor de huisarts
d. de cliënten facturen te kunnen sturen.

U kunt deze informatie digitaal of schriftelijk bijhouden. Beide hebben voor­ en nadelen.

Schriftelijke cliëntadministratie
In een tijdperk waarin informatiestromen steeds meer gedigitaliseerd worden, zijn er ook nog mensen die niet de mogelijkheid hebben om met een computer te werken. Het kan zijn dat ze hier geen geld voor hebben, of dat ze de vaardigheden missen om hiermee om te gaan en dit vaak ook niet willen. Zoals u verderop kunt lezen, bieden digitale systemen erg veel mogelijkheden. Toch kan het handig zijn ook een deel van de registratie en administratie schriftelijk te hebben.



Een voorbeeld

Laura is recent met haar praktijk begonnen. Ze heeft een digitale cliënt­ registratie en voert alle gegevens van de anamnese van de cliënt direct in de computer in. Dit zijn NAW-gegevens, soms een voedingsanamnese en gegevens die ze gemeten heeft, waaronder het gewicht. Als ze een eetpa­ troon uitvraagt, berekent ze dit ook gelijk. Tijdens de gesprekken kijkt ze veel naar haar scherm omdat ze goed moet kijken waar ze de verkregen informatie moet noteren. Daarbij lukt het haar niet om ook de cliënt op dat moment aan te kijken. De cliënt geeft na de intake aan niet verder te willen gaan met de begeleiding. Ze is wat vaag over de reden, maar later op de dag belt ze Laura op en zegt dat ze niet het gevoel had dat Laura oog voor haar had.


Door informatie op te schrijven, bijvoorbeeld in een voorgedrukte vragenlijst, kunt u de informatie gemakkelijker meeschrijven en (oog)contact met de cliënt blijven houden. Wanneer dit een volledige lijst is die alle aspecten van de anamnese meeneemt, kunt u deze bewaren in een papieren dossier voor elke cliënt. Op die manier kunt u de gegevens er weer bijpakken als u de cliënt opnieuw ziet.

Een ander voordeel van het gebruik van schriftelijke cliëntinformatie is dat u deze ook beschikbaar hebt als de stroom uitvalt of als u een probleem met uw computer hebt.

Digitale cliëntadministratie
Er bestaan online pakketten waarmee u een volledige cliëntadministratie kunt voeren. Wanneer u vaardig bent met ICT kunt uzelf digitale programma’s maken. Ook kunt u software gebruiken die de informatie eenvoudig vermeldt, waarbij u de informatie in een digitaal dossier van de cliënt bewaart. U kunt hierbij denken aan zelfgemaakte vragenlijsten die u digitaal invult en opslaat of de registratie van een eet- dagboek dat u als pdf-bestand opslaat. Een betaald pakket is dan een overweging waard, omdat u hiermee alle benodigde informatie kwijt kunt op een logische manier.

Digitale pakketten bieden, afhankelijk van het pakket, verschillende opties:

a. Informatie over de cliënt, zoals NAW- gegevens.
b. Registratie van eet- dagboeken en voedingswaarde.
c. Adviezen voor menu’s.
d. Verslagen van consulten.
e. Recepten.
f. Rapportages en brieven voor andere hulpverleners.
g. Agendabeheer .
h. Facturatiesystemen.
i. Nieuwsbrieven

Vaak zijn er verschillende pakketten; hoe uitgebreider, hoe meer u betaalt. U kunt zich afvragen of de kosten een probleem zijn als u bedenkt hoeveel werk en dus tijd u bespaart door een digitaal systeem te gebruiken.
Een digitale cliëntadministratie zal in letterlijke zin ook minder ruimte innemen dan wanneer u van elke cliënt een papieren dossier aanlegt.

Wet bescherming persoonsgegevens

Een overzichtelijk een duidelijke cliëntadministratie is belangrijk om uw werk te kunnen doen. Deze gegevens bewaart u in een kast of bureau of u hebt alles op uw computer opgeslagen. Daarbij dient u rekening te houden met de privacy van uw cliënten. In Nederland is dit geregeld met de Wet bescherming
persoonsgegevens, die gebaseerd is op Europese wetgeving.
Omdat u persoonsgegevens van cliënten bewaart, bent u verplicht zich hierbij
aan bepaalde regels te houden. Zo dient u alleen die gegevens te verzamelen die een duidelijk omschreven doel dienen. In het geval van een begeleiding bij overgewicht houdt u het gewicht van de cliënt bij. Dat is doelgerichte infor­matie. Stel dat de cliënt in het verleden medicijnen heeft geslikt voor een angststoornis en hij heeft een overzicht hiervan gekregen, dan hoeft u niets met deze informatie te doen, omdat dit voor uw doel niet relevant is. U hoeft dan ook geen kopie van dit document te bewaren.
U dient de cliënt wel te laten weten wat u doet met de verzamelde informatie, bijvoorbeeld vermelden in het dossier dat de cliënt ooit voor een angst­ stoornis is behandeld, maar ook dan alleen als dit relevant is voor uw begeleiding op dat moment. U mag ook niet zonder toestemming van de cliënt diens huisarts inlichten.

Het is van belang dat u zorgvuldig omgaat met deze gegevens. U dient voor uzelf na te gaan op welke manier u voorkomt dat anderen (lees: onbevoegden) bij uw gegevens kunnen komen. U zou een aantal vragen voor uzelf kunnen beantwoorden om na te gaan of u voldoende veiligheid hebt gewaarborgd:

a. Is de kast waar de gegevens bewaard worden afsluitbaar?
b. Is de sleutel niet zichtbaar, maar veilig opgeborgen?
c. Is uw computer beveiligd met een wachtwoord?
d. Wie is allemaal op de hoogte van het feit dat gegevens bewaard worden?
e. Hebben anderen toegang tot de ruimte waar de gegevens zijn opgeslagen?
f. Zijn de gegevens voldoende beschermd wanneer een kast of computer worden gestolen?

Het maakt uiteraard uit of u een praktijk aan huis hebt en de gegevens in uw praktijkruimte bewaart, of dat u een ruimte huurt die al dan niet ook door anderen wordt gebruikt en waar anderen eventueel bij uw spullen kunnen komen. U kunt hierbij denken aan familieleden die in de praktijkruimte bij u thuis komen, collega’s met wie u een praktijk deelt, andere hulpverleners als u een ruimte huurt die op andere dagen door anderen gebruikt wordt, maar ook cliënten die even alleen in uw praktijkruimte zijn.
U bent verantwoordelijk voor het zorgvuldig omgaan met deze cliëntgegevens
en hiervoor een deugdelijk en veilig systeem voor te nemen. Dit kunt u aanpakken door te zorgen voor een goede beveiliging van uw dossiers. Papieren dossiers bewaart u in een kast die afgesloten kan worden. Uiteraard bewaart u de sleutel op een veilige plek waar verder niemand bij kan. Digitale dossiers kunt u beveiligen met een wachtwoord op uw computer.
Uw cliënt mag ervan uitgaan dat zijn gegevens zorgvuldig worden bewaard en niet door onbevoegden kunnen worden ingezien.

Geef een reactie