Micronutriënten

Voedingsstoffen die geen energie leveren, worden micronutriënten genoemd. Hieronder vallen bioactieve stoffen als vitamines en mineralen. Hoewel zij geen energie leveren, zijn ze van essentiële waarde voor het menselijk lichaam. Een gebrek aan micronutriënten in de voeding kan leiden tot gezondheidsklachten en uiteindelijk tot ernstige gebreksziekten of de dood.
In dit hoofdstuk maakt u kennis met de vitamines en de belangrijkste mineralen.

Vitamines

Vitamines zijn organische stoffen die in zeer kleine hoeveelheden nodig zijn om het lichaam goed te laten functioneren. Het merendeel van de vitamines moeten we via de voeding binnenkrijgen; een beperkt aantal kan het lichaam zelf maken. Vitamines zijn dan ook essentiële stoffen.

De naam vitamine is voor het eerst gebruikt door Kasimir Funk in 1910, die als wetenschapper daarmee stoffen wilde aanduiden die onontbeerlijk waren voor het leven (vita= leven).

Vitaminevoorziening
In ons land beschikken we over een ruim voedselaanbod en een ruime sortering aan voedingsmiddelen, zodat de voorziening van vitamines geen probleem hoeft te zijn. Toch staan vitamines volop in de belangstelling.
Vanwaar deze belangstelling?
1. Voor een deel is deze belangstelling over komen waaien uit Amerika, waar veel vitaminepreparaten worden geslikt onder invloed van de orthomole­ culaire voedingsleer. De orthomoleculaire voedingsleer gaat ervan uit dat onze vitaminebehoefte is verhoogd door milieuvervuiling,stress en verkeerde voedingsgewoonten.

2. In ons land worden de laatste jaren meer gevallen van vitaminetekorten gesignaleerd, vooral een tekort aan vitamine D bij buitenlandse werknemers en ouderen die zelden of nooit buiten komen. Ook wordt er in Nederland vaak onvoldoende groente gegeten, waardoor er een tekort kan ontstaan aan vitamine C.

3. Er bestaat hoe langer hoe meer interesse in de rol van vitamines bij het ontstaan en bestrijden van kanker. Dr. Moerman bijvoorbeeld was een arts die al jaren geleden het nut van vitamines inzag bij de bestrijding van kanker. Er wordt nog steeds veel onderzoek gedaan naar de relatie tussen bepaalde vitamines en kanker.

4. Vitaminetekorten kunnen ontstaan bij diverse ziekten en therapieën bij ziekten, onder andere doordat geneesmiddelen de opname van vitamines
kunnen verminderen.

5. Door het ruime aanbod van luxevoedsel,dat veelal niet de benodigde vitamines bevat, is de kans op vitaminetekorten niet denkbeeldig. Een voorbeeld van een voedingsmiddel dat wel energie levert maar totaal geen vitamines, is suiker.

6. Vooral onder jongeren die zich slecht voeden met friet en bier (junkfood) zijn soms ernstige afwijkingen geconstateerd, zoals struma.

7. De ‘nieuwe armoede’ die regelmatig de kop opsteekt, biedt gevaar voor tekorten; (gezonde) voeding is vaak de sluitpost van het budget. Wanneer men van een laag inkomen of een kleine uitkering moet leven, slokken vaste lasten zoals huur, gas, licht en water het grootste deel van het inkomen op. Vaak is voeding dan nog het enige waarop kan worden
bezuinigd. Juist de gezondere producten zoals fruit, verse groente en (
mager vlees zijn vaak duur of men denkt dat dit zo is. De kans is groot dat deze producten worden weggelaten en dat er minder goede producten voor in de plaats komen. Gebrek aan kennis over gezonde voeding speelt hierbij ook een rol.

8. Door het propageren van extra vitamine-inname zijn er velen die vitami­ nepreparaten slikken onder het motto: ‘baat het niet, dan schaadt het niet’. Dit is echter niet waar; een overdosering van vitamines kan wel degelijk kwaad.

Samengevat kunnen we stellen dat onze Nederlandse voeding in het algemeen een voldoende vitaminevoorziening biedt. Dat betekent echter niet dat iedereen ook voldoende vitamines binnenkrijgt. Door diverse, vaak indivi­ duele, factoren kan er sprake zijn van een tekort aan vitamines. Door de wildgroei op het gebied van de verkoop van vitaminepreparaten is het zaak voor u om alert te blijven.

Vitaminede.ficiëntie
Wanneer er een tekort bestaat aan één of meer vitamines, spreken we van een vitaminedeficiëntie (deficiënt= onvoldoende).We onderscheiden twee
soorten vitaminedeficiënties:
1. avitaminose
2. hypovitaminose.

Avitaminose
Hierbij is de vitaminevoorraad van het menselijk lichaam volledig uitgeput. Daarbij ontstaan dan ook duidelijk herkenbare verschijnse len. Voorbeelden hiervan zijn scheurbuik door een totaal gebrek aan vitamine C en botvervor­ mingen (o-benen, x-benen) bij gebrek aan vitamine D.

Hypovitaminose
Hierbij bestaat een vitaminetekort, maar er zijn nog geen duidelijke aanwij­ zingen. Vaak bestaan er alleen vage klachten, zoals vermoeidheid of snel geïrriteerd zijn.

Een avitaminose of hypovitaminose betreft zelden één enkele vitamine. Door de onderlinge samen hang tussen de vitamines en hun functie in de stofwisse­ lingsprocessen bestaat er meestal een tekort aan verschillende vitamines.

We onderscheiden primaire en secundaire vitaminede ficië nties.

Primaire vitaminedeficiëntie
Een primair vitaminetekort komt voort uit een gebrek aan voedsel, of door voedsel dat een verkeerde of te eenzijdige samenstelling heeft. Denk bijvoor­ beeld aan junkfood, dat wel erg energierijk is, maar weinig vitamines bevat.

Secundaire vitaminedeficiëntie
Bij een secundair vitaminetekort is er sprake van een voldoende vitamine­ aanbod uit voedsel, maar zijn er andere factoren die opname van vitamines
verminderen, remmen of verhinderen.

Voorbeelden hiervan zijn de volgende:
1. Bepaa lde geneesmiddelen zorgen ervoor dat een vitamine niet kan fungeren als bestanddeel van een enzym. De plaats van de vitamine in het enzym wordt dan ingenomen door een bestanddeel van het geneesmiddel. De stof die de plaats inn eemt van een vitamine noemen we antivitamine .
2. Sommige voedingsmiddelen bevatten van nature een antivitamine, bijvoorbeeld vogeleieren en bepaalde peulvruchten. Normaal worden deze producten echter gekookt, waarbij de antivitamine onwerkzaam wordt gemaakt.
3. De meeste vitamines hebben antagonisten (dit zijn stoffen die een tegenge­ stelde werking hebben aan die van de vitamines). Dit kunnen ook andere vitamines zijn. Uit onderzoek is gebleken dat een te hoge dosis van een bepaalde vitamine een tekort van een andere vitamine kan veroorzaken, ook al is deze laatste vitamine voldoende in de voeding aanwezig. Derge­ lijke verstoorde vitamineverhoudi ngen kunnen ontstaan door oneven­ wichtige voeding of door onoordeelkundig gebruik van vitamineprepa­ raten, bijvoorbeeld meer slikken dan de benodigde dagelijkse hoeveelheid.
4. Bepaalde geneesmiddelen kunnen de opname van vitamines vanuit de darm in het bloed verhinderen of remmen. Voorbeelden van geneesmid­ delen die deze werking hebben, zijn antibiotica en laxeermiddelen. Andere producten, zoals Norit, zijn in staat vitamines en enzymen op te nemen, die vervolgens met de ontlasting uit het lichaam verdwijnen.
Orale anticonceptiva kunnen er eveneens voor zorgen dat bepaalde vitamines in te hoge gehaltes worden uitgescheiden .
5. Eetlustremmende middelen die langdurig worden gebruikt, kunnen ook een vitaminetekort veroorzaken.

Hypervitaminose
Het tegenovergestelde van een vitaminetekort komt ook voor. Dit noemen we een hypervitaminose,een teveel aan vitamine(s) in het lichaam.
Hypervitaminose ontstaat zelden door een overmatige inname van vitamine­ rijke voedingsmiddelen, maar wordt meestal veroorzaakt door het overmatig gebruik van één of meer vitaminepreparaten. De verschijnselen van een hypervitaminose zullen ter sprake komen bij de behandeling van de afzonder­ lijke vitamines.

De behoefte aan vitamines verschilt per mens. Deze is onder meer afhankelijk van leeftijd, geslacht en leefomstandigheden. De aanbevolen hoeveelheden van de diverse vitamines zijn voornamelijk gebaseerd op leeftijdscategorie en geslacht. De aanbevelingen zijn ontstaan op basis van onderzoeken bij (: groepen personen. Daarbij is men uitgegaan van een hoeveelheid vitamines
die geen deficiëntieverschijnselen meer te zien geeft. Deze hoeveelheid heeft men verhoogd met een veiligheidsmarge, zodat kan worden aangenomen dat elk individu bij de aanbevolen hoeveelheden voldoende vitamines binnen- krijgt. In deze cursus gaan we uit van de Nederlandse aanbevelingen.

We bespreken eerst de in vet oplosbare vitamines en daarna de in water oplosbare vitamines. De vitamines A, D, E en K zijn in vet oplosbaar. Vitamine C en de B-vitamines zijn in water oplosbaar.

Vitamine A (retinol)

Functies
Vitamine A:
• speelt een rol bij de overdracht van lichtprikkels
• speelt een rol bij de instandhouding van huid en slijmvliezen, bovendien zorgt ze voor gezond haar en tandvlees
• bestrijdt infecties, heeft een stimulerende werking op het immuunsysteem
• heeft een anticarcinogene werking, dat wil zeggen dat vitamine A een kankerbeschermende stof is, vooral in relatie tot longkanker (carcinoom =
kanker)
• speelt een rol bij de groei en opbouw van botten en gebit.

Bronnen
Vitamine A komt voor in dierlijk weefsel, vandaar dat wij vitamine A binnen- krijgen via dierlijke producten. Rijke dierlijke bronnen zijn:
• boter, margarine, halvarine, bak- en braadproducten
• eieren (vooral de dooier)
• lever, levertraan en leverpastei
• volvette kaas
• organen, vooral lever en niertjes
• melk en melkproducten.

Verschijnselen bij A-hypervitaminose
• haaruitval
• braken
• hoofdpijn
• huidproblemen
• misselijkheid
• vermoeidheid
• botafwijkingen.

Risicogroep voor A-hypervitaminose
Zwangere vrouwen mogen absoluut niet te veel vitamine A binnenkrijgen. Het ongeboren kind kan ernstige afwijkingen krijgen wanneer de moeder te veel vitamine A gebruikt. Om deze reden wordt zwangere vrouwen afgeraden te veel lever te eten. Lever bevat veel vitamine A.

Verschijnselen bij A-hypovitaminose
• vertraagde groei bij kinderen
• nachtblindheid
• verminderd of totaal verlies van gezichtsvermogen
• ruwe, droge huid
• gebrek aan eetlust
• vermoeidheid
• verm inderde weerstand.

Risicogroepen voor A-hypovitaminose
• slankel ijners die alle vet uit de voeding weren
• mensen met gestoorde vetvertering
• mensen die te veel laxeermid delen gebruiken
• mensen in landen waar grote honger heerst
• mensen die veel in kunstlicht werken en veel televisie kijken.

Aanbevolen hoeveelheden
De officiële benam ing voor vitamine A is retinol.
De aanbevolen hoeveelheden worden uitgedrukt in zogenaamde retinol equivalenten (RE). (Equivalent wil zeggen: gelijkwaardig. Er zijn verschillende vormen van vitamine A die gelijkwaardig zijn.)
Op verpakkingen van voedingsmiddelen treffen we meestal niet de RE aan, ma ar staan microgrammen of milligrammen vermeld.
Eén RE is 1 microgram vitamine A. Eén microgram is een duizendste deel van een milligram.

Behalve in RE, m icro grammen en milligrammen wordt de aanbevolen hoeveelheid ook wel aangegeven in Internationale Eenheden (IE). U ziet dit ook wel op pot jes van vitamine preparaten staan en soms op verpakkingen van voedingsmiddelen.

De Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid (AD H) voor vitamine Ais 900 meg voor mannen en 700 meg voor vrouwen. Deze hoeveelheid per dag is voldoende om op termijn geen tekorten op te lopen.
De maximale veilige hoeveelheid bedraagt 12.000 meg. Voor zwangeren geldt een maximale veilige hoeveelheid van 3.000 meg. Wanneer er meer wordt genomen dan de maxima le veilige hoeveelheid, bestaat het risico op hypervi­ tam in ose.

Provitamine A
Een voorvorm van vitamine A is het {3-caroteen (bètaca roteen ). Dit wordt ook wel prov itam in e A genoemd. 13-c arotee n word t in het lichaam omgezet in
vita mine A. In tegenstelling tot vitamine A is 13-caroteen hoofdzakelijk van plantaardige oorsprong en komt het voor in bladgroe nten, wortels, knolle n en fr uit. In enkele dierlijke p roducten komt het ook voor, vooral in melk en eigeel.

Van 13-caroteen kan slech ts een twaalfde deel worden benu t door ons lichaam. De rest verlaat onbenut het lichaam.
Voor provitamine A is geen aanbeveling. De maxim ale veilige hoeveelheid bed raagt 10 mg.

Vitamine D (cholecalciferol/ergocalciferol)

Functies
0 Vitam in e D:
• helpt bij de opname van calcium (= kalk) en fosfor uit de voeding
• zorgt voor het vastleggen van onder meer calcium en fosfor in het skelet en het gebit tijdens de groei, waardoor deze stevigheid verkrijgen
• is na de groei nodig om eventuele botontkalking (= osteoporose) zo weinig mogelijk kans te bieden.

Calcium en fosfor behoren tot de mineralen.

Bronnen
Vitamine D komt voor in:
• visoliën en vette vis lever en levertraan
• margarine, halvarine, bak- en braadproducten (worden in Nederland gevitamineerd met vitamine D)
eieren, vooral de dooier
• melkproducten.

Vitamine D wordt in rijke mate gevormd in onze eigen huid onder invloed van zonlicht.

Ajb. 1. Zonlicht helpt om voldoende vitamine D binnen te krijgen

Verschijnselen bij D-hypervitaminose
• misselijkheid
• braken diarree eetlustgebrek beschadiging van de nieren
• bevorderen van atherosclerotisch proces in bloedvaten. Atherosclerose = ophopingen van onder andere vetten, kalk en bindweefsel in bloedvaten; slagadervernauwing.

Verschijnselen bij D-hypovitaminose
• Bij zeer jonge kinderen rachitis (= Engelse ziekte, is een verweking van botten, waardoor er misvormingen optreden). Kromme benen (obenen, xbenen) zijn hiervan het gevolg.
Bij volwassenen treedt botontkalking op, waardoor er snel botbreuken kunnen ontstaan. Een ander woord voor botontkalking is osteomalacie. Osteo = bot/been, malacie = verweking. Als botweefsel vermindert, spreken we van osteoporose.
• Slecht gebit.

Risicogroepen voor D-hypovitaminose
• Mensen met gestoorde vetvertering.
• Mensen die weinig met zonlicht in aanraking komen (ouderen en chronisch zieken die veel binnen moeten zitten, mijnwerkers die overdag ondergronds zijn, nachtwerkers die overdag moeten slapen).
• Mensen met een donkere huid van wie de huid is ingesteld op een andere lichtintensiteit.
• Mensen met een overmaat aan kleding (gesluierde vrouwen, nonnen).

Aanbevolen hoeveelheden
De ADH van vitamine D bedraagt 10 meg voor volwassen mannen en vrouwen tot 50 jaar . De maximale veilige hoeveelheid ligt op 50 meg en 25 meg bij kinderen t/m 3 jaar.
We kunnen hierbij opmerken dat de behoefte bij zuigelingen, jonge kinderen, vrouwen boven de 50 jaar, ouderen boven 70 jaar en zwangere vrouwen verhoogd is.

Vitamine E (tocoferol)
Functies
Vitamine E:
• bevordert de opname van vitamine A en P-caroteen
• vormt samen met een meervoudig onverzadigd vetzuur een complex (= een geheel) in celmembranen, waardoor de stabiliteit van de membraansamenstelling wordt gewaarborgd
• vormt een antioxidant voor onverzadigde vetzuren. (Een antioxidant is een stof die oxidatie – verbonden worden met zuurstof – van één of meer andere stoffen tegengaat.) Vitamine E wordt om deze reden vaak als conserveermiddel aan voedingsmiddelen toegevoegd, waardoor het product langer houdbaar is
• is belangrijk voor rode bloedcellen en spierweefsels.

Bronnen
Vitamine E komt voor in:
• granen, volkorenproducten
• aardnoten
• oliën (van planten)
• melk
• eieren, vooral de dooier
• groenten en fruit
• dieethalvarine en dieetmargarine.

Verschijnselen bij E-hypervitaminose (komt zelden voor)
Dit is niet bekend.

Verschijnselen bij E-hypovitaminose (komt slechts zeer zelden voor)
• neuro logische afwijkingen (hersenverweking)
• hemolytische anemie (ernstige vorm van bloedarmoede).

Risicogroepen voor E-hypovitaminose
• mensen met een gestoorde vetopname, bijvoorbeeld door onvoldoende productie van gal
• prematuren (te vroeggeborenen).

Aanbevolen hoeveelheden
De ADH van vitamine E bedraagt voor volwassen mannen 10 mg en voor volwassen vrouwen 8 mg. De maximale veilige hoeveelheid is 300 mg.

Vitamine K (fylochinon)
Vitamine K kan door ons lichaam zelf worden gemaakt. Sterker nog, vitamine
K wordt voor het grootste deel in ons lichaam gemaakt, namelijk uit bacteriën in de dikke darm. Pasgeborenen kunnen echter dit nog niet voldoende zelf aanmaken. Daarom wordt het toegevoegd aan flesvoeding en moeten baby’s die borstvoeding krijgen vitamine K apart toegediend krijgen.

Functies
Vitamine K:
• stimuleert de bouw van stollingsfactoren. Dit vindt plaats in de lever. De stollingsfactoren zorgen voor de bloedstelping
• speelt mogelijk een rol in de aanmaak van botten.

Bronnen
• groene bladgroenten
• aardappelen
• koolsoorten
• plantaardige oliën
• lever
• melk en melkproducten
• vlees
• eieren
• granen en graanproducten
• fruit.

Verschijnselen bij K-hypervitaminose
• braken
• verhoogde bloedafbraak.

Verschijnselen bij K-hypovitaminose
• vertraagde bloedstolling
• bloedingen.

Risicogroepen voor K-hypovitaminose
• mensen met gestoorde vetopname
• mensen met bepaalde leveraandoeningen
• pasgeborenen.

Aanbevolen hoeveelheden
De ADH is voor vitamine K niet vastgesteld.

Vitamine Bl (thiamine)
Functies
Vitamine B1:
• is betrokken bij de stofwisseling van koolhydraten
• is betrokken bij de prikkeloverdracht in het zenuwstelsel en de werking van het hart.

Bronnen
Vitamine Bl komt voor in:
• volkoren graanproducten
• peulvruchten
• aardappelen
• varkensvlees
• noten
• zilvervliesrijst
• (bier)gist.

Verschijnselen bij Bl -hypervitaminose
Overgevoeligheidsreacties.

Verschijnselen bij Bl-hypovitaminose
In het beginstadium:
• vermoeidheid
• gebrek aan eetlust
• versnelde hartslag.

Bij een ernstig tekort:
Beriberi. Deze ziekte wordt veroorzaakt door een tekort aan B-vitamines, hoofdzakelijk door een tekort aan vitamine Bl.
Er bestaan twee vormen:
a. ‘droge’ beriberi: deze heeft twee hoofdverschijnselen:
• vermagering
• verlammingen, doordat de prikkeloverdracht van het zenuwstelsel gestoord is
b. ‘natte’ beriberi: deze heeft als verschijnselen:
• oedemen (= vochtophopingen)
• bloedarmoede
• hartzwakte.
Verder kan er psychische verwardheid ontstaan.

Risicogroepen voor Bl-hypovitaminose
• Mensen die veel geraffineerde (graan)producten gebruiken, zoals witbrood, suiker, snoepgoed; deze producten bevatten geen of weinig vitamine B1.
• Mensen met opnamestoornissen, bijvoorbeeld ten gevolge van een darmontsteking.
• Mensen met een te geringe maagzuurproductie.
• Alcoholisten die zich naast alcoholmisbruik slecht voeden. Alcohol verhindert het actieve transport van vitamine Bl door de darmwand.

De Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid (ADH) vitamine Bl bedraagt 1,1 mg voor mannen en vrouwen. De maximale veilige hoeveelheid is gesteld op 500 mg.

Vitamine B2 ( riboflavine)

Functies
Vitamine B2 is een bestanddeel van enzymen en speelt zo een rol in het stofwisselingsproces. Bovendien is ze van belang voor het gezond houden van huid en haar.

Bronnen
Vitamine B2 komt voor in:
• melk en melkproducten
• eieren, vooral de dooier
• orgaanvlees
• bladgroenten
• noten.

Verschijnselen bij B2-hypervitaminose
Niet bekend.

Verschijnselen bij B2-hypovitaminose
• ontstoken mondhoeken
• kloofjes in de lippen
• gevoeligheid voor licht
• huidafwijkingen rond ogen, oren en geslachtsdelen
• oogafwijkingen
• bloedarmoede.

Risicogroepen voor vitamine B2-hypovitaminose
• Mensen met opnamestoornissen door darmafwijkingen.
• Mensen met bepaalde leveraandoeningen.
• Mensen die een onevenwichtige voeding gebruiken.

Aanbevolen hoeveelheden van vitamine B2
De ADH van vitamine B2 is 1,5 mg voor mannen en 1,1 mg voor vrouwen. De maximale veilige hoeveelheid ligt op 5 x ADH.

Vitamine B3 (niacine of nicotinezuur)

Functies
• Vitamine B3 is een bestanddeel van enzymen en speelt zo een rol in de stofwisselingsprocessen.
• Vitamine B3 speelt een rol bij de omzetting van galactose in glucose en bij
de glycogenese (= de vorming van glycogeen uit glucose).
Bronnen
Vitamine B3 komt voor in:
• vlees
• vis
• volkoren graanproducten
• pindàs
• groenten
• aardappelen
• het lichaam kan zelf vitamine B3 maken uit het aminozuur tryptofaan.

Verschijnselen bij B3-hypervitaminose
Bij een hoge dosering van vitamine B3 wordt een ‘flush’ veroorzaakt, dit is blozen ten gevolge van bloedvatverwijding.Verder wordt, wanneer er energie nodig is, het vrijmaken van vet uit het vetweefsel bemoeilijkt.

Verschijnselen bij B3-hypovitaminose
De ziekte pellagra, deze kenmerkt zich door:
• braken
• ontstekingen van de mond en tong
• diarree
• huidaandoeningen, vooral roodheid
• prikkelbaarheid, geheugenverlies, neerslachtigheid, later uitmondend in dementie.

Risicogroepen voor B3-hypovitaminose
• Mensen in landen waar maïs hoofdvoedsel is. Maïs bevat wel niacine, maar dan in een vorm die niet kan worden benut door het lichaam.
• Mensen met langdurige diarree.
• Mensen met levercirrose (cirrose= verschrompeling).
• Alcoholisten.

Aanbevolen hoeveelheden van vitamine B3
De ADH is vastgesteld op 17 mg voor mannen en 13 mg voor vrouwen. De maximale veilige hoeveelheid is 35 mg.

Vitamine BS ( pantotheenzuur)

Functies
Vitamine BS is betrokken bij de afbraak van eiwitten, koolhydraten, vetten en bepaalde hormonen en vervult zo een belangrijke rol in de stofwisseling. Ook is vitamine BS nodig voor het herstel van lichamelijk weefsel.

Bronnen
Vitamine BS komt voor in:
• volkoren graanproducten
• groenten
• orgaanvlees
• eieren, vooral de dooier
• peulvruchten
• melk
• fruit
• ons eigen lichaam wordt in staat geacht zelf vitamine BS te vormen door middel van de darmbacteriën.

Verschijnselen bij BS-hypervitaminose
Bij een te veel aan BS is alleen diarree als verschijnsel vastgesteld.

Verschijnselen bij BS-hypovitaminose
• maag-/darm klachten
• branderig gevoel in de voeten (‘burning feet’)
• spierkr ampen
• infecties.

Risicogroepen voor vitamine BS-hypovitaminose
Mensen die zich langdurig slecht voeden.

Aanbevolen hoeveelheden van vitamine BS
De ADH is 5 mg. De maximale veilige hoeveelheid bedraagt 5 x ADH oftewel 25 mg.

Vitamine B6 (pyridoxine)
Functies
Vitamine B6:
• is een bestanddeel van een enzym en speelt zo een belangrijke rol in de aminozuurstofwisseling
• is behulpzaam bij de omzetting van tryptofaan in vitamine B3
• speelt een rol in de groei, bloedaanmaak, afweer en het zenuwstelsel
• beïnvloedt de werking van bepaalde hormonen.

Bronnen
Vitamine B6 komt voor in:
• aardappelen
• peulvruchten
• volkoren graanproducten
• eieren, vooral de dooier
• orgaanvlees, vooral lever
• gist
• vis
• een aantal groenten.

Verschijnselen bij B6-hypervitaminose
• afwijkingen aan het zenuwstelsel
• lichtgevoeligheid
• verslechtering van geheugen- en denkprocessen
• rusteloosheid.

Verschijnselen bij B6-hypovitaminose
• huidproblemen rondom mond, neus en ogen
• chronische bloedarmoede
• lusteloosheid en depressiviteit
• slapeloosheid
• verminderde weerstand.

Risicogroepen voor vitamine B6-hypovitaminose
• Mensen die bepaalde medicijnen gebruiken tegen tbc en tegen de ziekte van Parkinson.
• Vrouwen vlak voor de menstruatie (premenstrueel syndroom).
• Zwangere vrouwen.

Aanbevolen hoeveelheden van vitamine B6
De ADH ligt op ongeveer 1,5 mg. De maximale veilige hoeveelheid is 25 mg.

Vitamine BS (biotine of vitamine H)
In plaats van vitamine B8 wordt meestal de naam biotine gebruikt. We zullen hier dan ook verder spreken van biotine.

Functies
Biotine:
• speelt als bestanddeel van een enzym een rol in de vetstofwisseling
• speelt een rol bij de instandhouding van huid en haar.

Bronnen
Biotine komt voor in:
• gist
• zilvervliesrijst
• eieren, vooral de dooier
• orgaanvlees, vooral lever
• paddenstoelen
• melk
• noten en pinda’s.

Verschijnselen bij biotinehypervitaminose
Onbekend.

Verschijnselen bij biotinehypovitaminose
• huidafwijkingen
• tongontsteking
• spierpijn
• bloedarmoede
• depressie.

Aanbevolen hoeveelheden van biotine
Diverse literatuurbronnen geven verschillende waarden aan. Exacte gegevens zijn hier dan ook moeilijk te noemen. We houden ook hier de waarden van het Vitamine Informatie Bureau aan. Dit geeft voor de ADH 1,5 mg aan. Voor de maximale veilige hoeveelheid is dat 5 x ADH, oftewel 7,5 mg.

Vitamine Bl 1 (foliumzuur)
In plaats van vitamine B11 wordt meestal de naam foliumzuur gebruikt. We zullen hier verder dan ook spreken van foliumzuur.

Functies
Foliumzuur:
• speelt een rol in de opbouw en afbraak van aminozuren
• heeft indirect invloed op de opbouw van celkernmateriaal
• speelt een rol in de aanmaak van rode bloedcellen
• speelt een rol in de groei en instandhouding van het lichaam
• speelt een belangrijke rol bij de aanleg van hersenen en ruggenmerg van het ongeboren kind.

Bronnen
Foliumzuur komt voor in:
• bladgroenten (folium = blad)
• orgaanvlees, vooral lever en nier
• volkoren graanproducten
• gist
• noten
• fruit
• onze eigen darmbacteriën maken foliumzuur.

Verschijnselen bij foliumzuurhypervitaminose
Een teveel aan foliumzuur kan ervoor zorgen dat een bepaalde vorm van bloedarmoede niet wordt ontdekt. Het gaat hier om bloedarmoede door een tekort aan vitamine B12. Dit komt nog aan de orde.

Verschijnselen bij foliumzuurhypovitaminose
• macrocytaire anemie; macrocytair = te grote rode bloedlichaampjes
• slijmvliesontstekingen
• vermoeidheid
• eetlustgebrek
• geboorteafwijkingen, vooral open ruggetje.

Risicogroepen voor foliumzuurhypovitaminose
• Mensen met opnamestoornissen ten gevolge van darmafwijkingen.
• Zwangeren.
• Alcoholisten.
• Ouderen.

Aanbevolen hoeveelheden van foliumzuur
De ADH is gesteld op 300 meg, de maximale veilige hoeveelheid op 1,0 mg. Zoals gezegd, is vooral bij zwangeren de behoefte verhoogd. Het slikken van foliumzuurtabletten op recept van de huisarts wordt hier dan ook sterk geadviseerd.

Vitamine B12 (cobalamine)

Functies
Vitamine Bl2:
• speelt een rol bij de totstandkoming van rode bloedlichaampjes
• speelt een rol bij de vetstofwisseling
• is noodzakelijk voor een goede stofwisseling van de zenuwcellen.

Bronnen
Vitamine Bl2 komt bijna uitsluitend voor in dierlijke voedingsmiddelen:
• vlees, vooral orgaanvlees
• vis
• eieren
• melk
• kaas.

Verschijnselen bij B12-hypervitaminose
Er zijn geen gevolgen bekend van een overschot; waarschijnlijk regelt het lichaam dit zelf.

Verschijnselen bij B12-hypovitaminose
• Pernicieuze anemie. (Pernicieus= verderfelijk, anemie= bloedarmoede.) Dit ontstaat doordat er niet voldoende rode bloedlichaampjes kunnen worden aangemaakt. Dat hoeft niet alleen het gevolg te zijn van een tekort aan vitamine Bl2 in de voeding.
In de maag wordt een eiwit afgescheiden, dat de ‘intrinsic factor’ wordt genoemd. Vitamine Bl2 wordt de ‘extrinsic factor’ genoemd. Vitamine Bl2 kan niet worden opgenomen wanneer de intrinsic factor ontbreekt. Dus, ook al zou de voeding voldoende vitamine Bl2 leveren, als de intrinsic factor ontbreekt, ontstaat er toch een vitamine-B12-tekort. (Intrinsic = van binnenuit, extrinsic = van buitenaf.)
• In een later stadium treden neurologische afwijkingen op ten gevolge van beschadiging van het zenuwweefsel. Verschijnselen kunnen zijn vergeet­ achtigheid, wanen, ongevoeligheid of prikkelingen in lichaamsdelen.

Risicogroepen voor B12-hypovitaminose
• Mensen bij wie (een deel van) de maag is verwijderd (geen intrinsic factor meer).
• Mensen die totaal geen dierlijke producten willen gebruiken (=veganisme).

Aanbevolen hoeveelheden van vitamine B12
Ook hier worden in de literatuur verschillende waarden gegeven. We geven de getallen van het Vitamine Informatie Bureau weer: ADH is 2,8 meg. De maximale veilige hoeveelheid stelt het Vitamine Informatie Bureau op Sx ADH, oftewel 14 meg.

Vitamine C (ascorbinezuur)
Functies
Vitamine C:
• speelt een belangrijke rol bij de instandhouding van de weerstand van het lichaam
• is nodig voor stevige cellen
• zorgt voor een goede wondgenezing
• speelt een belangrijke rol in de opname van ijzer
• speelt een rol bij de vorming van bindweefsel
• heeft de rol als antioxidant en biedt dus vermoedelijk bescherming tegen het ontstaan van hart – en vaatziekten.

Ajb. 2. Groente en fruit zijn de belangrijkste bron van vitamine C

Bronnen
Vitamine C komt voor in:
• citrusfruit: sinaasappels, mandarijnen, grapefruits, citroenen
• overig fruit: zwarte bessen, frambozen, aardbeien, meloenen en kiwi’s
• aardappelen
• sommige groentesoorten: koolsoorten, sla, paprika, tomaten.
Verschijnselen bij C-hypervitaminose
• diarree
• nierstenen (bij mensen die aanleg hebben voor de vorming van nierstenen)
• belemmering van de opname van koper.

Verschijnselen bij C-hypovitaminose
• scheurbuik; kenmerken hiervan zijn: slapte, bloedarmoede, gezwollen tandvlees, slijmvliesbloedingen
• bloedarmoede, door gebrekkige ijzerstofwisseling
• slechte wondgenezing door slechte collageenvorming
• vermoeidheid
• verminderde weerstand .

Risicogroepen voor C-hypovitaminose
• Mensen die weinig vers voedsel consumeren.
• Ernstig zieke mensen.
• Mensen met brandwonden.

Aanbevolen hoeveelheden van vitamine C
De aanbevolen hoeveelheden vitamine C verschillen van land tot land. Wij houden weer de waardes aan die het Vitamine Informatie Bureau geeft. De ADH van vitamine C is ongeveer 75 mg. De maximale veilige hoeveelheid is
2.000 mg.

Mineralen en spoorelementen

Mineralen zijn stoffen die voorkomen in de aardbodem en in plantaardige en dierlijke producten. Het zijn bouwstoffen van het menselijk lichaam. Het lichaam kan zelf geen mineralen vormen; we moeten ze via de voeding binnenkrijgen. Het zijn dus essentiële stoffen. Al in de vorige eeuw wist men van het bestaan van stoffen die bepaalde ziekten konden genezen. Zo wist men in het begin van de 19de eeuw al dat jodium uit zeewier krop (schild­
klierverdikking) kon genezen. Pas in de 20ste eeuw werd ontdekt dat jodium
voorkomt in de schildklier; de schildklier heeft jodium nodig om het schild­
klierhormoon thyroxine te maken.

In de loop der jaren zijn er steeds meer mineralen ontdekt. Het is mogelijk dat er mineralen zijn die nog niet door de mens zijn ontdekt. Momenteel kennen
we er meer dan twintig verschillende.
Van mineralen hebben we meer dan 100 mg per dag nodig. Er zijn mineralen
waarvan we minder dan 100 mg per dag nodig hebben. Deze mineralen worden spoorelementen genoemd.

Mineralen hebben elk afzonderlijk bepaalde functies, maar ze hebben ook gezamenlijke functies, waarbij ze elkaar aanvullen of juist antagoneren. Een gezamenlijke functie vervullen ze onder andere bij de regulatie van de osmotische druk, de prikkelgevoeligheid van spieren en de samentrekking van de hartspier.

We bespreken de belangrijkste mineralen. Tussen haakjes staat de scheikundige benaming.

Calcium (Ca)
Functies:
Calcium:
• speelt een rol in de opbouw en onderhoud van het skelet en het gebit
• speelt een rol in de bloedstolling
• speelt een rol bij de werking van spieren en zenuwen
• speelt een rol bij het transport in en uit de lichaamscellen van natrium, kalium en magnesium.

Bronnen
Calcium komt voor in:
• melk en melkproducten
• kaas
• een aantal groenten: bloemkool, boerenkool, Chinese kool, postelein, spinazie en tuinbonen
sommige noten: amandelen, hazelnoten en paranoten
• peulvruchten.
Hoewel spinazie en postelein veel calcium bevatten, zit er ook oxaalzuur in deze groenten. Oxaalzuur zorgt ervoor dat calcium niet opneembaar is.
Wanneer men de oxaalzuurrijke producten vaak gebruikt, vermindert de opname van calcium in de darm.

Verschijnselen bij een teveel aan calcium
misselijkheid
• braken
• verwardhe id
• coma, kans op nierstenen.

Verschijnselen bij een tekort aan calcium
• Spierkrampen : calcium speelt immers een rol in de prikkelgevoeligheid van spieren.
Stoorni ssen in de bloedsto lling: calcium heeft een functie in de bloed­ stolling.
Botontkalking; hierbij kunnen we twee vormen onderscheiden, namelijk:
– osteoporose: het bot wordt poreus, het word t bros, waardoor de botten gemakkelijker breken
– osteomalacie: de botten verweken, worden zachter, waardoor er gemak­ kelijker misvormingen kunnen optreden.

Risicogroepen voor een calciumtekort
• Mensen met vetdiarree en darmresecties.
• Mensen met onvoldoende calciumaanbod uit de voeding,bijvoorbeeld veganisten, die alle dierlijke producten afwijzen.
• Mensen met een tekort aan vitam ine D. Zonder vitamine D kan calcium niet worden opgenomen en verdwijnt het via de ontlasting uit het lichaam.

Ajb. 3. Bronnen van calcium

Aanbevolen hoeveelheden calcium
Over de hoeveelheden calcium die we dagelijks binnen moeten krijgen, bestaat verschil van mening. Gebleken is dat de ene bevolkingsgroep de benodigde hoeveelheid gebruikt zonder dat er deficiëntieverschijnselen optreden, terwijl andere bevolkingsgroepen slechts 300 mg calcium per dag gebruikt en evenmin deficiëntieverschijnselen vertonen.

Er zijn aanwijzingen dat het menselijk lichaam zich kan aanpassen aan weinig aanbod van calcium. Het lichaam zou dit doen door minder calcium uit te scheiden en meer uit het voedsel op te nemen. Over het algemeen wordt aanbevolen om minimaal 1000 mg per dag te nemen. Voor ouderen boven de 70 jaar is dat 1200 mg per dag. De maximale veilige dosis is 2500 mg per dag.

Jodium (I)

Functies
• Jodium is een bestanddeel van het hormoon thyroxine. Dit hormoon
bepaalt de snelheid waarmee de stofwisseling plaatsvind t. De functies van jodium hangen dan ook samen met de rol die thyroxine speelt in het lichaam.
• Thyroxine heeft invloed op de omzetting van [3caroteen in vitamine A (zie de paragraaf over vitamine A).
• Thyroxine heeft invloed op de opbouw van lichaamseiwitten.
• Thyroxine heeft invloed op een goede opname van koolhydraten uit de dunne darm.
• Thyroxine stimuleert de opbouw van cholesterol.

Bronnen
Jodium komt voor in:
• gejodeerd zout (Jozo-zout); zout waaraan jodium is toegevoegd
• producten waarin gejodeerd zout is gebruikt (brood)
• zeezout
• zeewier
• schaa l en schelpdieren (oesters, garnalen)
• zeevis.

Verschijnselen bij een teveel aan jodium
Dit komt hoogst zelden voor. Het kan een gevolg zijn van het slikken van
jodiumhoudende preparaten zoals kelp. Te veel jodium kan leiden tot een verhoogde schildklierwerking. Dit wordt hyperthyroïdie genoemd. Verschijn­ selen zijn: nervositeit, trillen, warmteintolerantie,diarree, spierzwakte, vermoeidheid, haaruitval, vermagering en nog vele andere.

Verschijnselen bij een tekort aan jodium
• bij een zeer ernstig tekort: dwerggroei en idiotie
• schildklierverdikking (struma of krop)
• groeiachterstand bij kinderen
• vermindering van intellectuele prestaties
• trage stofwisseling, waardoor men in gewicht toeneemt.

Deze afwijking, een traag werkende schildklier ten gevolge van een jodium­ tekort, wordt hypothyroïdie genoemd.

Risicogroepen voor een jodiumtekort
Risico’s lopen mensen in landen of streken waar de bodem arm is aan jodium.
Doordat de bodem te weinig jodium bevat, zijn ook de gewassen en het drinkwater arm aan dit mineraal.

De Nederlandse bodem is niet bijzonder rijk aan jodium. Daarom is in ons land het broodzout gejodeerd. Het broodgebruik in Nederland is echter sterk gedaald, zodat hier en daar, vooral onder jongeren in de puberleeftijd, jodium­ tekort wordt geconstateerd. Dit heeft te maken met het eetgedrag onder jongeren; brood wordt vaak weggegooid en vervangen door snacks.
Onverantwoord lijngedrag, waarbij brood wordt weggelaten, kan ook leiden tot jodiumtekort.
Verder wordt er ook minder brood gebruikt omdat er veel broodvervangers op de markt zijn gekomen. Denk bijvoorbeeld aan de ontbijtgranen, crackers, knäckebröd en beschuit.

Tegenwoordig wordt jodium toegevoegd aan vrijwel al het keukenzout dat in de handel is.Wanneer er jodium aan het zout is toegevoegd, wordt dit op de verpakking vermeld.
Gejodeerd zout kan en mag (sinds juni 2003) ook aan andere producten worden toegevoegd, zoals beschuit, knäckebröd en crackers. In de praktijk wordt hier echter (nog) weinig gebruik van gemaakt. Aan banketbakkers­ waren mag echter geen gejodeerd zout worden toegevoegd.

Aanbevolen hoeveelheden jodium
De aanbeveling is 150 microgram per dag voor een volwassene. Om dit binnen te krijgen, moeten we minimaal 4 sneetjes brood per dag eten. Ook heeft het de voorkeur gejodeerd zout boven niet-gejodeerd zout te gebruiken in huishoudelijk gebruik.

Een theelepel gejodeerd zout (ongeveer 2 g) bevat 100 meg jodium.

Kalium (K)
Functies
Kalium:
• speelt een rol bij de regulering van het osmotisch evenwicht, samen met onder andere natrium
• reguleert de overdracht van zenuwimpulsen naar de spieren
• speelt een rol bij de opbouw en afbraak van glycogeen
• speelt een rol bij de opbouw van eiwit
• speelt een rol bij de samentrekking van spieren.

Bronnen
Kalium komt voor in:
• granen en graanproducten
• groenten, zoals tomaten
• fruit, vooral bessen en bananen
• aardappelen
• noten
• peulvruchten
• melk
• vlees
• koffie.

Let op: door het drinken van koffie wordt ook veel kalium uitgescheiden.

Verschijnselen bij een teveel aan kalium
Het is vrijwel onmogelijk om een teveel aan kalium binnen te krijgen via de voeding. Wanneer het kaliumgehalte te hoog wordt, scheiden de nieren meer kalium uit. Als de nieren echter niet in staat zijn voldoende kalium uit te scheiden, kan het kaliumgehalte in het lichaam te hoog worden. Er kan een acute kaliumvergiftiging optreden bij een plotselinge opname van 18 g kalium (in preparaatvorm) per dag.

Te veel kalium kan verwardheid, spierzwakte en in ernstige gevallen een
hartstilstand veroorzaken.
Verschijnselen bij een kaliumtekort
• hartritmestoornissen: kalium speelt immers een rol bij de samentrekking van spieren, en het hart bestaat uit spierweefsel
• spierzwakte: kalium speelt een rol bij de overdracht van zenuwimpulsen naar de spieren en bij de samentrekking van spieren
• verminderde eetlust
• sufheid
• misselijkheid.

Een kaliumtekort kan zelden ontstaan door onjuiste voeding. Meestal wordt een kaliumtekort veroorzaakt door een verhoogde uitscheiding van kalium ten gevolge van ernstige, langdurige diarree, door het gebruik van plasta­ bletten of door veelvuldig braken.
Ook door een hormoonbehandeling of bij een ontregelde diabetes kan een kaliumgebrek ontstaan.

Risicogroepen voor een kaliumtekort
• Mensen met langdurige diarree.
• Mensen die plastabletten gebruiken.
• Mensen die veelvuldig braken.
• Mensen die een hormoonbehandeling ondergaan.

Aanbevolen hoeveelheden kalium
De aanbevolen hoeveelheden bedragen 3,5 gram per dag voor mannen en
3,1 gram voor vrouwen.

Natrium (Na)

Functies
Natrium:
• speelt een rol in de handhaving van het osmotisch evenwicht
• beïnvloedt in samenwerking met kalium de geleiding van zenuwpri kkels en de samentrekking van de spieren
• speelt een rol bij de maagzuurproductie.

Natrium is onmisbaar voor het menselijk lichaam. Natrium dat zich in het lichaam bevindt, komt voor 60% voor in het bloed en in de tussenweefsel­ vloeistof. De lichaamscellen zelf bevatten maar weinig natrium. Het natrium dat we binnenkrijgen via de voeding wordt volledig opgenomen in het bloed. Het wordt uitgescheiden via zweet en urine.

De nieren spelen een belangrijke rol bij de handhaving van een goed natrium­ gehalte in het lichaam. Is het natriumgehalte te laag, dan lo zen de nieren meer water en houden natrium vast. Is het natriumgehalte te hoog, dan wordt er meer natrium uitgescheiden en water vastgehouden.

Bronnen
Natrium komt voor in:
• zout
• melk
• kaas
• groenten.

Het meeste natrium krijgen we binnen via voedingsmidd elen waaraan door de fabrikant zout is toegevoegd, bijvoorbeeld brood, vleeswaren, gezouten vleesproducten zoals hamb urgers, gezouten visproducten zoals gestoomde makreel, haring, koek, snacks, soeppoeder en groenten in blik.

Verschijnselen bij een teveel aan natrium
• verhoogde kans op hoge bloeddruk bij mensen die daar gevoelig voor zijn
• vochtophoping
• sufheid
• nierfunctiestoornissen
• botontkalking.

Verschijnselen bij een tekort aan natrium
• uitdroging (secundair, zie de paragraaf over water)
• gebrek aan eetlust
• spierzwakte
• gebrekkige maagzuurproductie
• sufheid.

Risicogroepen voor een natrium teveel
• Mensen met hoge bloeddruk.
• Mensen met bepaalde nierstoornissen waarbij onvoldoende natrium kan worden uitgescheiden.

Risicogroepen voor een natriumtekort
• Mensen met langdurige diarree of veelvuldig braken.
• Mensen die hevig transpireren door bijvoorbeeld zware arbeid in een warme omgeving.

Aanbevolen hoeveelheden natrium
Men schat dat een volwassene genoeg heeft aan 500 mg per dag. In het algemeen gebruiken Nederlanders aanzienlijk meer natrium, mede door het gebruik van kant-en- klaarproducten en snacks. De gemiddelde natriumcon­ sumptie wordt geschat op 3.600 mg natrium. Dit is meer dan zeven keer zo hoog als de behoefte.

Uitdroging
Bij een natriumtekort kan er uitdroging ontstaan. Dit lijkt misschien wat vreemd, omdat bij uitdroging altijd wordt gedacht aan vochttekort.
Zoals u net hebt geleerd, bevindt zich meer natrium in het bloed en de tussen­ weefselvloeistof dan in de cellen. Wanneer het bloed een hoog gehalte aan natrium bevat, zal er vocht worden onttrokken aan de cellen voor de handhaving van het osmotisch evenwicht. Als er te weinig natrium in het bloed zit, is het natriumgehalte in de cellen hoger. Er zal zich dan water uit de bloedbaan gaan verplaatsen naar de cellen. De cellen zwellen op; het bloed bevat minder vocht, waardoor de bloeddruk in de bloedbaan daalt.

Deze vorm van uitdroging wordt secundaire uitdroging genoemd. Extra water geven helpt in een dergelijk geval niet; de nieren zullen het vocht gewoon gaan lozen.
Bij secundaire uitdroging moet er water mét zout worden gegeven. Het )
natrium uit het zout wordt dan weer in de bloedbaan opgenomen, zodat er weer vocht uit de cellen wordt aangetrokken.

IJzer (Fe)

Functies
IJzer:
• vormt een bestanddeel van hemoglobine, de rode kleurstof van de rode bloedlichaampjes; de hemoglobine neemt de zuurstof op in de longen en vervoert dit naar de lichaamscellen. IJzer is dus nodig voor de zuurstof­ opname
• vormt een bestanddeel van spierweefselpigment
• vormt een bestanddeel van bepaalde enzymen.

Het lichaam kan van ijzer een voorraad aanleggen. Dit gebeurt in de organen die bloed aanmaken, en wel in de lever en het beenmerg, en in organen waar de bloedlichaampjes worden afgebroken, zoals de milt. Het lichaam springt zuinig om met ijzer; er gaan slechts kleine hoeveelheden verloren, onder andere door bloedverlies bij vrouwen tijdens de menstruatie en door zweten.

Deze kleine hoeveelheden moeten worden aangevuld, omdat er anders kans op bloedarmoede ontstaat. Hoewel ijzer in veel voedingsmiddelen voorkomt,
wordt het niet gemakkelijk door het lichaam opgenomen.

Een goed ijzeraanbod uit de voeding betekent niet automatisch een goede voorziening voor het lichaam. Zo wordt ijzer uit graanproducten en uit eieren zeer moeilijk opgenomen. IJzer uit vlees en vis wordt gemakkelijker opgenomen . De opname van ijzer gaat beter wanneer er vitamine C in de buurt is. Bijvoorbeeld: een stukje biefstuk met een glas sinaasappe lsap.

Bronnen
IJzer komt voor in:
• bladgroenten
• volkoren graanproducten
• noten
• vlees, vis en eieren
• gedroogd fruit
• peulvruchten
• orgaanvlees, vooral lever
• appelstroop.

Verschijnselen bij een teveel aan ijzer
• diarree
• chronische vermoeidheid
• gewrichtsklachten
• leverstoornissen.

Verschijnselen bij een tekort aan ijzer
• bloedarmoede
• gebrek aan eetlust
• verminderd prestatievermogen
• verminderd concentratievermogen
• lichamelijke zwakte
• hoofdpijn.
Risicogroepen voor een ijzertekort
• zwangeren en vrouwen die borstvoeding geven
• menstruerende vrouwen en meisjes
• ouderen
• veganisten (mensen die alle dierlijke producten uit de voeding weren)
• mensen met chronisch bloedverlies, bijvoorbeeld door maag/darmzweren.

Aanbevolen hoeveelheden ijzer
De aanbevolen hoeveelheid ijzer is 15 meg voor vrouwen en 9 meg voor vrouwen na de menopauze en mannen.

Magnesium (Mg)

Functies
Magnesium speelt een rol bij:
• spiercontracties
• prikkeloverdracht van zenuwen naar spieren.

Bronnen
Magnesium komt voor in:
• vlees
• bananen
• donkergroene groenten
• zaden en noten
• bonen
• volkoren producten.

Verschijnselen bij een teveel aan magnesium
Bij een teveel aan magnesium kan er diarree ontstaan.

Verschijnselen bij een tekort aan magnesium
Een tekort aan magnesium komt zelden voor. Als het voorkomt zijn er de volgende verschijnselen:
• hartritmestoornissen
• maagkrampen
• groeivertraging
• algehele malaise (hoofdpijn, misselijkheid)
• neuromusculaire problemen (beven, krampen).

Risicogroepen voor een tekort
• alcoholisten
• mensen met resorptie stoornissen
• mensen met nierfunctiestoornissen
• ernstige ondervoeding.

Aanbevolen hoeveelheden
Voor mannen is de aanbeveling 350 mg per dag, voor vrouwen 280 mg per dag.

Selenium (Se)

Functies
Selenium werkt als antioxidant samen met vitamine E. Het kan zorgen voor de ontgifting van zware metalen.

Bronnen
Selenium komt voor in:
• vis
• schaal- en schelpdieren
• (orgaan)vlees
• eieren
• volkoren producten
• knoflook
• zuivel.

Verschijnselen bij een teveel aan selenium
• verlies van haar, nagels en tanden
• aandoeningen van het zenuwstelsel.

Verschijnselen bij een tekort aan selenium
Een tekort aan selenium komt zelden voor. Verschijnselen zijn stoornissen in de hartwerking.

Risicogroepen voor een tekort
Mensen die langdurig parenteraal gevoed worden. De voeding wordt hierbij
kunstmatig direct in het bloed gebracht.

Aanbevolen hoeveelheden
Voor mannen is de aanbeveling 60 meg per dag, voor vrouwen 50 meg per dag.
Zink (Zi)

Functies
Zink:
• beschermt het zenuw- en hersenweefsel
• versterkt het immuunsysteem
• is nodig voor groei
• is onderdeel van enzymen
• heeft invloed op wondgenezing
• heeft invloed op reuk en smaak.

Bronnen
Zink komt voor in:
• vlees
• eieren
• lever
• noten
• volkoren producten
• peulvruchten
• oesters
• haring.

Verschijnselen bij een teveel aan zink
Een teveel aan zink is zeldzaam. Maar is het wel het geval, dan kan het de opname van koper bemoeilijken.

Verschijnselen bij een tekort aan zink
Een tekort aan zink komt ook zelden voor. Maar mocht het voorkomen, dan zien we de volgende verschijnselen:
• slechte wondgenezing
• verminderde afweer
• afname spiervermogen en conditie
• huidafwijkingen
• verlies van reuk- en smaakvermogen.

Risicogroepen voor een tekort
• Mensen die langdurig parenteraal gevoed worden. (Hierbij wordt voeding via een infuus direct in het bloed ingebracht.)

Aanbevolen hoeveelheden
Voor mannen is de aanbeveling 9 mg per dag, voor vrouwen 7 mg per dag.

Overige mineralen
De mineralen die wat minder in de belangstelling staan of waarover nog niet zoveel bekend is, zullen we hier verder alleen maar noemen, eventueel kort aangevuld met enkele wetenswaardigheden.

• Ch loride (Cl):

• Chroom (Cr):

• Fluoride (F):

• Fosfor (P):

• Koper (Cu):
• Mangaan (Mn):

• Molybdeen (Mo):

Suppletie

speelt een rol in de handhaving van het osmotisch evenwicht; krijgen we onder andere binnen via keukenzout.
is een bestanddeel van insuline en speelt daardoor een belangrijke rol in de glucosestofwisseling. beschermt het gebit tegen tandbederf en komt voor in thee, zeevis, gefluorideerde tandpasta. zorgt samen met calcium voor de opbouw van het skelet en het gebit en speelt een rol bij stofwisse­ lingsprocessen.
speelt onder andere een rol in de eiwitstofwisseling. beïnvloedt de bloedsuikerspiegel en is betrokken bij de eiwitstofwisseling.
speelt onder andere een rol in de ijzerstofwisseling.

In Nederland heeft de Gezondheidsraad per bevolkingsgroep vastgesteld wat
de ADH voor vitamines en mineralen is. Deze hoeveelheden zijn zo vastge- steld dat het grootste deel van de bevolking is verzekerd van de juiste hoeveelheid van een bepaalde vitamine of mineraal.

Zoals u hebt gelezen, zijn er situaties te bedenken waarin het moeilijker wordt om voldoende van alle micronutriënten binnen te krijgen. Te denken valt aan ouderen, mensen die te weinig buiten komen of mensen die een onvol­ waardige voeding gebruiken.
Verbeteren van de voedingsinname is het aanbevolen advies. Mocht dit veel moeite kosten en u hebt tijd nodig om de cliënt een gezonder voedingspa­ troon aan te leren, dan kunt u de cliënt adviseren een multivitamine te nemen met 100 tot 300% ADH. Bij bepaalde doelgroepen adviseert u de cliënt bij voorkeur de huisarts hierover te raadplegen.

Geef een reactie