De voedingsanamnese

De voedingsanamnese is een van de belangrijkste instrumenten om gegevens over de voeding van de cliënt te verkrijgen. Deze voedings­ anamnese geeft inzicht in de voedingsgewoonten van de cliënt. Ook zegt ze iets over de samenstelling van de voeding. Op basis van de verkregen informatie kan een gericht voedingsadvies worden samengesteld, dat zo goed mogelijk aansluit op het bestaande voedingspatroon.Een voedingsanamnese biedt echter nog meer mogelijkheden. Ze kan gebruikt worden als hulpmiddel bij het vaststellen van een diagnose en als evaluatie van een behandeling.
U weet inmiddels dat een gewichtsconsulent zich niet bezighoudt met de begeleiding van zieke mensen. Het vaststellen van een diagnose lijkt dan wat vreemd als onderdeel van een voedingsanamnese. Inzicht in het voedingspatroon kan de gewichtsconsulent echter helpen om te beoor­delen of een cliënt moet worden doorverwezen of niet. De voedingsanamnese is een dermate belangrijk hulpmiddel voor de gewichtsconsulent, dat er een apart hoofdstuk aan gewijd is. In dit hoofdstuk komen verschillende technieken aan bod om de voedings­ anamnese af te nemen.

De voedingsanamnese wordt niet alleen door gewichtsconsulenten toegepast, maar uiteraard ook door diëtisten en soms ook door leefstijlcoaches. De methodieken die gebruikt worden om inzicht te krijgen in het voedings pa­troon van de cliënt zijn gelijk aan elkaar. Er is wel een verschil in wat er met dat inzicht gedaan wordt. Een diëtist gebruikt de voedingsanamnese als hulpmiddel om een diëtistische diagnose te stellen en een dieet op te stellen. Een gewichtsconsulent stelt zelf geen diagnose en geeft een voedingsadvies, geen dieet.

Om duidelijk te maken wat het verschil is tussen een dieet en een voedings­ advies, geven we hier de definitie van dieet:
In Nederland wordt onder dieet verstaan : een voeding die om medische redenen aan specifieke eisen moet voldoen ten behoeve van een individu. Een dieet wordt voorgeschreven door een arts en opgesteld door een diëtist. Wanneer mensen zeggen dat ze ‘op dieet’ zijn, dan bedoelen ze meestal dat ze op eigen initiatief minder eten om af te vallen. In theorie heeft dat niets te maken met een dieet. Een voedingsadvies is een algemeen advies, gebaseerd op gezonde voeding volgens de Richtlijnen Goede Voeding. Het is een advies dat niet gebaseerd is op medische gronden, geen specifieke eisen kent en bestemd is voor grotere groepen mensen. De Schijf van Vijf is hierbij een hulpmiddel. De Richt lijn en Goede Voeding en de Schijf van Vijf worden in een ander hoofdstuk nader toegelicht.

Ajb. 1. De Schijf van Vijf is een belangrijk hulpmiddel bij het geven van een Voedingsadvies.

De voedingsanamnese: methodieken

In dit hoofdstuk zullen we enkele methodieken bespreken waarmee een voedingsanamnese kan worden afgenomen. Dit zijn:
• Eetdagboek.
• Dietary history.
• 24- uur recall.

We zullen al deze methodieken uitgebreid beschrijven, zodat u er in de praktijk mee aan de slag kunt.

Eetdagboek
Het bijhouden van een eet- dagboek is de bekendste methodiek om inzicht te
krijgen in het voedingspatroon van de cliënt. Het is een schriftelijke voedings­
anamnesemethodiek die vaak niet zo eenvoudig is als het lijkt.
De gewichtsconsulent kan ervoor kiezen zelf formulieren te ontwikkelen, de cliënt kan op blanco papier werken, maar ook zijn er complete voedingsdag­ boeken te verkrijgen waar in gedurende langere tijd de voeding kan worden bijgehouden.

Het principe van het eetdagboek is simpel: de cliënt noteert gedurende één of meerdere dagen alles wat hij die dag eet en drinkt. Afhankelijk van het doel van de voedingsanamnese kan de cliënt ook noteren hoe laat hij iets neemt, waar hij is, of hij met iemand samen is en in welke gemoedstoestand hij is. Dit laatste wordt vaak gebruikt om meer inzicht te krijgen in bijvoorbeeld emoti­oneel eten, een probleem dat men soms bij overgewicht tegenkomt. Emoti­oneel eten behandelen is niet aan te raden als u net als gewichtsconsulent begint.
Ook kunt u behalve de voeding bij laten houden hoe vaak de cliënt beweegt en wat hij dan precies doet.
Bij het geven van de opdracht aan de cliënt om een eet- dagboek bij te houden, is het belangrijk een duidelijke instructie te geven. De gewichtsconsulent

bepaalt hoeveel dagen het eet- dagboek bijgehouden moet worden. Bij een cliënt met een regelmatig eetpatroon kan het bijvoorbeeld voldoende zijn om
twee doordeweekse dagen en twee weekenddagen te nemen. Bij een cliënt die een onregelmatig eetpatroon heeft, kan het nodig zijn gedurende een langere periode het eet- dagboek bij te houden. U kunt hierbij denken aan mensen met onregelmatig werk, ploegendiensten of nachtdiensten, maar ook aan mensen die voor hun werk regelmatig uit eten moeten gaan (zakenlunch, in een hotel eten).

Van belang is ook om instructies te geven over de nauwkeurigheid waarmee de cliënt het eet- dagboek in moet vullen. Als u hier niet volledig in bent, kan het zijn dat u niet zoveel kunt met de informatie in het eet- dagboek van de cliënt.
U kunt de instructie geven, dat de cliënt alle porties moet wegen in grammen. Dit maakt het makkelijker om de voeding te berekenen, maar is voor de cliënt mogelijk niet haalbaar of lastig uit te voeren. Ook kunt u de instructie geven om huishoudelijke maten te gebruiken, zoals: een schaaltje magere yoghurt, drie opscheplepels bloemkool, één sinaasappel.
Belangrijk is wel dat u een methode neemt, waarvan u de resultaten gemak­kelijk kunt berekenen.
Als u de opdracht met de cliënt doorspreekt, kunt u aangeven wat u van de cliënt verwacht. Een voorbedrukt eet- dagboek is daarbij op zichzelf al een goed hulpmiddel. Dit kunt u gemakkelijk zelf maken in Word of Excel.

Het nauwkeurig invullen van een eet- dagboek door de cliënt is voor de gewichtsconsulent van belang om de voeding te kunnen berekenen. Zoals gezegd, moet het dagboek volledig worden ingevuld. Als een cliënt vermeldt dat het ontbijt bestond uit een glas melk en twee belegde boterhammen, weet u nog niets. Een duidelijker voorbeeld is:
• 2 volkoren boterhammen
• normaal besmeerd met halvarine
• 1 plak kaas 20+
• 1 halvajam
• glas halfvolle melk.

Ajb. 2. Te dik besmeerd? Een foto kan duidelijkheid verschaffen.

Over het besmeren van brood en het beleg kunt u afspraken maken over de hoeveelheid.
U kunt foto’s laten zien van een boterham waar nauwelijks halvarine op is gesmeerd, een boterham met een gemiddelde hoeveelheid en een boterham die dik besmeerd is. Als u met de cliënt overlegt hoe u dit in het eetdagboek terug wilt zien, is het voor beiden duidelijk wat bedoeld wordt.
Bijvoorbeeld: een dik besmeerde boterham telt voor twee porties halvarine.
Vaak zijn cliënten geneigd om ‘s avonds het eetdagboek voor de hele dag in te vullen. Het kan zijn dat men dan niet meer precies weet wat er gegeten is. Het eetdagboek geeft dan een onvolledig beeld. Soms eten mensen achteloos, zonder erbij na te denken. U kunt hierbij denken aan een snoeppot die in een kantoortuin op tafel staat. Of een zak drop die de cliënt in de auto heeft liggen en waaruit hij tijdens een file gedachteloos wat neemt. Het kan zijn dat die voedingsmiddelen dan niet terug te vinden zijn in het eetdagboek. Dit probleem kan ondervangen worden door meteen tijdens of na de maaltijd of een tussendoortje op te schrijven wat er gegeten is. Een klein notitieboekje in de tas of op de eettafel kan hierbij een hulpmiddel zijn.
Later in dit hoofdstuk komen we terug op de voor- en nadelen van deze
methode.

Dietary history
De dietary history is een methode die veel gebruikt wordt in de gezond­ heidszorg om een voedingsanamnese af te nemen. Het verschil met het eetdagboek is dat de gewichtsconsulent hier een actievere rol in heeft.
Bij de dietary history wordt eveneens onderscheid gemaakt tussen weekdagen en weekenddagen. Ook kan men nagaan hoe de cliënt eet als het gaat om nachtdiensten of andere onregelmatige tijden.
Door het toepassen van een checklist kan de gewichtsconsulent nagaan of er bepaalde producten niet of nauwelijks gegeten worden. De dietary history geeft een goed beeld van het voedingspatroon van de cliënt. De gewichtscon­ sulent is in staat om met de gegevens uit de dietary history de voeding te berekenen en een advies te geven. Daarnaast kan de informatie die verkregen is, gebruikt worden om de cliënt inzicht te geven in diens voedingspatroon. Tot slot kan de dietary history worden gebruikt om een behandeling tussen­
tijds of na afloop te evalueren.
De dietary history is een interview met de cliënt over zijn gebruikelijke voedingspatroon op verschillende dagen. Het afnemen van deze vorm van voedingsanamnese neemt ongeveer een half uur in beslag.

Het is erg belangrijk dat er een vertrouwensrelatie is tussen de gewichtsconsulent en de cliënt. De cliënt moet de kans krijgen en zich voldoende vertrouwd voelen om de benodigde informatie te geven. Dit vraagt om goede luistervaardigheden van de gewichtsconsulent. Belangrijk is om goed te letten op non-verbale signalen en de cliënt niet te sturen met uw vragen. Vanzelf­ sprekend neemt u een open, niet- veroordelende houding aan.

De verkregen informatie noteert u op een registratieformulier. Er zijn veel registratieformulieren in omloop, vaak in diëtistenpraktijken of ziekenhuizen. U kunt ook zelf een formulier ontwerpen. Een registratieformulier is een hulpmiddel voor de voedingsanamnese. Het helpt u om alle informatie na te
vragen die u nodig hebt. Het is echter niet bedoeld om het gesprek te sturen, ( bijvoorbeeld door adviezen te geven naar aanleiding van wat de cliënt vertelt’ ) of een oordeel uit te spreken over wat de cliënt neemt.

Het afnemen van de dietary history
Een goede voorbereiding op het gesprek is belangrijk om de voedings­
anamnese goed te laten verlopen. Als u zich hebt ingesteld op het gesprek en alle benodigde materialen, zoals een vragenlijst met pen, hebt klaarliggen, zult u het gesprek ontspannen en open in kunnen gaan.
Voordat u de anamnese uitvoert, is het belangrijk dat u de cliënt informatie geeft over het doel van het interview en op welke manier u de gegevens gaat verzamelen. U vertelt daarbij hoelang het gesprek zal gaan duren, wat u van de cliënt verwacht en welke informatie u op gaat schrijven. Eventuele vragen van de cliënt beantwoordt u natuurlijk.
Omdat het bij deze methode gaat om voor de cliënt vertrouwelijke informatie, is het belangrijk dat de cliënt zich veilig en vertrouwd genoeg voelt om alles te kunnen vertellen.

Als eerste vraagt u na, of er regelmatig gegeten wordt en of er dagen zijn dat er anders gegeten wordt. Bij het eerste gaat het erom, of de cliënt een regel­ matig eetpatroon heeft met meerdere maaltijdmomenten op redelijk vaste tijdstippen per dag. Bij de tweede vraag gaat u na, of er sprake is van een ander eetpatroon in het weekend, op vrije dagen en of er onregelmatig werk is met andere etenstijden.
U kunt ook vragen of er sprake is van problemen met kauwen. Het kan zijn dat een cliënt als gevolg van een slecht gebit moeite heeft met bepaalde producten.

Hierna vraagt u de voeding na. Wanneer er sprake is van verschillende dagen, bijvoorbeeld de cliënt eet in het weekend anders dan doordeweeks, dan vult u voor beide dagen een formulier in.
De vragen die u stelt, zijn zo veel mogelijk open. Belangrijk is ook om door te vragen. Het gaat erom, dat u precies weet wat ie mand eet.

Als eerste vraagt u na wat het eerste maaltijdmoment van de d ag is. Voor veel cliënten zal dit het ontbijt zijn, maar dat hoeft niet. Er zijn ook mensen die
niet ontbijten of alleen een kop koffie nemen.

Voorbeeldvragen die u kunt stellen (gericht op het ontbijt):
‘U begint ‘.s ochtends m et een ontbijt, wat eet u dan? Smeert u iets op uw brood? Doet u er dan nog iets op?’

‘Drinkt u daar iets bij? Wat drinkt u? Wat doet u in de koffie?’

Als u voldoende antwoord hebt gekregen, gaat u verder met het volgende maaltijdmoment. Dit kan een tussendoor tje zijn, maar ook de lunch. Door heel specifiek na te gaan wat iemand eet en drink t, krijgt u een goed beeld van het voedingspatroon van de cliënt.

Bij de maaltijden is het ook belangrijk om na te vragen waar deze gebruikt worden. Voor mensen die overdag werken, kunt u nagaan of zij een lunch meebrengen, in een kantine eten of een warme maaltijd gebruiken.
Een extra aandachtspunt hierbij is het gebruik van alcohol. Wees bedacht op sociaal-wenselijke antwoorden van de cliënt. Veel cliënten zullen het niet prettig vinden om bepaalde aspecten van hun voedingspatroon te benoemen. Vaak speelt schaamte een rol, maar ook wil men niet altijd voor zichzelf erkennen dat er te veel gesnoept of gedronken wordt.

Bij de warme maaltijd kunt u nog extra vragen stellen:
• Wordt er iedere dag warm gegeten?
• Wordt de warme maaltijd thuis of buitenshuis gebruikt?
• Wie doet de boodschappen?
• Wie bereidt de maaltijden?
• Voor hoeveel personen wordt de maaltijd gekookt?
• Wat wordt gedaan met overgebleven voedsel?
• Worden er vaak kant-en-klaarmaaltijden of afhaalmaaltijden gegeten?

Bij de warme maaltijd dient u rekening te houden met het gebruik van alcohol. Verder kunt u doorvragen op het gebruik van een voorgerecht, soep, het gebruikte bereidingsvet voor vlees/vis/gevogelte, of er extra’s zijn als saus, appelmoes of rauwkost, of er een nagerecht wordt genomen en of er bij de maaltijd iets gedronken wordt.
Tot slot gaat u na of er ‘s avonds nog iets gegeten en gedronken wordt en zo ja, wat dit is.

De dietary history wordt afgesloten met een checklist. Hierbij vraagt u de ( cliënt per dag aan te geven hoeveel van welke voedingsmiddelen hij neemt.
Het gaat om het aantal per voedingsmiddel: hoeveel sneetjes brood, hoeveel glazen melk, hoeveel koppen koffie, hoeveel suikerklontjes etc. Voor de warme maaltijd kan dit ook per week worden gedaan, bv. als de cliënt alleen in het weekend soep bij de warme maaltijd neemt. Verder gaat u na in hoeverre het eetpatroon in het weekend afwijkt van doordeweeks, bijvoorbeeld doordat in het weekend meer producten als pizza, afhaalmaaltijden en snacks worden gegeten.
Aan de hand van de verkregen informatie kan de gewichtsconsulent de voeding berekenen.

Afb. 3. Een voorbeeld van een maaltijd

24- uur recall
Bij het afnemen van een 24-uur recall gaat de gewichtsconsulent na wat de cliënt de vorige dag gegeten en gedronken heeft. De gewichtsconsulent begint bij het eerste eetmoment van die dag en gaat dan chronologisch de rest van de dag na.
De 24-uur recall is een momentopname. Het geeft daarmee geen goed beeld
van het gebruikelijke voedingspatroon van een cliënt. De informatie die afkomstig is uit een 24-uur recall kan wel de basis zijn voor een gesprek, omdat er knelpunten in de voeding gesignaleerd kunnen worden. Wees erop bedacht dat een 24-uur recall niet voldoende is om een begeleiding te gaan starten . Ook niet als de cliënt aangeeft dat er weinig variatie zit in zijn eetpa­ troon. De meeste mensen eten in het weekend anders dan doordeweeks. Ook verjaardagen, vakanties of uit eten gaan leiden tot een ander eetpatroon op zo’n dag.

De 24-uur recall wordt veel gebruikt bij de Voedselconsumptiepeilingen. Dit zijn onderzoeken naar voedingspatronen. Hierbij worden grote groepen mensen gevraagd naar hun dagelijkse voeding om zo de gemiddelde inname van voedingsstoffen te meten. Gebleken is dat de 24-uur recall voor dit doel een betrouwbaar hulpmiddel is.

Ook de 24-uur recall wordt afgenomen door middel van een interview. De structuur van het interview is vergelijkbaar met de dietary history. U begint met na te gaan wanneer het eerste eetmoment van de dag was. Daarna vraagt u alle volgende momenten na. Om te voorkomen dat uw cliënt producten vergeet, kunt u navragen welke activiteiten hij heeft ondernomen en of hij hierbij iets gegeten of gedronken heeft. Bijvoorbeeld:
‘Toen u in de auto naar huis reed, heeft u onderweg iets gegeten of gedronken?’ ‘Toen u s’ avonds televisie keek, heeft u toen iets gegeten of gedronken?’
Net als bij de dietary history is het belangrijk dat u van tevoren duidelijk aan de cliënt vertelt welke gegevens u gaat navragen en met welk doel u dit doet. Het spreekt voor zich, dat ook bij deze voedingsanamnese een vertrouwensrelatie tussen gewichtsconsulent en cliënt van groot belang is.

Voeding berekenen
Als u de benodigde gegevens verzameld heeft, kunt u de voeding gaan berekenen. De methodieken hiervoor worden in een volgend hoofdstuk besproken. Als de cliënt voor meerdere dagen de voeding heeft ingevuld in een eetdagboek of u heeft van meerdere dagen een registratieformulier ingevuld, dan kunt u de berekeningen over die verschillende dagen met elkaar vergelijken.

De verkregen informatie geeft inzicht in het voedingspatroon van de cliënt en daarmee ook in factoren als:

• Onregelmatige patronen (doordeweeks gezond en regelmatig, in het weekend te veel snacks en gemaksvoedsel).
• Moeilijke momenten (overdag so ber eten en ‘s avonds snacks en snoep).
• Knelpunten in maaltijdmomenten (op werkdagen veel koffie en geen ontbijt).
• Knelpunten in de voeding (te weinig zuivel, te weinig groenten en fruit).

Met de verzamelde informatie en de door u gemaakte berekeningen heeft u een goed beeld gekregen van het voedingspatroon van de cliënt en de knelpunten. Hierop kunt u een voedingsadvies gaan inzetten.

 

Voedingsanamnese: voor- en nadelen
Alle drie de methodieken om een voedingsanamnese af te nemen, kennen voor- en nadelen. We zullen hier van elke methodiek beide benoemen.

Eetdagboek
Als voordelen van deze methodiek kunnen we noemen:
• Het is een relatief eenvoudige manier om te verwerken voor zowel de cliënt als de gewichtsconsulent.
• Het is een geschikte methodiek als u over langere tijd informatie van het voedingspatroon van de cliënt wilt verzamelen.
• De tijd die het vraagt om het eetdagboek in te vullen, valt niet onder de spreekuurtijd.

Als nadelen van het gebruik van het eetdagboek kunnen we noemen:
• Als er onduidelijkheden in de instructie zijn, kunnen de verkregen gegevens niet als betrouwbaar worden gezien. Mogelijk moet de opdracht
opnieuw worden gedaan, omdat de gewichtsconsulent de berekeningen (“) niet kan maken.
• De kans op sociaal-wenselijk invullen is aanwezig. Het vermoeden bestaat dat ongeveer een derde tot de helft van de cliënten het eetdagboek niet naar waarheid invult.
• Omdat de cliënt heel bewust alles wat hij eet en drinkt noteert, is de kans aanwezig dat er minder wordt genomen dan zijn bedoeling was (‘Laat ik dat zakje chips maar niet nemen, anders moet ik het opschrijven’),terwijl het eetdagboek juist bedoeld is om inzicht te krijgen in het gebruikelijke eetpatroon van de cliënt.
• Als de cliënt over een langere periode het eetdagboek bij moet houden, bestaat de kans dat het vergeten wordt en dat de cliënt meerdere dagen tegelijk invult. Zelfs als de cliënt ‘s avonds het eetdagboek voor de hele dag invult, is de kans op fouten al aanwezig.
• Het kan voorkomen dat de cliënt de opdracht niet begrijpt en het eetdagboek verkeerd invult; dit is niet altijd te achterhalen uit het resultaat.
Een voorbeeld: een cliënt weet niet dat halvarine en margarine verschillen
in hoeveelheid vet en vult niet het product in wat hij gebruikt, maar het ( ) andere product. Hierdoor ontstaat een vertekend beeld over de ‘ hoeveelheid vet die hij gebruikt. Eenzelfde probleem kan zich voordoen als
de cliënt moeite heeft met maten en gewichten, bv. een opscheplepel en een eetlepel door elkaar halen.
• De cliënt kan bij een volgend consult ‘vergeten’ zijn het eetdagboek in te vullen. Ook komt het voor, dat de cliënt het te veel werk vindt en het eetdagboek half invult.

Dietary history
Als voordelen van deze methodiek kunnen we noemen:
• Bij goed navragen door de gewichtsconsulent wordt een goed inzicht verkregen in het voedingspatroon van de cliënt.
• Een interview kan voor de cliënt minder belastend zijn dan het zelf moeten invullen van alle producten.
• De gewichtsconsulent krijgt niet alleen een beeld van het voedingspatroon,
maar ook kunnen aanwezige voedselvoorkeuren en -aversies aan het licht komen, wat voor het voedingsadvies weer nuttig is.

Als nadelen van de dietary history kunnen we noemen:
• Het vraagt van de gewichtsconsulent veel op het gebied van gespreksvaar­
digheden, zowel de luistervaardigheden als het stellen van de juiste vragen.
• Als de cliënt niet voldoende veiligheid en vertrouwen ervaart, is de kans groot dat hij sociaal-wenselijke antwoorden zal geven.
• De gewichtsconsulent kan het gesprek ongemerkt gaan sturen of onvol­ doende doorvragen. Hierdoor kan de verkregen informatie anders zijn dan de werkelijkh eid .

24-uur recall
Als voordelen van deze methodiek kunnen worden genoemd:
• De gewichtsconsulent krijgt snel een beeld van het voedingspatroon en eventuele knelpunten.
• De verkregen informatie kan helpen een gesprek aan te gaan over de voeding.
• Voor (wetenschappelijk) onderzoek is het een eenvoudige en betrouwbare methode.

Als nadelen van deze methodiek kunnen worden genoemd:
• De gewichtsconsulent krijgt geen beeld van het gebruikelijke voedingspa­troon van de cliënt over een langere tijd.
• De nadelen die genoemd zijn bij de dietary history gelden ook voor de 24-uur recall.

Welke methode wordt gebruikt?

Voor het afnemen van een goede voedingsanamnese, zijn er verschillende methodieken die u kunt toepassen. In dit hoofdstuk hebben we de drie meest gebruikte methodieken behandeld. Welke methode u gaat gebruiken, zal afhankelijk zijn van uw voorkeur, de cliënten die u hebt en het gemak waarmee u een methodiek kunt toepassen of niet.
Het is aan te raden om met alle methodieken te oefenen, zodat u er vertrouwd mee raakt. In een eerste gesprek met een cliënt kunt u dan beter beoordelen welke methodiek voor deze cliënt geschikt is. Dit heeft twee belangrijke voordelen.

Aan de ene kant kunt u per situatie die methodiek kiezen die het beste aansluit bij uw behandeldoel; hierdoor beschikt u over de juiste benodigde informatie. Een ander voordeel is, dat u beter kunt aansluiten bij de hulpvraag en wensen van de cliënt. Een cliënt die het niet ziet zitten gedurende enkele dagen een eetdagboek bij te houden, kunt u beter aanbieden de dietary history af te nemen. Een cliënt die weinig zicht heeft op wat hij eet, kan hier via een eetdagboek meer over te weten komen. Uiteraard vraagt dit wel om een goede instructie en uitleg.

Mocht u na verloop van tijd in de begeleiding merken dat de cliënt moeite heeft met het voedingsadvies of dat het gewichtsverlies stagneert, dan kunt u opnieuw een voedingsanamnese afnemen om weer een beeld te krijgen van het voedingspatroon op dat moment.

Tot slot
Een voedingsanamnese is het uitgangspunt om uw behandeling van start te laten gaan. Met behulp van de verkregen gegevens hebt u inzicht in het gebruikelijke voedingspatroon van de cliënt en kunt u een gericht voedings­ advies geven, de juiste knelpunten analyseren en doelen stellen.
Daarnaast geeft de voedingsanamnese u inzicht in ideeën en opvattingen die
de cliënt kan hebben ten aanzien van voeding. U kunt hierbij denken aan de volgende voorbeelden:

• De cliënt is van mening voldoende groente en fruit te eten; bij navraag blijkt dit vooral potgroente te zijn en vruchtensap met nauwelijks voedingsstoffen.
• De cliënt zegt iedere dag Hollandse pot te eten; bij navraag blijkt het te
gaan om kant-en-klaarmaaltijden met een hoog gehalte aan natrium.
• De cliënt zegt gezond te leven met weinig vet; uit de berekening blijkt het vetgehalte veel te laag te zijn.
• De cliënt begrijpt niet waarom hij ‘s avonds de neiging krijgt te veel te eten; ( ‘)
uit de anamnese blijkt een te lage energie-inname overdag.

Met de voedingsanamnese hebt u een instrument in handen waarmee u het eetpatroon van de cliënt in kaart kunt brengen. Hiermee hebt u een belang­ rijke stap gemaakt in de analyse van het probleem en de hulpvraag. Een voedingsanamnese alleen is echter niet voldoende om een begeleiding te starten. Daarvoor hebt u meer informatie nodig, bijvoorbeeld hoeveel overge­ wicht de cliënt heeft. Om dit na te gaan, maakt u gebruik van antropometrie. Hierover leert u meer in het volgende hoofdstuk.

 

 

 

Geef een reactie